In de blogserie Beroepen & studies interview ik mensen met autisme die een beroep uitoefenen of een studie volgen. Dit keer interview ik Laura, student Ervaringsdeskundige. Laura van Dijk is 43 jaar, heeft een zoon van 13 en een hond. Ze heeft eerder de opleiding Sociaal pedagogisch werk gedaan met de uitstroom kinderopvang.

Met deze blogserie wil ik als studiekeuzecoach voor jongeren met autisme, laten zien dat er heel veel mogelijk is. En dat je diagnose niet betekent dat je zou moeten kiezen voor een beroep in de ICT of op een laboratorium. Iets dat veel mensen een logische gedachte schijnen te vinden als je autisme hebt.

Laura, student Ervaringsdeskundige

Laura van Dijk zit nu aan het eind van het 1e jaar Ervaringsdeskundige niveau 4 en het bevalt haar prima. Ze loopt stage bij een GGZ instelling op de crisis afdeling. Cliënten die daar komen, hebben last van zware depressies, angststoornissen en/of een psychische gevoeligheid.

Wie is Laura?

autistic.lautie Laura van Dijk

Laura is moeder van een hoogbegaafde puber met autisme. Dany had van baby af aan al bijzonder gedrag. Hij was slim, erg beweeglijk en liep op zeer jonge leeftijd. Een echte handenbinder. Laura en haar zoon zien veel hulpverleners maar niemand kan Laura goed helpen met de opvoeding en begeleiding van haar zoon. Haar zoon wordt door verschillende professionals gezien, maar een diagnose wordt er niet gesteld. Laura runt op dat moment een goed lopende nagelstudio en besluit zich om te laten scholen naar sociaal pedagogisch medewerker. ‘Ik laat me omscholen, dan doe ik de kennis op die ik nodig heb om mijn kind te begeleiden en dan komt het wel goed’, was haar gedachte.

Op dat moment heeft Laura zelf nog geen diagnose maar is natuurlijk wel autistisch én heeft ADHD. In haar hoofd leek het eenvoudig. Een bijzonder kind opvoeden, met een eigen nagelstudio, een opleiding en stage. Ze ging het gewoon doen. Dat het teveel werd, is achteraf gezien niet zo heel raar. Laura komt in een autistische Burn-out terecht.

Informatie verwerken

Informatie dat bij Laura binnenkomt en hoe ze die verwerkt, gaat anders dan in een niet-autistisch brein. Ze beschrijft het als volgt: ‘Stel, ik denk na over een onderwerp en zie dat als een boom, vervolgens gaan mijn gedachten allerlei kanten op, als de takken van de boom. Dan heb je het over een wirwar van gedachten en nieuwe onderwerpen. En dan ben je er nog niet. Ik heb dan ook weer gedachten over de gedachten, zie die als de blaadjes aan de takken. En denk je dan eens in dat ik in een bos sta. Dat is mijn wereld.’ Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben onder de indruk.

autisme, informatieverwerking als een boom in een bis

Het diagnose traject

Ondertussen is het 2013 en is ze nog steeds op zoek naar de juiste hulp en begeleiding voor haar zoon. Totdat ze bij een organisatie kwam die zei: ‘We gaan met jou beginnen’. Laura is eerst verbaasd maar gaat mee in het voorstel. Laura wordt getest en uit dat onderzoek komt autisme en ADHD. Laura krijgt helaas zelf geen begeleiding. Zij gaan verder met Dany en Laura moet zelf op onderzoek uit. Ze leest veel en gaat andere ervaringsdeskundigen volgen via social media. Haar eigen ervaringen deelt ze op Instagram.

Laura zit inmiddels vijf en half jaar in een autistische burn-out als zij op zoek gaat naar een nieuw doel in haar leven. Wanneer ze in gesprek is met haar stagebegeleider over haar Instagram account @autistic.lautie wordt ze op het idee gebracht om de opleiding Ervaringsdeskundige te gaan doen. ‘Echt wat voor jou’ krijgt ze te horen.

Stage

Laura schrijft zich in voor de opleiding Ervaringsdeskundige niveau 4 en ze gaat op zoek naar een stagebedrijf. Dat lukt en in haar stage ondersteunt ze een team van professionals waarvan één de functie van ervaringsdeskundige heeft. ‘Niets leukers dan iemand helpen’ vindt Laura. En die mogelijkheid heeft ze op haar stage genoeg. Ze is boventallig en daarom kan ze haar eigen werkdag indelen.

Autisme in het werk

Laura is met name gevoelig voor overprikkeling. Hier hebben veel mensen met autisme last van. Plotselinge veranderingen zijn niet prettig. Wanneer collega’s onrustig zijn, bijvoorbeeld door een storm, pikt Laura dit op. En wanneer een collega een vrolijke sfeer wil creëren door de radio plotseling hard aan te zetten, zorgt dit ook voor een overkill aan prikkels.
Haar autisme vraagt bescherming tegen overprikkeling maar haar ADHD vraagt om actie. Zie dat maar eens in balans te houden.

Voordelen van autisme

Voordelen van Laura’s eigenschappen vanuit haar autisme & ADHD zijn er zeker ook. Zo kan Laura goed analytisch denken, is ze een kei in het observeren van gedrag van de cliënten en Laura denkt altijd 7 stappen vooruit. Dat is weer erg handig bij het bepalen van haar dagprogramma. Dat zit zo: Laura is er voor de cliënten. Dus om haar dagprogramma te bepalen, kijkt Laura wat het programma is voor de cliënten. Heeft de cliënt een gesprek op het programma staan, probeert Laura in te schatten of het een makkelijk of lastig gesprek zal zijn. Misschien een gesprek waar de cliënt tegenop ziet. Laura plant dan van tevoren een contactmoment met die cliënt in. Zodat de cliënt alvast wat emotie of zorg kan uiten.

Doorzetter

Zoals veel mensen met autisme is Laura echt een doorzetter. Op de vraag ‘Wat heb jij voor op collega’s zonder autisme’ antwoordt ze: ‘Ik kan niet in-the-box denken, ik denk altijd out-of-the-box’.
Doordat Laura zelf het één en ander heeft meegemaakt én autisme heeft, sluit ze gemakkelijk bij cliënten aan. Cliënten voelen zich daardoor snel gehoord.

Andere kijk

Door haar autistische brein heeft ze een andere kijk op dingen. Objectiever en wat meer vanaf een afstandje, zou je kunnen zeggen. Wanneer haar tijdens een observatie iets is opgevallen, noteert ze dat in het rapportagesysteem. Zo kunnen haar collega’s hun begeleiding daarop aanpassen.

Vier leuke aspecten van ervaringsdeskundig begeleider volgens Laura:

  • Het in contact zijn met mensen,
  • De reactie die ik krijg als ik voorbeelden geef waar cliënten zich in herkennen,
  • Het werk op zich, mezelf ontwikkelen,
  • Iedere dag is anders.

Samenwerking met collega’s

Laura ervaart haar team als een fijn team dat overal voor open staat. ‘Ze zijn heel open-minded’.
Om prettig te kunnen werken is het voor Laura belangrijk dat haar collega’s helder zijn in de verwachtingen. Bijvoorbeeld als het extra druk is op de afdeling. Dan wil Laura het liefst concrete opdrachten, omdat het voor haar lastig is om tijdens hectische momenten prioriteiten te stellen en juist dat te gaan doen waar haar collega mee geholpen is.

Waarom opleiding Ervaringsdeskundige?

Nadat Laura zelf haar diagnose had gekregen, voelde ze zich met een kluitje in het riet gestuurd. Men kon nu verder met onderzoek doen naar een diagnose voor haar zoon. Maar voor Laura zelf werd niets gedaan. ‘Nu je weet wat het is, nu kun je verder’. Maar zo werkt het niet, vertelt Laura. Daarom ging ze zelf op onderzoek uit. Het boek “Dit is autisme” van Colette de Bruin werd voor Laura haar Holy Grail. ‘Het is een geweldig boek, als je iets wil uitleggen over autisme’.

Lotgenotencontact was enorm helpend in de verwerking van de diagnose. Het accepteren van de diagnose bleek een heel rouwproces. Ze moest tenslotte afscheid nemen van een toekomst die ze voor zichzelf had gezien. Dit waardevolle contact wil ze ook voor lotgenoten zijn. ‘En het arbeidsperspectief is erg positief. Dat is ook een reden waarom ik heb gekozen voor deze opleiding’.

Anders

Op de vraag: “Als je nu terug kijkt naar je studie SPW, zijn er dan dingen die je nu anders doet in je opleiding Ervaringsdeskundige?”, is haar antwoord: ‘Zeker zijn er dingen die ik anders doe. Destijds was ik 30 jaar en on-gediagnostiseerd. Toen wilde ik alles Uber-perfect. Mijn plichtsbesef is groot en dat zorgt ervoor dat ik alles wil doen en alles meer dan goed wil doen. Nu leg ik de lat lager en pak ik het anders aan. Ik doe kleinere stukjes tegelijk en zoek naar zekerheid en voorspelbaarheid. Die zekerheid biedt mij rust’.

Succes

Je kent deze waarschuwing misschien wel: In het verleden behaalde successen, zijn geen garantie voor de toekomst. Maar wat denk je van: In het verleden mislukte initiatieven zijn geen belemmering voor een succesvolle toekomst! Laura zegt hierover: Hoe jong of hoe oud je ook bent, empowerment kan altijd!
Geloof in jezelf en ga ervoor! En daar sluit ik me graag bij aan.

Weetjes over de opleiding

opleiding ervaringsdeskundige
Boeken van Laura’s opleiding Ervaringsdeskundige

Hoezo een opleiding ervaringsdeskundige?

Wanneer je een diagnose autisme hebt of je bent depressief geweest, dan bén je toch al ervaringsdeskundige? Daar hoef je toch geen opleiding meer voor te volgen?
Wel dus en dat zit zo:
Als persoon doe je ervaringen op die jou tekenen. Dat kan van alles zijn. Van anorexia, autisme tot mishandeling. Wanneer je trauma’s hebt opgelopen ben je ook ervaringsdeskundig. Denk bijvoorbeeld maar eens aan al die kinderen die ooit uit huis geplaatst zijn. Of die jongeren die in een gesloten jeugdinstelling hebben gezeten. Wanneer je (grotendeels) herteld bent van je trauma’s, wanneer je hebt leren omgaan met je verdriet en pijn, dan ben je ervaringsdeskundige, maar nog niet opgeleid om anderen met een trauma te begeleiden. En dát leer je in de opleiding Ervaringsdeskundige.

Student Ervaringsdeskundige

Als student ervaringsdeskundige word je voorbereid op een functie van ervaringsdeskundig begeleider. Je kunt de opleiding zowel op HBO als op MBO niveau doen, dus er is altijd een opleiding die past bij jouw vooropleiding. Het is van belang dat je een balans hebt gevonden in je eigen herstelproces, want pas dan kun je er zijn voor anderen. Als ervaringsdeskundig begeleider ondersteun je mensen in het vinden van hun eigen weg in de samenleving. Hoe mooi is dat!

De opleiding wordt duaal (HBO) en BBL gegeven. Je gaat dus werken en studeren tegelijk. Je krijgt vakken als psychologie, sociologie, agogiek en ethiek. Maar denk ook aan krachtgericht werken, innoveren en profileren (vakken HBO). Presentie benadering, psychische verschijnselen, empowerment en methodische gespreksvoering zijn vakken die bij de MBO opleiding genoemd worden.

Voor deze opleiding ga je één dag per week naar school en werk je daarnaast 16 tot 32 uur. Dat kan per school verschillend zijn. De opleiding wordt door het hele land gegeven. Ga vooral op zoek naar een school waar jij je prettig voelt maar als voorbeeld vind je hier informatie van Fontys Hogeschool en hier informatie van het Summa college

Ben je benieuwd welke opleidingen of beroepen er nog meer verschenen zijn in de blogserie Beroepen & studies? Lees dan deze blog over het beroep van bewegingsagoog of de blog over de studie Dramatherapie. Allemaal persoonlijke verhalen van (tot nu toe) vrouwen met autisme.

Studie kiezen

Heb je autisme en heb je zin om aan de slag te gaan met je studiekeuze, dan help ik er graag bij. Vul het contactformulier en ik mail je snel terug. Wil je mij eerst wat beter leren kennen, kijk dan op mijn Wie is Joyce pagina of volg me op Instagram joyce@JHob of LinkedIn

Je hebt een deadline en maakt natuurlijk een planning. Maar je eraan houden is iets anders. Herken je dat? Geen loze beloften, deze tips gaan je echt helpen.

Wat ik met je wil delen is niet uit boekjes gejat. Het is wat werkt voor mij. En ik ben ervan overtuigd dat het ook kan werken voor jou. Lees verder en ga het uitproberen!

Papieren planning versus digitale planning

Veel mensen maken zelf een planning, los van hun agenda. Dat is hartstikke goed, want zo houd je overzicht. Ik pleit voor een week én een maandoverzicht. Gebruik ook een digitale agenda, zou ik zeggen. Je telefoon heb je tenslotte altijd bij je. Daar kun je schakelen tussen een dag, een week en een maandweergave. Handig, want zo kun je die weergave die op dat moment nodig is, erbij pakken .

Maak van je zelfgemaakte maandplanning ook een papieren versie en print die uit. Echt superhandig. Wanneer je op één dag meerdere afspraken hebt, dan zie je die niet allemaal meer terug in een digitale maandweergave. Je moet dan overschakelen naar de dag-, of de weekweergave. Daarom is een maandplanning op papier echt een must om overzicht te houden. Heb je er wat geld voor over, dan is de KRACHTplanner heel handig. En moet je zuinig aan doen, dan heeft de Hema ook handige alternatieven. Tot zover een stukje plannen en planners in het algemeen.

Zelf haal ik de deadline altijd. Zonder probleem.
Mijn tactiek adviseer ik altijd aan de mensen die ik coach, maar het is geen geheim. Ik deel het graag met je. Het gaat je gegarandeerd stress schelen.

Ik heb je 3 gouden tips beloofd om je deadline te halen. Dit zijn ze:

  1. Maak een opzetje
  2. Plan de inleverdatum eerder in
  3. Plan meer werkmomenten in

Lees onder de foto verder voor de uitleg.

3 gouden tips deadline

Opstarten lastig?

In mijn praktijk hoor ik vaak terug dat mensen het lastig vinden om met een opdracht te starten. Het is zelfs een belangrijk struikelblok waardoor men zich niet aan een planning kan houden. Zeker mensen met autisme vinden starten vaak lastig, omdat veel van hen (geldt niet voor iedereen) vanaf het begin af aan alles helder willen hebben. Duidelijkheid is voor hen nodig om te kunnen beginnen.

Duidelijkheid is nodig over de stappen die ondernomen moeten worden. Ze ook willen weten wat concreet de criteria zijn en ze willen weten of de inhoud die ze zelf willen gaan gebruiken, voldoet aan die criteria. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

De 1e gouden tip

Maak eerst alleen een opzetje.

Simpeler kan het niet. Natuurlijk maak je aantekeningen als de opdracht gegeven wordt. (Is notities maken en luisteren tegelijk lastig? Maak dan een geluidsopname.) Start na de instructie met het maken van een opzetje. Ik doe dat altijd. Gewoon een klein beginnetje. Het liefst dezelfde dag nog. Dan zit de informatie nog vers in mijn geheugen. Lukt het je niet meteen, plan dan dezelfde week nog een moment is. Je hebt niet meer nodig dan een half uur.

Tenzij de inspratie begint te stromen natuurlijk. Dan zal ik niet zeggen dat je moet stoppen. Werk dan vooral lekker verder! Stop zodra je merkt dat de inspiratie weg is. Accepteer dat het oké is. Je bent begonnen! Yeahhhh

Wanneer je een opzetje hebt gemaakt, wordt vanzelf duidelijk waar je nog vragen over hebt. Vervelend? Welnee, juist handig. Je kunt ze direct mailen naar de docent of de opdrachtgever. Je bent er lekker op tijd bij.

Mijn ervaring is dat na de eerste instructie er weer van alles kan gebeuren waardoor ik helemaal de draad van de opdracht kwijt kan raken. Dat is me vroeger meerdere keren overkomen. En dan is beginnen aan de opdracht een drama. Iets waar je tegenop gaat zien, want ja, waar moet je beginnen? Waar ging het ook alweer over? Wat was ook al weer de bedoeling? Je stelt het starten uit, maar het voelt niet goed.

Dat probleem heb ik dus niet, want ik heb dat opzetje gemaakt. Het is veel makkelijker om de draad weer op te pakken als er een opzetje gemaakt is. Pak de aantekeningen en de opdracht er bij, lees je opzet weer door en ik garandeer je dat de inspiratie weer zal gaan stromen. Je bent tenslotte met je vakgebied bezig.

Nr. 2 van de gouden tips:

Plan in je agenda het inleveren van de opdracht één week eerder in dan dat je geïnstrueerd hebt gekregen.

Hè wat??? De deadline naar voren halen? Is dat niet stressverhogend? Nee hoor, juist niet. Dat heeft juist voordelen:

  1. Doe je dit altijd, dan gaat het een goede gewoonte worden.
  2. Heb je de opdracht ingeleverd, dan heb jij geen stress meer. Hoe fijn is dat. Laat je klasgenoten nog maar even ploeteren, jij bent klaar.
  3. Komt er op het laatst toch iets tussen en kun je niet inleveren, dan heb je nog een week! Joepi! 
  4. Je bouwt aan een reputatie waar je blij van wordt. Iedere werkgever wil toch zulke medewerkers?!

Voorwaarde is wel dat je het werken aan de opdracht meeneemt in je planning. Hoe? Lees verder.

Gouden tip 3:

Je hebt een opzetje gemaakt en je hebt de inleveren een week eerder in je agenda gezet. Maar dan ben je er nog niet. De 3e gouden tip is deze:
Plan tussen het opstarten en het inleveren één of twee momenten méér dan dat je denkt nodig te hebben voor de opdracht.

En vergis je niet in de layout. Die kost je stiekem altijd meer tijd dan je denkt. Neem daar gerust 4 uur meer voor dan dat je van plan was. Plan je meer werkmomenten in dan je denkt nodig te hebben, dan geeft dat ruimte. Ruimte om je een keer niet aan de planning te houden, bijvoorbeeld omdat je je niet fit voelt. Of omdat je tijd nodig hebt voor iets anders. Of ruimte om eerder in te leveren, je weet maar nooit!

En heb je geen zin om aan de opdracht te werken? Geef jezelf een schop onder je kont! Je weet toch waar je het voor doet?!! Lees anders de blog 3 Tips om motivatie vast te houden. Dan krijg je jouw motivatie ook weer helder.

Als studiekeuze-, en loopbaancoach vind ik het vooral leuk om dit soort tips te delen. Wat vind je van deze 3 gouden tips? Heb je er wat aan? Zet je reactie hieronder en als je deze blog wil delen op social media: heel graag! Tag mij dan ook even, dan kan ik reageren. Je vindt mij via Instagram en LinkedIn

Uit eigen ervaring kan ik je vertellen dat pubers met autisme niet gemakkelijk zijn. Sterker nog, het opvoeden van een puber met autisme is hartstikke moeilijk!

Zoonlief is gelukkig geen kroegtijger en loopt ook niet ‘s avonds laat over straat. Af en toe drinkt hij een biertje en drugs gebruikt hij niet, heeft geen verkeerde vrienden. So far so good.
Op deze punten hebben we geluk gehad. Wij hebben dus nooit discussies over te laat thuiskomen of over roken. Behalve één keer dan.

Roken

Op zijn 16e stond hij in het zicht van het huis een sigaret te roken. Dat was niet zo handig, want nu hadden we hem meteen door. Nadat we uitgerekend hadden wat roken per week zou gaan kosten en ik een beloning voor het ‘niet roken tot je 18e’ in het vooruitzicht gesteld had, was het meteen gedaan met roken. Ik blij natuurlijk, want als niet-roker wil je echt geen rokende puber in huis. We hebben hier een echte puber-hindernis genomen, zou je kunnen zeggen.

Autisme

Pubers met autisme zijn wel extra een uitdaging. Want wanneer hoort gedrag bij de pubertijd en wanneer hoort het bij autisme? Bijna iedere jongere heeft een periode dat douchen niet bovenaan het prioriteitenlijstje staat. En komt douchen wél op het prioriteitenlijstje dan douchen ze zo lang dat je dáár weer over in discussie moet. En dan hebben we het nog niet over de hoeveelheid shampoo die ze verbruiken.

Kamer opruimen

Neem nou zijn kamer. Veel mensen met autisme houden van structuur en orde. Hij heeft zeker behoefte aan structuur maar orde in de zin van een opgeruimde kamer, vindt hij absoluut niet nodig. Ongelooflijk, wat een puinhoop kan hij ervan maken!

Sokken liggen overal en de vloer ligt vol met kleding, schoenen en tassen. Zijn bureau is een chaos met glazen, schaaltjes en allerlei prulletjes die eigenlijk zo de vuilnisbak in kunnen. Denk aan propjes papier, verpakkingen en andere troep. Hij stoort er zich niet aan, zegt hij.

Wat is pubergedrag en wat niet?

Als ouder is het steeds weer afwegen: wat is pubergedrag en moet ik als zodanig bijsturen of kan ik laten gaan (het is een fase). En wat vraagt juist actie van mij omdat hij bepaalde dingen niet oppakt vanwege zijn autisme? Bij hem speelt dat hij vaak de samenhang van dingen niet ziet én dat een proces stagneert zodra hij een hindernis tegenkomt en niet weet wat hij moet doen.

Neem het voorbeeld van zijn kamer opruimen. Hij is prima in staat om zonder stap voor stap instructie zijn bed te verschonen en de afwas naar beneden te brengen.

De dikke laag stof ziet hij ook wel liggen. Hij komt alleen niet op het idee om een natte doek te gebruiken om stof af te nemen. Dus blijft de stof liggen. Een lege doos blijft wéken op zijn kamer staan, omdat hij niet weet waar hij de doos moet laten. En dat brengt mij tot onze volgende uitdaging.

Leren vragen stellen

Je kunt je afvragen of het nu zo belangrijk is dat die doos onmiddellijk opgeruimd moet worden. Ik vind dat niet het belangrijkste. Zijn kamer is zijn kamer en als hij zich prettig voelt in een rommelige kamer, dan laat ik dat zo. Mijn tienerkamer was vroeger ook geregeld een puinhoop. Mijn moeder kan je daar aardig wat verhalen over vertellen. En met mij is het ook goed gekomen, dus met zoonlief zal het ook wel goedkomen. Wat ik wel belangrijk vind, is dat hij leert om knelpunten te herkennen en vragen gaat stellen om die knelpunten aan te pakken. Daar zetten we nu op in.

Opvoeden van pubers met autisme

Dat opvoeden bij autisme niet altijd makkelijk is, demonstreer ik graag met een voorbeeld.

Jaren geleden, Jelmer was een jaar of 13, toen merkten we dat hij ‘s avonds minder makkelijk ging slapen. We hadden op dat moment nog geen professionele begeleiding gehad en deden ons best om hem zo autisme-vriendelijk mogelijk, op te voeden. We zijn nagegaan wat mogelijke oorzaken zouden kunnen zijn en we besloten dat we als eerste de cola zouden schrappen. We maakten de afspraak dat hij ‘s avonds geen cola meer zou drinken en bespraken natuurlijk ook de reden van de afspraak. Hij kon zich er prima in vinden, dus het was verder geen probleem. Tot op een avond, een paar dagen later.

Hij: Mam, mag ik cola? 
Ik: Nee, we hebben afgesproken dat je ‘s avonds geen cola meer zou drinken. Pak maar iets anders

Op een avond, een week later:

Hij: Mam, mag ik cola?
Ik (enigszins verbaast): Nee, we hebben afgesproken dat je ‘s avonds geen cola meer zou drinken.
Hij: oh ja

Dit herhaalde zich een paar keer. En ik vroeg me af, hoe het nou kwam dat een intelligente jongen zoals hij, steeds opnieuw naar de bekende weg vroeg. Hij kende de afspraak goed en toch bleef hij ernaar vragen. Bleef hij nou gewoon drammen? Of was het toch iets anders?

Raad van een autismedeskundige

Kort daarop stond ik als docent voor een klas leerlingen maatschappelijke zorg. Ik had een autisme deskundige van Autimaat als gastspreker uitgenodigd en legde haar deze casus voor. Haar uitleg was echt een eye opener en ik ben het nooit meer vergeten. ‘Dit zie je vaker bij mensen met autisme’ zei ze. En ze legde uit dat iedere keer dat Jelmer de vraag stelde ‘Mag ik cola’ dit voor hem een ander moment was. Een andere dag of een ander tijdstip. De ene keer misschien op maandagavond, de andere keer op zaterdagavond. De ene keer vlak na het eten, de andere keer later op de avond. In zijn optiek is de situatie steeds verschillend en dus kan het antwoord ook anders uitvallen. Best slim!


Ik heb vervolgens samen met Jelmer een nieuwe afspraak gemaakt: Jij drinkt ‘s avonds na het warm eten geen cola meer. Deze afspraak geldt voor iedere avond van de week.
Hij dacht even na. En toen kwam het: ‘Mam, hoe zit het dan met feestjes en met Oud & Nieuw, want dan ga ik later naar bed’.
Van mijn gastspreker wist ik dat ik afspraken moest generaliseren maar dat een uitzondering best mocht. Het zou juist duidelijkheid scheppen. De afspraak werd dus ‘s avonds na het warm eten geen cola, behalve op feestjes en met Oud & Nieuw. Yes! Hij tevreden en ik tevreden.

Pubergedrag of autisme?

Was het vragen om de uitzondering nu pubergedrag of autisme? Ik denk het laatste. De afspraak was nog niet duidelijk genoeg, met de uitzondering erbij wel.

En toen, weer een paar dagen later:
Hij: Mam, ik mag zeker geen cola hè?
Ik: Nee schat, je mag geen cola
Hij: dacht ik al, dan pak ik wel ijsthee

Kijk hier kwam wél de puber om de hoek. En ik vond het eigenlijk wel grappig. Hopelijk heb ik dat niet laten merken, maar dat weet ik niet meer precies.

Vraag jij je wel eens af welk gedrag van jouw puber met autisme pubergedrag is en wat bij autisme hoort? Ik blijf het lastig vinden. Zet je reactie onder deze blog, ik ben benieuwd of ik de enige ben die dit lastig vind.

Ik schreef eerder de blog Duidelijk zijn over grasmaaien over hoe je door duidelijk te zijn op de 5 (wie, wat, waar, hoe en wanneer) zodat je kind met autisme goed weet wat er van hem verwacht wordt. Handig, ook bij het opvoeden van pubers met autisme.

Laatst las ik een kort artikel van schrijfster Evelyne Meens. Het gaat over de vergelijking tussen feedback en spinazie tussen je tanden. De titel alleen al wekte mijn nieuwsgierigheid. Vorig jaar heb ik een webinar gevolgd dat zij gaf over haar boek Een leven lang kiezen. Evelyne Meens werkt als onderzoeker en expert Studie(keuze)succes bij Fontys.

De titel van haar artikel luidt dus: Spinazie tussen je tanden.
De inleiding gaat zo:

Feedback. Het is net als spinazie tussen je tanden. Het is goed dat iemand er iets van zegt, maar aan de andere kant had je het liever niet gehoord….

Ik was meteen getriggerd, want dit is zó waar!

Spanning

Ook ik voel een zekere spanning als ik om feedback ga vragen. Want ja, wat ga ik te horen krijgen? Je wil het liefst horen dat je het fantastisch hebt gedaan. Dat is natuurlijk superleuk maar wat schiet je daar mee op? Behalve als je meer zelfvertrouwen wil opbouwen natuurlijk. Maar als je wil groeien als presentator, trainer of voorzitter en er wordt gezegd dat je het goed deed en dat ze geen suggesties hebben? Dan kom je dus geen stap verder.

Zure appel

Het is niet alleen spinazie tussen je tanden maar ook een zure appel. Je moet er even doorheen bijten en dan blijkt hij harstikke lekker te zijn. Die appel dan. Feedback is vooral lekker bruikbaar.

Twee voorbeelden waar je feedback zou kunnen gaan geven

Stel je voor dat je merkt dat een collega geregeld na werktijd mails verzend. Je collega werkt dus langer door dan jij. Jij vindt langer doorwerken voor een keer niet erg, maar de balans werk en privé moet wel goed blijven. En daar maak je je zorgen om.

Of deze:

Tijdens het overleg van de projectgroep merk je dat een collega je niet laat uitpraten. Jullie zijn het niet altijd met elkaar eens. Maar het komt niet tot een goede discussie omdat jij de kans niet krijgt om uit te praten. Je baalt er wel een beetje van.

Bijt jij in die zure appel?

Herkenbaar? We komen allemaal wel eens situaties tegen met collega’s waar we van balen of die irritaties oproepen. De vraag is alleen; Laat je het erbij zitten of ga je er wat mee doen? Heb jij het lef om in die zure appel te bijten?

Feedback géven

De één is vaardiger in het feedback geven dan de ander. Het vraagt oefening dus gaat het ook wel eens mis. Dat moet natuurlijk mogen. Het mooiste is als je als team besluit om hier vaardiger in te willen worden.
Van feedback ga je groeien en daarom geef ik je graag wat tips:

  • Vertel je collega’s dat je wil groeien in het geven en/of ontvangen van feedback
  • Vorm met elkaar een groep die elkaar gaat ondersteunen hierin
  • Geef een compliment of positieve feedback in gezelschap maar geef negatieve feedback altijd 1 op 1!
  • Stel met elkaar feedback regels op waar je allemaal achter staat. Internet staat er vol mee.
  • Start met de basis: bouw aan een fundament van veiligheid. Is dat fundament er nog niet? Schakel dan een coach in.
  • Ga na welk gevoel het gedrag van de ander bij jou oproept en benoem dat in je feedback.
  • Geef een ik-boodschap en pas op voor verkapte jij boodschappen.

Woorden van gevoel

Een belangrijke regel om feedback te geven is: Houd het bij jezelf en geef een ik-boodschap. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Jaren geleden zei iemand tegen mij: Ik heb een ik boodschap gegeven, want ik zei nog ‘ik vind het respectloos dat je…..’  (vul maar in). Lieve mensen, dit is geen ik boodschap maar een dikke vette jij-boodschap. Hiermee zeg je: jij bent respectloos. Geen wonder dat de ander meteen gepikeerd is!

Je geeft een ik-boodschap als je kunt vertellen wat het gedrag van de ander met jou doet. Welk gevoel dat oproept. En zoek vooral nog even verder dan: geïrriteerd, blij of onzeker. Jouw gevoel kent vele nuances en daar zijn echt woorden voor te vinden. Als je het gedrag van de ander respectloos vindt, dan past daar boosheid bij. Maar wat vind je van deze gevoelens: Stekelig, beledigd, wit heet of misschien voel je je wel betutteld. Dat kan ook nog. Gebruik het woord dat jouw gevoel weergeeft en daarmee blijf je bij jezelf.

Voorbeeldzinnen bij feedback geven

Gebruik bijvoorbeeld een zin als deze: Doordat je me niet uit liet praten voelde ik me betutteld. Wedden dat de ander dan op een prettige manier gaat reageren? Het is namelijk vast niet de bedoeling geweest om je te betuttelen. En als de ander weet wat zijn gedrag met jou doet, is hij eerder bereid om daar rekening mee te houden. Zeker als jij eraan toevoegt welk gedrag je van de ander wél wil zien: Ik zou graag willen dat je mij de volgende keer laat uitpraten en me niet onderbreekt voordat ik aangeef dat ik uitgepraat ben.

Weg met spinazie ga feedback vragen

Zie feedback als kans om te groeien, want zeg nou zelf je wil toch niet voor schut blijven lopen met die spinazie tussen je tanden!? Kom dus in actie en vraag zelf om feedback.
Maar doe dat liever niet zonder een duidelijk doel. Hoe dan wel? Nou zo:

Bedenk een competentie waar je in wil groeien
Bij voorkeur een competentie die je al een beetje beheerst en waar je beter in wil worden. Dus niet competentie X waar je juist niet goed in bent? Nee juist niet! Móeten groeien in iets waar je niet goed in bent, is niet motiverend. Hoe leuk is het om met iets bezig te zijn wat nog je helemaal niet kunt? Helemaal niet toch? Ga je toch daarop focussen dan start je al met 1-0 achter, omdat beginnen aan iets dat je niet leuk vindt, niet prettig werkt. Vervolgens ga je uitstellen en gebeurt er niks. Voor je het weet ben je enkele weken verder maar geen stap dichter bij je doel.

Dus

Start met iets dat je al een beetje kunt. Bijvoorbeeld competentie Y.
Formuleer voor jezelf een smart doel waarmee je gaat aantonen dat je gegroeid bent in competentie Y. Zorg ervoor dat je concrete subdoelen hebt als tussenstappen om het grotere doel te bereiken. Concrete subdoelen zijn makkelijker te overzien en makkelijker te beoordelen of je ze behaald hebt.

Aan je collega kun je dan feedback vragen op jouw handelen in de tussenstappen om te groeien in competentie Y. (Lees voor collega ook: stagebegeleider, docent of manager enz.)

Voor de duidelijkheid dit voorbeeld.

Competentie Y = Een vergadering voorzitten

Doel: Op (…datum…) kan ik een vergadering voorzitten volgens de afspraken die wij in het team hebben gemaakt.

Subdoelen:

  • Ik start iedere vergadering op de afgesproken tijd.
  • Ik zorg ervoor dat de vergadering niet langer dan een kwartier uitloopt.
  • Ik zorg ervoor dat iedere deelnemer de gelegenheid krijgt om zich uit te spreken.
  • Ik zorg ervoor dat de agenda gevolgd wordt.

Enz.

Aan je manager kun je dan vragen: Ik heb als doel om ervoor te zorgen dat iedere deelnemer de gelegenheid krijgt om zich uit te spreken tijdens de vergadering. Hoe vind je dat ik dat gedaan heb? Dit is concreter dan vragen aan je manager: Hoe vind je dat ik het deed als voorzitter?

Advies

Mijn advies: ga met een big smile aan de slag met je ontwikkeling en zorg dat er geen spinazie tussen je tanden blijft zitten. Vind je dit lastig en kun je wel een goede coach gebruiken? Neem dan contact met mij op via dit contact formulier. Of stuur me een mailtje via joyce@jhob.nl

Ps: Het boek Een leven lang kiezen is echt een aanrader als je beroepshalve andere, coacht bij het maken van studie- of loopbaan keuzes

Motivatie: 3 tips om het vast te houden

Intrinsieke en extrinsieke motivatie kennen we wel. Intrinsieke motivatie komt uit jezelf en extrinsieke motivatie wordt gevormd door een push van buitenaf. Bijvoorbeeld omdat er een consequentie volgt als je iets niet gedaan hebt. Zoals een 1 scoren als je een verslag niet op tijd inlevert. Dat wil je niet, dus lever je het op tijd in.

Om in beweging te komen heb je motivatie nodig. En voldoende motivatie ook nog eens. Weten dat je sporten goed is om af te vallen, levert nog geen motivatie op om naar de sportschool te gaan. Samen met vriendinnen gaan en niet willen achterblijven is wél een vorm van motivatie.
Motivatie voor iets dat je graag wil is er, nu nog vasthouden.

3 Tips

Wil je je motivatie vasthouden, dan heb ik 3 tips voor je.

  1. Onderzoek waar je motivatie zit
  2. Visualiseer je doel
  3. Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt
    Hieronder leg ik je uit hoe het zit met deze 3 tips.

1. Onderzoek waar je motivatie zit

als je maar gemotiveerd bent

Neem nu bijvoorbeeld deze foto. Ik draag een blauwe sjaal die ik normaal nooit draag. Waarom eigenlijk? Helemaal niet in de mode en toch was ik enorm gemotiveerd om

a) een sjaal te kopen en

b) om de sjaal te dragen.

Het maakte me geen bal uit of ik er raar uitzag of niet. Dat zit zo. Een week voor ik met vakantie naar het zonnige zuiden ging, liet ik mijn haar kleuren bij de kapper. Krullen heb ik niet van mezelf, dus die haalde ik ook bij de kapper. Een pittige rekening alles bij elkaar. Laat nu het zonnige zuiden en helemaal zon-zee-strand nou helemaal niet zo goed zijn voor net gekleurd haar! Voor je het weet is de kleur vaal en had ik net zo goed niet naar de kapper hoeven gaan. ‘Draag een hoed’ adviseerde mijn kapper. Hartstikke leuk maar onhandig als het hard waait. En ik wilde mijn haar beschermen, zodat ik ná de vakantie er ook nog fatsoenlijk uitzag. Ik wilde dus heel graag die sjaal dragen. Daar kwam mijn motivatie vandaan. Wat wil jij graag? Onderzoek dat, want dáár zit jouw motivatie.

2. Visualiseer je doel

Ik zag het voor me. Na mijn vakantie had ik vakantiefoto’s waar ik met mooi gekleurd haar op sta én ik zou na mijn vakantie zo door kunnen naar een zakelijke afspraak, omdat ik wist dat de kleur nog goed was. Tjakka! twee vliegen in één klap. En stiekem was ik ook wel benieuwd hoe z’n sjaal me zou staan. 😉
Zie je jouw doel al? Wat heb je dan bereikt?

3. Ga voelen

De derde tip die ik je mee wil geven is deze: Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt. En daarmee bedoel ik dat je je kunt gaan inleven hoe het zou voelen als je je doel bereikt hebt. Zou je je tevreden voelen of juist blij en totally happy? Voel je al de kracht omdat het je gelukt is? Hou dat gevoel voor ogen als je moeite moet gaan doen om aan de slag te gaan.

Van denken naar doen

Deze 3 tips gaan je beslist helpen om je motivatie vast te houden op een moment waarop je moeite hebt om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om je studie op te pakken als je geen zin hebt of om met je leidinggevende in gesprek te gaan over je loopbaan. Je gaat van denken naar doen.


Ik geef toe, zoals ik de sjaal droeg op de boot was geen gezicht. Sterker nog, het zag er niet uit! Maar hé so what? Ik kende er toch niemand en de zon brandde ongenadig op mijn hoofd. En ja ik had naar binnen gekund. Maar dat wilde ik niet. Ik wilde dit tochtje beleven in de buitenlucht, met de wind in mijn haren…ehh sjaaltje 😁
Dit voorbeeld met het sjaaltje is natuurlijk een flut voorbeeld. Maar goed genoeg om duidelijk te maken wat ik bedoel. Het starten van mijn coachpraktijk had heel wat meer doorzettingsvermogen nodig. Maar oh wat wilde ik het graag! Jongeren helpen, mijn eigen tijd indelen, meer tijd om te schrijven en in de toekomst hopelijk wat meer tijd om te reizen. Dit zijn mijn doelen. Als ik aan het werk ben, vergeet ik zo maar de tijd. Zo leuk vind ik het. Dus ja, gemotiveerd ben ik wel.

autismecoach

Weet jij waar jouw motivatie vandaan komt?

Heb jij helder waar jouw motivatie vandaan komt? Of helemaal niet?Belemmert je dat tijdens het studeren? Of heb je misschien wel het gevoel dat je helemaal geen motivatie hebt? Wees niet ongerust, motivatie heb je altijd! Uitzoeken hoe dat zit? Mijn advies: neem een coach in de arm waarmee je een klik hebt. Natuurlijk ga ik graag met je aan de slag. Zeker wanneer je autisme/ADD/ADHD hebt, dan ben je bij mij aan het goede adres. Voel je er wat voor? Stuur dan je vraag via het contactformulier.

Wil je op zoek naar een andere coach? Kijk dan eens bij mijn collega’s via Kickor Kickor is een platform van jongerencoaches.

ps: wist je dat de blauwe sjaal de tweede sjaal was die ik kocht? Het eerste sjaaltje was een wit sjaaltje dat mijn haar niet helemaal kon bedekken. Ik was nog niet tevreden en zocht verder. Ik wilde mijn doel bereiken.
Dat kun jij ook!

Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Het is een gewone doordeweekse avond. Ik heb net een gesprek met mijn zoon gehad. En aan het eind van dat gesprek vraag ik nog een moment zijn aandacht en zeg tegen hem: ‘Weet je nog? Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Mijn kinderen zullen deze uitspraak vast herkennen. Ik heb hem vaak gebruikt toen ze opgroeiden en bij mijn 18 jarige gebruik ik de uitspraak nog wel eens. Hoe je de zin interpreteert hangt af van de intonatie die je gebruikt, de klemtoon én de situatie waarin je de zin gebruikt.

Wederkerigheid

Wil de zin effect hebben, is het allereerst géén dreigement of onderhandeling of aanbod. Nou ja, dat laatste wel een beetje. Maar niet in de zin van: pas als jij gaat luisteren, luister ik naar jou. Hell no, daar ben ik helemaal niet van. Wat ik mijn kinderen hiermee wil leren is respect, gelijkwaardigheid en vooral wederkerigheid.

Samen

In deze wereld ben je niet alleen. We zijn er samen. Ik ben er voor hen en doe voor hen wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Maar ik wil mijn kinderen ook leren dat zij hierin ook een verantwoordelijkheid hebben. Of je nu wel of geen autisme hebt. We moeten het samen doen.
Als je autisme hebt, is het niet vanzelfsprekend dat je zo maar oog hebt voor de behoeften van anderen. Dat dit niet vanzelfsprekend is, is niet erg. Je kunt het leren. 
Ik leer het mijn zoon door het voor te doen en hardop uit te spreken wat ik bedoel en waarom iets belangrijk is.

Luister

Naar elkaar luisteren, vind ik super belangrijk. Met luisteren bedoel ik ‘heb oog voor mijn wensen zoals ik oog heb voor jouw wensen”. Pubers zijn vooral gericht op hun eigen behoeften en dat hoort ook zo. Zo ontdekken ze de wereld en hun grenzen. En die grenzen krijgen ze o.a. van ons als ouders. Maar dat wil niet zeggen dat dit op een autoritaire manier moet gaan. Hoewel ik de ouder ben en niet een vriendin, streef ik er altijd naar om op een gelijkwaardige manier met ze te communiceren.

Sfeer

Ik probeer niet meteen te reageren maar eerst even tot me door te laten dringen wat ze van me vragen. Een paar seconden de tijd nemen om te beslissen hoe je wilt reageren levert echt rust op. Nogmaals, ik ben ook mens dus ook bij mij gaat het wel eens anders. Het is wel eens gebeurd dat hij met een voorstel kwam en dat ik reageerde met: ‘Nou ik dacht het niet!’. Het is wel een duidelijk reactie maar het bevordert de sfeer in huis niet echt, kan ik je zeggen.

Pubers

Zoals alle pubers, is ook mijn zoon het lang niet altijd eens met regels die wij stellen. Zoals op tijd gaan slapen en niet tot 3 uur ‘s nachts online zijn. Hij vindt dit overbezorgd en meent dat hij zelf kan bepalen hoe laat hij naar bed kan. Daar denk ik anders over en met reden, maar dan wordt deze blog veel te lang.

Ondanks dat we niet altijd dezelfde mening hebben, vind ik het heel belangrijk om naar hem te luisteren en soms mijn grenzen te versoepelen. En hem daarmee het vertrouwen te geven dat hij mag gaan uitproberen en ontdekken wat bij hem past. En dat is het moment dat ik tegen hem zeg: ‘Heb je het in de gaten? Ik luister naar je.’ Ik spreek het dus letterlijk uit. Dat is ook het moment dat hij zich bewust wordt van de ruimte die hij krijgt. En dat waardeert hij. En zo kreeg hij op een bepaald moment mijn toestemming om éénmalig met een online nachtelijk event mee te doen.

Zijn vraag eerst

Je leert hem de waarde van jouw gebaar als je de zin eerst gebruikt in een situatie wanneer je ingaat op zíjn vraag. Hij vraagt iets van je en je kijkt wat verantwoord is en geeft hem toestemming voor iets wat hij graag wil. Bijvoorbeeld in een vakantie tot een later tijdstip online zijn dan waarvoor je normaal toestemming zou geven. Geef aan dat het een uitzondering is. Je geeft daarmee ruimte en vertrouwen. De dag erna ga je met je kind kijken hoe hij het gedaan heeft. Toon belangstelling voor wat hij gedaan heeft en vraag waarom dit zo leuk was voor hem.

Goud

Geef hem een paar keer nét iets meer ruimte dan je normaal zou doen. Zodat hij kan gaan ontdekken. Bijvoorbeeld in een periode van een maand. Ik garandeer je dat er vervolgens vanzelf het juiste moment komt dat je hem kunt vragen: ‘Weet je nog? Ik heb …. (noem dat moment) naar jou geluisterd, luister je nu ook naar mij?’ Mijn ervaring is dan dat mijn kinderen dan zoiets hebben van ‘oh ja, dat is waar ook. Dan is het wel zo aardig als ik nu doe wat zij belangrijk vindt’. Die nadenkende blik en dan zijn commitment, dit moment is echt goud waard!

Ik had zo’n gouden moment komt dat mijn zoon in discussie probeerde te gaan over de tijdklok die er op het internet zit. Hij wilde voor altijd de tijdklok verder naar achter verzetten zodat hij altijd langer online kon zijn. Ik wilde dat niet. Toen ik zei: ‘Weet je nog dat je dat nacht event mocht doen? Toen heb ik naar jou geluisterd, luister jij nu dan ook naar mij? Vervolgens kwam die nadenkende blik en ging hij akkoord want hij wist best waarom die tijdklok erop zit. Hij weet ook dat wanneer hij onvoldoende rust krijgt, hij gezondheidsproblemen gaat krijgen. Maar ja, ‘s nachts doorgaan scoort veel beter bij vrienden dan aan moeten geven dat je voldoende rust nodig hebt en dus niet mee gaat doen met het nachtelijke event van World of Warcraft.

Wil jij nu ook werken aan een relatie die gebouwd is op wederkerigheid? Ga dan ook deze zin gebruiken: ‘Jij wil dat ik naar jou luister, luister je dan ook naar mij?’

Als moeder van een zoon met autisme en vervolgens als jongerencoach heb ik ontzettend veel gehad aan het boek Auticommunicatie van Collette de Bruin. Je koopt het boek Auticomminicatie via deze link. Een echte aanrader dus. Een van de technieken die ik daar geleerd heb, is het W.A.T-en. In deze blog lees je er meer over.


Schrijf je hier in voor de JHob inspiratiebrief en ontvang nog meer tips over omgaan met autisme en auti-communicatie.


In deze blog ga ik je uitleggen waarom jij je niet zou moeten aanpassen. Het is misschien tegendraads, maar dat is dan maar zo.

Als autismecoach hoor ik geregeld dat mensen verwachten dat autisten (of mensen met autisme, kies wat je fijn vindt) moeten leren om zich aan te passen. Want, zo wordt er gezegd, de maatschappij past zich niet aan jou aan. En dat klopt ook wel. De maatschappij als groter geheel zal zich niet zomaar aanpassen. Hoe meer ik leer over wat autisme betekent in iemands leven hoe meer ik ervan van overtuigd ben dat je je dus niet moet aanpassen. Ik zal het uitleggen.

Aanpassen

We passen ons allemaal wel eens aan. Je wilt snel brood halen maar er staan 3 mensen in de rij. Dan pas je je aan en je wacht. Of er wordt gestemd om te gaan eten bij de Chinees of bij de Griek en de meerderheid kiest voor de Griek terwijl jij naar de Chinees wilde gaan. Dan pas je je aan. Of je gaat niet mee, dat kan ook, maar is minder gezellig. En zo zijn er vast veel meer voorbeelden te noemen waarin ieder van ons zich aanpast. Dat is voor iemand met autisme niet anders.

Kantoortuin

Het gaat mij om aanpassen in andere situaties. Denk aan werken in een kantoortuin, samen lunchen in de kantine of samenwerken in een (te) grote groep. Dit zijn situaties die van belang kunnen zijn voor het dagelijks functioneren. Een kantoortuin is een onrustige omgeving om te werken. Het is een omgeving met veel visuele en auditieve prikkels die de concentratie verstoren en enorm vermoeiend kan zijn.

Heb jij last van visuele en/of auditieve prikkels? Ga dan niet akkoord met werken in een kantoortuin, ga je niet aanpassen. Ga ten minste in gesprek over de mogelijkheden om de prikkels zo veel mogelijk te reduceren. Anders kom je geheid iedere avond bekaf thuis. En dan moet je nog koken, opruimen… je ziet het voor je. Dit werkt niet. Het leidt tot overbelasting en uiteindelijk raak je uitgeput.

Waarom jij je niet zou moeten aanpassen

Wanneer je je altijd maar aanpast, niet alleen op het werk maar ook thuis, in relaties en bij familie, ben je aan het interen op jezelf. Je loopt zo grote kans op een autistische burn-out.
De term ‘autistische burn-out’ komt pas sinds kort terug in wetenschappelijke literatuur maar op social media lees je er al langer over. In 2020 is een onderzoek gepubliceerd over autistische burn-out. Co-auteur Dora Raymaker zegt hierover: ‘De autistische burn-out is al veel te lang een kwestie van onderbelichte en extreme urgentie.’ Ik ben het daar helemaal mee eens. Er mag meer aandacht voor komen en sterker nog aandacht hoe je een autistische burn-out voorkomt!
Lees hieronder verder wat een autistische burn-out is.

Autistische burn-out

Via deze link naar de NVA lees je meer over het onderzoek en vind je deze definitie van autistische burn-out:

‘de autistische burn-out is een syndroom dat ontstaat als het gevolg van chronische levensstress en een wanverhouding tussen verwachtingen en capaciteiten, waarbij er onvoldoende ondersteuning is. Het wordt gekenmerkt door alomtegenwoordige, langdurige (meestal meer dan drie maanden) uitputting, verlies van vaardigheden en verminderde tolerantie voor prikkels’.

Chronische levensstress dus

Ik ben ervan overtuigd dat – zoals je een gewone werk gerelateerde burn-out kunt voorkomen – je ook een autistische burn-out kunt voorkomen. Het hoeft niet eens zo heel moeilijk te zijn om chronische levensstress een heel eind te reduceren maar het vraagt wel lef. Vooral het lef om te onderzoeken wat jij nodig hebt om fijn te kunnen werken én het lef om voor jezelf op te komen.
Jij mag zijn wie je bent, en ik hoop van harte dat je daar al van overtuigd bent.

De oplossing

Het ontstaan van problemen rondom chronische levensstress heeft te maken met sociale interactie & communicatie, prikkelverwerking en veranderingen . Men stelt dat: ‘de stress die mensen met autisme op deze gebieden ervaren, keert regelmatig op dagelijkse basis terug en is in grote(re) mate aanwezig op de werkvloer’. (zie website NVA)
Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je je steeds maar aanpast, die stress ook steeds verder oploopt. De oplossing is eenvoudig: stop met (steeds) aanpassen.
Sterker nog; start je loopbaan goed en ga niet beginnen met aanpassen.

Nooit meer aanpassen?

Het is natuurlijk utopisch om te denken dat je je als mens met autisme nooit meer zou hoeven aan te passen. Maar laten we kijken naar wat er wel kan.

Volgens mij hoef je je minder aan te passen als je:

  • weet wat je behoeften zijn en waar je last van hebt
  • in staat bent om te verwoorden wat je nodig hebt
  • woorden hebt om uit te leggen wat iets voor jou betekent
  • helder hebt in welke werkomgeving jij tot je recht komt
  • een manager hebt die jou snapt
  • begripvolle collega’s hebt
  • helder hebt wat jouw talenten zijn.

Talenten

Het start met de overtuiging dat je mag zijn wie je bent. Jij met al je talenten hebt een werkgever veel te bieden. Dan mag je er ook iets voor terug vragen! Bijvoorbeeld meer thuiswerken, een rustig moment om te lunchen of een op maat gemaakt inwerkprogramma.
Of je start voor jezelf, waardoor je zelf veel kunt bepalen. Wordt zelfstandig ondernemer! Als het bij je past natuurlijk.😉 Dat spreekt vanzelf.
Ga dus op onderzoek uit en krijg helder wie je bent, wat je kunt en wat je nodig hebt. Dat is volgens mij het grootste deel van de oplossing.

Als studie- en loopbaancoach kan ik je helpen bij je onderzoek. Graag zelfs. Ik vind het geweldig om te zien hoe mensen verrast worden door de hoeveelheid talenten die ze blijken te hebben. Het zijn er namelijk altijd meer dan je denkt. Als coach ben ik aangesloten bij Kickor, een platform voor (jongeren)coaches. Ik gebruik tijdens de coaching een wetenschappelijk onderbouwde onderzoek, de Talentenscan. Via deze link lees je meer over talentenscan.
Dus geef je zelfvertrouwen een boost en meld je aan hier voor een coachtraject

Wil je eerst wat meer over mij te weten komen? Check dan hier mijn missie, wat ik doe en wat ik zoal gedaan heb.

Ps: Wat mij betreft ga je ook niet meer naar die familieverjaardag waar ome Gerrit flauwe grappen maakt en je niet ontkomt aan die natte kus van tante Tineke. Binnenkort moet ik ook daar maar eens een blog over schrijven.

Ik zou het supertof vinden als je jouw mening hieronder in een reactie zet. Dit onderwerp verdient namelijk alle aandacht. En de discussie mag ook echt gevoerd worden. Hoog tijd!

Via Instagram kom ik in contact met allerlei mooie mensen. Mensen zoals Leonie. Leonie heeft autisme en is ruim 22 jaar werkzaam in de gehandicaptenzorg. Eerst als woonbegeleider, daarna als bewegingsagoog.

De diagnose autisme

Na jaren zoeken, piekeren en therapie blijkt in februari 2020 dat er een verkeerde diagnose gesteld is en Leonie een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) heeft. Nog steeds heeft Leonie er moeite mee om geassocieerd te worden met die verkeerde diagnose. En daarom noem ik die ook niet. Wetende dat vrouwen vaker eerst een verkeerde diagnose krijgen, vraag ik me meteen af hoeveel vrouwen hier hetzelfde instaan als Leonie. Je zult maar een diagnose krijgen waar je je zelf niet in herkent maar wel jarenlang gezien wordt als iemand met…. Nou ja vul maar in.

De diagnose autisme is in de eerste instantie wat onwennig voor Leonie maar ze verdiept zich in de vele aspecten van autisme en er vallen steeds meer puzzelstukjes op zijn plaats. Waarom ze anders is dan anderen, waarom ze in jaar jeugd niet genoeg voor zichzelf opkwam en waarom een fulltime baan niet bij haar past.

Het interview

Het leek Leonie wel prettig om de interviewvragen van tevoren te weten, dus die heb ik haar een paar dagen van tevoren gemaild. Wanneer we elkaar treffen bij de Oranje-rie Rosendeal in Arnhem (wat trouwens een geweldige locatie  is!) maak ik al snel kennis met één van haar kwaliteiten als ze vertelt van schrijven te houden. Ze kon het dan ook niet laten om de vragen op papier te beantwoorden. ‘Tja’, zegt ze dan schouderophalend ‘Dat ben ik’.
En ik denk dan: Wat mooi!

Het duurt even voordat we aan de vragen toe komen, want er valt genoeg te kletsen. Niet over koetjes en kalfjes, no way. Maar wel over de gehandicaptenzorg, waar we allebei al heel lang aan verbonden zijn. Zij dus als bewegingsagoog en ik als trainer voor de Academie voor Zelfstandigheid.

Op de eerste vraag ‘Wat zijn de kenmerken vanuit het autisme waar jij baat bij hebt in de uitvoering van je werk’ heeft Leonie als antwoord opgeschreven:

  • Ik ben geduldig met cliënten.
  • Elke cliënt is even belangrijk.
  • Ik observeer zowel cliënten als begeleiding en als mij iets opvalt, dan vraag ik ernaar waarom iets op een bepaalde manier gebeurt.
  • Ik analyseer, bij agressie bespreek ik altijd mijn eigen handelen en ga na wat ik eventueel anders zou kunnen doen.

Wat een mooie talenten zie ik hier in terug.

Geduldig, loyaal, observeren, analyseren en reflecteren.
Uit haar verhaal blijkt dat Leonie zich echt verbonden voelt met de cliënten. Of die zich nu makkelijk laten begeleiden of niet. Leonie houdt ervan, want dat maakt het vak van bewegingsagoog iedere dag anders.

Daar praten we nog even over door, want is iemand met autisme niet heel erg gebaat bij structuur en weinig veranderingen? Is het juist niet lastig om te schakelen voor iemand met autisme? Dat is dus niet altijd zo.
Leonie vertelt dat zij de rust en structuur haalt uit het dagelijks programma. De dag mag steeds anders ingevuld worden, als ze aan het begin van de dag maar helder krijgt wat zij te doen heeft die dag.

Zoals duidelijkheid over welke cliënten ze onder haar hoede gaat nemen en welke activiteiten er voor die cliënten op het programma staan. Is dat helder, dan is Leonie prima in staat het wisselende gedrag van de cliënten te begeleiden. Met cliënten naar buiten gaan om te wandelen en te fietsen is hierin toch wel favoriet.
Niet alleen vanwege de activiteit zelf maar ook vanwege het buiten zijn. Buiten zijn minder prikkels en buiten kan Leonie juist weer ontladen. Zo blijft ze in balans en kan ze haar werk goed doen.

Observeren

Wanneer we het hebben over het observeren benoemt ze 2 verschillende situaties.

  • Observeren van cliënten en inspelen op de situatie
  • Observeren van collega’s wanneer zij cliënten begeleiden.

Een bekende eigenschap die je vaak tegenkomt bij autisme is oog voor detail. En dat heeft Leonie ook. Dit komt goed van pas als ze cliënten observeert en door dat oog voor detail ziet zij veranderingen in mimiek en lichaamstaal  van de cliënt. Wanneer een cliënt spanning opbouwt, gebeurt dat om een reden. En wanneer een cliënt die spanning niet meer kan reguleren en dit uit door agressie, heeft dat dus ook een reden. Maar door tijdig op de signalen van cliënten te reageren, kun je agressief gedrag dus vaak voor zijn. Niet altijd, maar vaak wel.

Leonie kijkt dus ook hoe collega’s hun werk doen. Kijken naar elkaar en vragen stellen, daar leer je van is haar uitgangspunt.

Autisme heeft ook zijn lastige kanten in het werk. Neem nu een teamuitje. Leonie vindt de activiteit op zich vaak leuk maar de informele praatjes op zo’n dag dus helemaal niks! Ze heeft geen gesprekstof en vindt het lastig om mee te praten met onderwerpen waar anderen het over hebben.
Hetzelfde doet zich voor tijdens een vergadering. Ze heeft wel inbreng maar vaak te laat. Het onderwerp waar ze iets over wil zeggen is dan al afgerond. Grapjes die gemaakt worden kosten veel energie om die te analyseren en te duiden. En als de agendapunten door elkaar besproken worden, dan is haar concentratie binnen no time verdwenen.

Geconcentreerd of chagrijnig?

Leonie laat zich goed lezen. Dat wil zeggen dat als ze geconcentreerd is of ze doet vreselijk haar best om geconcentreerd te blijven, dan staat haar gezicht op standje chagrijnig. Wat ze dus helemaal niet is. Meestal hebben haar collega’s daar wel begrip voor, maar niet altijd. Dan is het wel even pittig.

Eén collega ziet haar juist eerder dan de rest. Die ziet aan haar gezicht wanneer het Leonie eigenlijk teveel is. Die stuurt haar dan gerust naar buiten om weer te ontladen en tot rust te komen.
Heeft Leonie haar overprikkeling in de gaten, dan onderneemt ze zelf actie ‘Ik loop even weg uit de drukte’. Zegt ze dan tegen haar collega en die weten dan dat ze een moment rust nodig heeft.

bewegingsagoog, autisme

Wie dus denkt dat mensen met autisme het best tot hun recht komen in de ICT of in een baan waar ze repeterend werk kunnen doen ‘omdat ze structuur nodig hebben en niet makkelijk kunnen schakelen’; tadaaaá….
Dat hoeft dus niet zo te zijn!
Iedereen kan werk doen wat hij of zij leuk vindt. Het is de kunst om van jezelf te leren kennen wat je nodig hebt en je weg hierin te vinden tijdens een studie of in je werk.

En last but not least een werkgever en een team die met je mee willen denken en die jou jezelf laten zijn. Dat vraagt dan wel openheid van jou. Vind je dat lastig? Ik help je er graag mee. Het is vaak een drempel die je over moet. Maar ben je die eenmaal over, dan valt er een belangrijke stressfactor weg: Je hoeft niet meer te doen alsof.

Diverse opleidingen

Denk je erover om in de gehandicaptenzorg te gaan werken? Onderzoek dan eens of de opleiding Maatschappelijke Zorg iets voor jou is. Je kunt de opleiding volgen bij een ROC bij jou in de buurt.
Lijkt het je wat om bewegingsagoog te worden? Kijk dan bij de opleiding CIOS. CIOS staat voor Centraal Instituut Opleiding Sportleiders. Met een CIOS diploma kun je ook doorstuderen aan de ALO, Academie voor Lichamelijke Opvoeding of Sportkunde.

3 Tips van Leonie

En overweeg je om een opleiding te gaan doen? Dit zijn de 3 tips van Leonie:

  1. Volg je hart, als je iets graag wil, dan zal het ook lukken. Misschien met wat obstakels, maar je kunt meer dan je denkt. Er zijn verschillende wegen die je naar je doel kunnen leiden. Geloof in groei, hoe groot of klein de stappen ook zijn. Subdoelen brengen je naar een doel dat je voor ogen hebt.
  2. Laat je vooral horen als je ergens tegenaan loopt en spreek je uit waar je ondersteuning in nodig hebt. Schroom niet om hulp in te schakelen, je hoeft het niet alleen te doen.
  3. Blijf vooral jezelf en ontwikkel je eigen authentieke manier van omgang met de doelgroep waar je mee wil gaan werken.

Als ik jouw verhaal ook mag vertellen, stuur me dan een mail. Zo groeit het aantal verhalen en kunnen we samen jongeren inspireren die nog op zoek zijn naar informatie.
Via dit contactformulier kun je je opgeven en ik neem snel contact met je op. Ik ben altijd op zoek naar verhalen van mensen met autisme die studeren of een beroep uitoefenen. Er kunnen wat mij betreft niet genoeg verhalen verteld worden. Voel je dus welkom.
Mocht je het eng vinden om geïnterviewd te worden, ik stuur je de vragen van tevoren per mail. Zodat je weet welke vragen ik ga stellen en je er eerst rustig over na kunt denken.

Als studiekeuze coach voor jongeren met autisme zoek ik naar mooie verhalen. Het liefst positieve verhalen.
Verhalen met echte mensen met echte beroepen.
Beroepen waarvoor je als persoon met autisme ook kunt kiezen.

Je wilt toch een studie waar je blij van wordt!

Gelukkig gaan steeds meer decanen, docenten en andere professionals inzien dat mensen met autisme niet allemaal techneuten zijn. En dat niet iedereen met autisme geïnteresseerd is in cijfers en analyseren. Maar er zijn helaas nog steeds te veel professionals die niet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen rondom het autisme spectrum stoornis. En daarmee krijgen nog veel jongeren verkeerde studieadviezen.

Missie

Het is mijn missie om jongeren met autisme zo te ondersteunen dat ze zelf op onderzoek uitgaan en met vertrouwen een studie kiezen waar zij blij van worden. Met deze serie blogs toon ik aan dat mensen met autisme prima kunnen werken in beroepen die je misschien niet verwacht. Of studies volgen die je misschien niet verwacht, zoals dramatherapie. En studie vol met sociale contacten.

Julia

Voor de blog-serie over beroepen was ik eerder al in gesprek met Natascha die leerkracht is in het basisonderwijs en met Marguerite die als acquisitieregisseur voor een bank werkt. Deze keer ben ik in gesprek met Julia (21). Deze kanjer studeert dus Dramatherapie, zit in het 3e jaar en loopt stage in de Verslavingszorg.

Is de opleiding Dramatherapie passend voor iemand met autisme?
Studeren met autisme, maak je dromen waar!

Wat eraan vooraf ging

Ergens in maart 2021 word ik benaderd door Julia of ik haar enquête wil invullen. Ze doet een onderzoek voor haar opleiding en zoekt mensen die autisme hebben of ouder zijn van iemand met autisme of hulpverlener zijn voor mensen met autisme.
Vorig jaar heb ik zelf een onderzoek gedaan met dezelfde doelgroep. Je leest er meer over in de blog Is een studie kiezen lastiger met autisme? Natuurlijk help ik graag een medeonderzoeker, dus ik vulde haar enquête in.

Julia: ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan’

En als ik later in een post een oproepje doe omdat ik mensen zoek om te interviewen voor mijn serie blogs over beroepen, reageert Julia met ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan (een stage, maar dat is ook een werkplek!) en in het verleden ook veel bijbaantjes gehad. Dus als je wil mag je mij zeker interviewen. Lijkt me heel leuk’.
Nou, mij ook!

Julia’s Diagnose

Ze was 17, bijna 18 jaar toen ze de diagnose kreeg. Julia was eigenlijk wat verbaasd. Wat ze van autisme wist, gaf het beeld van een star, weinig sociaal persoon. Dat was zij helemaal niet! Ze ging erover lezen en ontdekte dat autisme veel verschillende uitingsvormen heeft. Bij de één uit het zich anders dan bij de ander. Bij mannen anders dan bij vrouwen. Het autistisch brein blijkt een bijzonder brein.

Medicatie

Op de vraag ‘Welke kenmerken vanuit het autisme herken jij in jezelf?’ antwoord Julia dat prikkeling-verwerking een rol bij haar speelt. Ze krijgt er medicatie voor en daarmee kan ze overprikkeling wat vaker voorkomen. Julia is auditief gevoelig en met de medicatie komen sommige geluiden wat minder hard binnen. Medicatie helpt ook om dingen wat meer op een rijtje te krijgen en dat is helpend bij het overzicht houden. Prikkels komen iets minder heftig binnen en door de medicatie kan ze die dan iets makkelijker filteren.

Plannen

Julia is één van die mensen die na een intensieve dag meer hersteltijd nodig heeft dan iemand die geen auti-brein heeft. Dat betekent dus goed kijken naar belastbaarheid en goed plannen. En niet in één week 3 deadlines proberen te halen, want dat gaat niet werken. En als je dit koppelt aan Julia’s streven naar perfectie, snap je dat goed plannen een zoektocht blijft.

Passie

De weg die Julia’s zus bewandeld heeft rondom haar studiekeuze, gaf Julia het inzicht dat zij het anders wilde aanpakken. Haar zus koos in de eerste instantie voor een ‘veilige’ studie. Ze switchte van opleiding en slaagde glansrijk. Daardoor wist Julia ‘Ik ga direct kiezen voor iets waar mijn hart ligt’.

Julia: ‘Ik geloof er heel sterk in dat als je kiest voor iets waar jij warm van wordt, een studie veel meer slagingskans heeft’

VWO diploma en toch niet naar de universiteit

Julia heeft het VWO afgerond met prima cijfers. Het leek er dus op dat ze voor een WO studie zou gaan kiezen. ‘Maar na mijn VWO had ik geen zin om nog 6 jaar met de neus in de boeken te zitten. Ik wilde resultaat zien van mijn werk en iets voor andere mensen betekenen’. En dat is ze gaan doen. Haar eerste keus was een opleiding tot Docent Theater. Julia deed auditie en kwam ver in het selectieproces. Ze werd het nét niet.

Plan B

Het wordt uiteindelijk plan B, haar tweede keus: de opleiding Vaktherapie met als uitstroomvariant Dramatherapeut. Ze had ook kunnen kiezen voor Beeldend therapeut of Psychomotorisch therapeut. Maar ze heeft voor drama gekozen. Achteraf is Julia juist blij dat het deze opleiding is geworden en niet de opleiding Docent Theater. Ze merkte dat er bij de opleiding Dramatherapie ruimte is om fouten te maken en het oké was om je kwetsbaar op te stellen. Dit in tegenstelling tot de kunstacademie waar je je steeds van je beste kant moet laten zien.

Autisme & studeren

Julia is perfectionistisch. Voor haar betekent dit dat ze alles in één keer wil behalen en ook nog met heel goede cijfers. En dat lukt haar ook. Aan de ene kant vindt ze het leuk om met haar opdrachten bezig te zijn. Aan de andere kant merkt Julia dat ze er ook erg veel tijd in steekt. Soms wat te veel.

Julia: ‘Als je aan mij een opdracht geeft, dan ga ik er helemaal voor. Je mag verwachten dat het heel goed wordt gedaan. Ik ga niet voor minder.

In de klas voelt ze zich op haar gemak. ‘Iedereen weet dat ik autisme heb’ geeft Julia aan. Medestudenten en leraren zijn gericht op mentale gezondheid en zijn daarmee geïnteresseerd in het thema autisme. Dat helpt Julia om zich op het gemak te voelen in de groep.

Cliënten met autisme

Julia komt in haar opleiding ook cliënten met autisme tegen. Ze is ervaringsdeskundig dus ze kan haar eigen ervaringen inzetten en sluit daardoor goed aan bij cliënten met autisme. Ook haar medestudenten leren van haar wat het betekent om autisme te hebben.

Een rollenspel is een werkvorm die een dramatherapeut in kan zetten bij de begeleiding van een cliënt. In de opleiding oefen je dat geregeld. Julia is creatief en speelt een scene soms heel anders dan verwacht, waardoor zij laat zien dat ze echt out of the box kan denken.

Wat maakt de stage tot een succes?

Julia loop stage in specialistische GGZ verslavingszorg. Daar komt ze ook geregeld cliënten tegen die ook autisme hebben. Julia snapt als geen ander hoe autisme belemmerend kan werken, maar ook waar de kansen zitten. Als het een functie heeft vertelt Julia aan een cliënt dat ze zelf autisme heeft. Dit is voor haar echt een oefening in afstand en nabijheid. Want wat vertel je wel en wat niet? De begeleiding moet tenslotte wel professioneel zijn.

Stagedoelen

Een van de doelen tijdens haar stage is: meer contacten leggen met collega’s. En dat is best nog een pittig doel om te behalen. Wanneer je aan Julia vraagt hoe ze denkt over koetjes-en-kalfjes-gesprekken, zal ze aangeven dat ze daar niet zo veel voor voelt. Sarcastische grapjes vindt ze ook niet echt geweldig. Analyseren wat iemand precies bedoelt en hoe je daar op moet reageren, kost haar veel energie. Toch wordt er als collega wel één en ander van haar verwacht. Gelukkig heeft Julia een fijne stagebegeleider. Eéntje die Julia haar grenzen laat opzoeken maar haar niet pusht om óver die grens heen te gaan. Zo kan zij veilig oefenen en leren.

Grenzen

Ze bespreekt bijvoorbeeld dat ze heel zelfbewust wordt in sociale situaties. Wat wordt er van je verwacht en hoe reageer je? Daar denkt ze dan verder over na. Zelfs over hoe je een boterham vasthoudt wanneer je samen met collega’s luncht. Dit houdt haar wél bezig maar dit bespreekt ze natuurlijk niet met haar stagebegeleider. Er zijn grenzen 😉

Vertrouwen op je gevoel

Julia wordt ontzettend zenuwachtig bij nieuwe dingen. Om het toch te gaan doen, moet ze zich echt over die  zenuwen heen zetten. Ze zegt hierover: ‘Ook al gaat het niet precies zoals ze verwacht, tegenwoordig denk ik ‘IK RED ME WEL 💪🏽’.
Ze wil nog meer leren om op haar gevoel te vertrouwen. Lukt dat en het blijkt te werken, dan is ze helemaal happy.

Dromen

Dramatherapie studeren en autisme hebben, het is dus een prima combinatie. In ieder geval voor Julia. Het bewijst wel dat er veel meer mogelijk is dan je soms denkt en dat je je dromen kunt waarmaken. Om dat te kunnen doen heb je vooral inzicht nodig:

  • Inzicht in je talenten
  • Inzicht in wat je nodig hebt
  • Inzicht in wat je belangrijk vindt

En ook dat is minder ingewikkeld dan je denkt. Ik help je er graag mee.
Met een talentenscan kom je al een fikse stap dichterbij. Hier lees je er meer over.

Weet je wat?
App meteen voor een gratis kennismaking:
☎ 0640848947
of stuur een mail naar:
📧 info@jhob.nl

Op de hoogte blijven?
Volg mij op Instagram

Tja, wat ís een Acquisitieregisseur eigenlijk en hoe word je dat?
Laatst las ik een stuk in de krant over studenten die enorm twijfelen aan zichzelf en aan hun opleiding. Ze stellen zichzelf vragen als ‘Waar doe ik het voor, leer ik wel genoeg en vind ik straks wel een baan?’

Ik denk dat dit niets nieuws is. Studeren in Coronatijd is bagger. En toch zal er een beter tijd aanbreken. Daar ben ik van overtuigd. De vragen die jongeren zichzelf stellen zijn van alle tijden, alleen komt dit nu zo veel in de media dat je bijna gaat denken dat het nieuw en niet te doen is. We leven inderdaad in een rare tijd. En ja, we krijgen we een bak ellende over ons heen. Lockdown, rellen, eenzaamheid en verrekt weinig goede voorbeelden.

En dan vraag ik me af: Als je geen mooie verhalen leest, geen goede voorbeelden krijgt, hoe kun je je dan een beeld vormen van een positieve toekomst?

Geen wonder dat je als jongere de moed in de schoen zinkt. Maar er zijn wel degelijk goede vooruitzichten. Als je kijkt naar eerdere nare perioden in de wereld, blijkt dat het daarna altijd weer beter gaat. En dat gaat deze keer ook gebeuren, ik heb er alle vertrouwen in. Opbouw na een nare periode biedt altijd weer nieuwe kansen. Ook voor jou!
En om te laten zien dat er mooie verhalen zijn ga ik in gesprek met volwassenen die ondanks of dankzij (dat verschilt) hun autisme een beroep hebben waar ze zich helemaal in thuis voelen.

Marguerite

Deze keer spreek ik met Marguerite en zij is acquisitieregisseur bij een bank.
Marguerite is 46 jaar, getrouwd en heeft 3 kinderen, waarvan één zoon autisme heeft. Marguerite heeft een niet aangeboren hersenletsel (NAH) en sinds 4 jaar weet ze dat ze autisme heeft.

Acquisitieregisseur???

Zelf heb ik nog nooit van het beroep acquisitieregisseur gehoord en alleen daarom al ben ik benieuwd. Marguerite vertelt:
‘Een acquisitieregisseur maakt berekeningen, plant afspraken in en ondersteund hypotheek adviseurs. Een ander woord voor acquisitie regisseur is hypotheekassistent. We hebben een team van hypotheekassistenten. Het team zorgt ervoor dat de hypotheekadviseurs hun werk goed kunnen doen’.

Het interview doen we via Teams en het valt me op dat op de wand achter haar een groot bedrijfslogo te zien is. Dus ik vraag haar waar ze haar werk doet.
Marguerite: ‘Ik werk  nu 11 maanden vanuit huis en ik vind het heerlijk dat thuiswerken. Ik bloei echt op. Mijn hobby is ballet en mijn werkruimte is makkelijk om te zetten naar een dansstudio waar ik samen met mijn dochter dans’. Ze voegt eraan toe: ‘Het logo dat je ziet staat op een banner en daarmee kan ik de dansruimte goed afbakenen van mijn werkruimte’.
En ik denk: Lekker praktisch!

Hoe Marguerite acquisitieregisseur werd

Ik ben dus benieuwd hoe Marguerite ertoe gekomen is om acquisitieregisseur te worden.
Ze antwoord: ‘Eigenlijk ben ik er in gerold. Ik heb Frans gestudeerd maar ben uiteindelijk gestopt met mijn opleiding omdat ik niet goed kon uitleggen waarom ik bepaalde grammatica gebruikte. Vlak nadat ik gestopt was gingen we verhuizen en ik wilde mijn brood verdienen. Via via hoorde ik van een vacature bij de bank en heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. Gewoon op basis van mijn HAVO-diploma. Ik werd aangenomen op het Customer Contact Center en deed vooral telefonisch werk. Vervolgens heb ik allerlei bedrijfsopleidingen gedaan en ik ben inmiddels ook Autisme Ambassadeur binnen het bedrijf.

Voordelen van autisme

Marguerites autisme biedt allerlei voordelen bij het werk wat ze doet. Zo ziet ze snel structuur, kan zij snel vooruit denken en pakt dingen gestructureerd aan. Niet dat dit altijd makkelijk is maar het is wel belangrijk voor haar dus maakt ze van structuur aanbrengen een prioriteit.
Daarnaast vindt ze het heel erg leuk om te leren en om die vakkennis te delen met collega’s en klanten. Ze wordt regelmatig gebeld door een collega om te sparren over een vraagstuk. Maar ook daar moet ze alert zijn dat ze niet overvraagd wordt. Dan zou ze niet meer aan haar eigen werk toekomen en dat levert weer overprikkeling op.

Die prikkelgevoeligheid is bij het thuiswerken een stuk minder dan tijdens werken op kantoor. Marguerite weet wat ze nodig heeft en heeft dat ook bespreekbaar gemaakt. Op de bank wordt er gewerkt in een kantoortuin, wat niet bepaald prettig is voor Marguerite. Er wordt met haar meegedacht en daarom heeft ze een eigen plek, terwijl anderen allemaal een flexplek hebben. Haar eigen plek is afgebakend met een roomdevider waardoor haar gezichtslijn ingeperkt is en dus rustiger.

Schakeltijd & prikkels

Tweede aanpassing is dat er slechts één collega naast haar kan zitten en dat dit meestal dezelfde collega is. Het helpt allemaal om het aantal prikkels te minimaliseren. Marguerite heeft schakeltijd nodig en die verschilt per situatie. En sinds haar hersenoperatie is de prikkelgevoeligheid voor geluid verergerd. Zo heeft ze een hekel aan schelle geluiden. Haar danslerares zorgt ervoor dat de muziek niet te hard staat, want een toontje scheller doet Marguerite echt pijn aan haar oren. Zoó irritant!

Structuur

Om Marguerite nog prettiger te laten werken, is afgesproken dat zij alleen warm klantcontact heeft. Dat betekent dat de klant weet dat ze gebeld gaan worden en Marguerite kan zich dus voorbereiden op de vraag. Daarnaast heeft Marguerite ook een vaste structuur in de vragen die ze gaat stellen. Niet dat er nooit een onverwachte vraag voorbij komt, maar door de structuur is er al veel voorspelbaar. En dat is fijn!
De structuur van vragen heeft ze in een sjabloon verwerkt en zo heeft ze een handig hulpmiddel bij het stellen van de vragen én het rapporteren van het gesprek. Het sjabloon wordt inmiddels door meerdere collega’s gebruikt.

De voordelen van haar autisme levert niet alleen een fijne samenwerking op met collega’s maar ook complimenten van de skill coach. De bank werkt met zelfsturende teams die ondersteund door coaches. Die skill coach dus.
Voordat Marguerite prettig kan samenwerken is het belangrijk dat nieuwe collega’s de tijd nemen om haar te leren kennen.

Marguerite vertelt

Marguerite: ‘Een jaar of tien geleden kreeg ik een nieuwe collega die vond mij maar een rare. Tijdens een grote bijeenkomst van het werk ging ik helemaal vooraan zitten. Dat doe ik omdat ik dan minder afgeleid word en beter kan luisteren. Dat vond die collega raar’. Daarnaast kan ik rechtstreeks zijn in mijn communicatie naar collega’s. Dat komt dan bot over. Die nieuwe collega moest echt aan mij wennen en toen dat gebeurd was zag ze de top collega’.

‘Gun de ander een inkijk je in jezelf en de tijd om aan jou te wennen’ voegt Marguerite toe. Bijvoorbeeld door een presentatie over jezelf te geven tijdens één van de eerste vergaderingen die je hebt met je collega’s. Een presentatie waar je vertelt over je autisme, je kwaliteiten en wat je van je collega’s nodig hebt. En een stukje over ‘waar kun je mij voor vragen’. Lekker concreet en je collega’s weten meteen waar ze aan toe zijn.
Marguerite heeft op haar beurt ruimte en respect nodig van haar collega’s. Ruimte om zichzelf te mogen zijn en om aan te geven wat ze nodig heeft. Ze hoopt dan op de flexibiliteit van haar collega’s want wat ze vandaag nodig heeft kan anders zijn dan wat ze morgen nodig heeft. Tot nu toe gaat dat erg goed.

Op mijn vraag: ‘Hoe zorg jij goed voor jezelf zodat je werk en gezin kunt combineren, op zo’n manier dat je plezier houdt in je werk?’ gaf Marguerite als antwoord:

‘Ik heb een ambulant begeleidster die iedere week komt. Dit is geregeld vanuit de WMO. Daarnaast heb ik een thuishulp voor het huishouden. De ambulant begeleider is maar een appje weg en zo kan ik altijd even iets overleggen. Zij gaat mee naar de school van de kinderen maar bijvoorbeeld ook naar bijzondere afspraken zoals de kaakchirurg.
En ik heb een budgetcoach die me helpt met financiële zaken. De oudste kinderen zijn inmiddels de deur uit en het is thuis een stukje rustiger. We zijn nu op zoek naar een pup die we willen opleiden tot autisme hond’.

Als afsluiting wil Marguerite graag deze tip aan jongeren meegeven:
Probeer geen voorop gezet plan te maken om toe te werken naar een bepaald beroep. Stap voor stap kom je er wel.
Waar ik aan toe wil voegen:
Ga studeren wat je leuk vindt, ga dingen doen waar je blij van wordt, dan komt de volgende stap vanzelf.

Wat doet een acquisitieregisseur en hoe word je dat
Waar word jij blij van?

Wil je wat positiever naar de toekomst kunnen kijken als het gaat om beroepen of werk? Ga dan eens in gesprek met je ouders of de ouders van je vriend of vriendin. Vraag hen naar hun beroep en wat ze zoal gedaan hebben. Je zult zien dat er meer mogelijk is dan je denkt, dat je vaker hoort dat mensen ‘erin gerold’ zijn en dat ze op hun 20e geen idee hadden welk werk ze op hun …. (vul leeftijd in) zouden doen. Dus jij hoeft nu ook nog niet precies te weten wat je de rest van je leven gaat doen. Dat kan ook niet. Zoals Marguerite zegt: ‘Stap voor stap’.

Je hoeft het niet alleen te doen. Ik help je er graag mee. Een Talentenscan is één van de mogelijkheden. Wil je weten of ik jouw vraag kan beantwoorden? Neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Kom je een beroep tegen waarvan je zegt ‘Dáár zou Joyce een blog over moeten schrijven!’
Of wil je weten of je een bepaald beroep kunt uitoefenen als je autisme hebt? Let me know! Dan ga ik op zoek naar iemand die ik kan interviewen.

Wist je dat je met autisme prima kunt werken in het basisonderwijs? Natasja vertelt erover. Lees hier de blog Autisme en leerkracht worden, kan dat wel?

Wil je JHob volgen via Facebook? Klik op deze link.