Laatst las ik een kort artikel van schrijfster Evelyne Meens. Het gaat over de vergelijking tussen feedback en spinazie tussen je tanden. De titel alleen al wekte mijn nieuwsgierigheid. Vorig jaar heb ik een webinar gevolgd dat zij gaf over haar boek Een leven lang kiezen. Evelyne Meens werkt als onderzoeker en expert Studie(keuze)succes bij Fontys.

De titel van haar artikel luidt dus: Spinazie tussen je tanden.
De inleiding gaat zo:

Feedback. Het is net als spinazie tussen je tanden. Het is goed dat iemand er iets van zegt, maar aan de andere kant had je het liever niet gehoord….

Ik was meteen getriggerd, want dit is zó waar!

Spanning

Ook ik voel een zekere spanning als ik om feedback ga vragen. Want ja, wat ga ik te horen krijgen? Je wil het liefst horen dat je het fantastisch hebt gedaan. Dat is natuurlijk superleuk maar wat schiet je daar mee op? Behalve als je meer zelfvertrouwen wil opbouwen natuurlijk. Maar als je wil groeien als presentator, trainer of voorzitter en er wordt gezegd dat je het goed deed en dat ze geen suggesties hebben? Dan kom je dus geen stap verder.

Zure appel

Het is niet alleen spinazie tussen je tanden maar ook een zure appel. Je moet er even doorheen bijten en dan blijkt hij harstikke lekker te zijn. Die appel dan. Feedback is vooral lekker bruikbaar.

Twee voorbeelden waar je feedback zou kunnen gaan geven

Stel je voor dat je merkt dat een collega geregeld na werktijd mails verzend. Je collega werkt dus langer door dan jij. Jij vindt langer doorwerken voor een keer niet erg, maar de balans werk en privé moet wel goed blijven. En daar maak je je zorgen om.

Of deze:

Tijdens het overleg van de projectgroep merk je dat een collega je niet laat uitpraten. Jullie zijn het niet altijd met elkaar eens. Maar het komt niet tot een goede discussie omdat jij de kans niet krijgt om uit te praten. Je baalt er wel een beetje van.

Bijt jij in die zure appel?

Herkenbaar? We komen allemaal wel eens situaties tegen met collega’s waar we van balen of die irritaties oproepen. De vraag is alleen; Laat je het erbij zitten of ga je er wat mee doen? Heb jij het lef om in die zure appel te bijten?

Feedback géven

De één is vaardiger in het feedback geven dan de ander. Het vraagt oefening dus gaat het ook wel eens mis. Dat moet natuurlijk mogen. Het mooiste is als je als team besluit om hier vaardiger in te willen worden.
Van feedback ga je groeien en daarom geef ik je graag wat tips:

  • Vertel je collega’s dat je wil groeien in het geven en/of ontvangen van feedback
  • Vorm met elkaar een groep die elkaar gaat ondersteunen hierin
  • Geef een compliment of positieve feedback in gezelschap maar geef negatieve feedback altijd 1 op 1!
  • Stel met elkaar feedback regels op waar je allemaal achter staat. Internet staat er vol mee.
  • Start met de basis: bouw aan een fundament van veiligheid. Is dat fundament er nog niet? Schakel dan een coach in.
  • Ga na welk gevoel het gedrag van de ander bij jou oproept en benoem dat in je feedback.
  • Geef een ik-boodschap en pas op voor verkapte jij boodschappen.

Woorden van gevoel

Een belangrijke regel om feedback te geven is: Houd het bij jezelf en geef een ik-boodschap. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Jaren geleden zei iemand tegen mij: Ik heb een ik boodschap gegeven, want ik zei nog ‘ik vind het respectloos dat je…..’  (vul maar in). Lieve mensen, dit is geen ik boodschap maar een dikke vette jij-boodschap. Hiermee zeg je: jij bent respectloos. Geen wonder dat de ander meteen gepikeerd is!

Je geeft een ik-boodschap als je kunt vertellen wat het gedrag van de ander met jou doet. Welk gevoel dat oproept. En zoek vooral nog even verder dan: geïrriteerd, blij of onzeker. Jouw gevoel kent vele nuances en daar zijn echt woorden voor te vinden. Als je het gedrag van de ander respectloos vindt, dan past daar boosheid bij. Maar wat vind je van deze gevoelens: Stekelig, beledigd, wit heet of misschien voel je je wel betutteld. Dat kan ook nog. Gebruik het woord dat jouw gevoel weergeeft en daarmee blijf je bij jezelf.

Voorbeeldzinnen bij feedback geven

Gebruik bijvoorbeeld een zin als deze: Doordat je me niet uit liet praten voelde ik me betutteld. Wedden dat de ander dan op een prettige manier gaat reageren? Het is namelijk vast niet de bedoeling geweest om je te betuttelen. En als de ander weet wat zijn gedrag met jou doet, is hij eerder bereid om daar rekening mee te houden. Zeker als jij eraan toevoegt welk gedrag je van de ander wél wil zien: Ik zou graag willen dat je mij de volgende keer laat uitpraten en me niet onderbreekt voordat ik aangeef dat ik uitgepraat ben.

Weg met spinazie ga feedback vragen

Zie feedback als kans om te groeien, want zeg nou zelf je wil toch niet voor schut blijven lopen met die spinazie tussen je tanden!? Kom dus in actie en vraag zelf om feedback.
Maar doe dat liever niet zonder een duidelijk doel. Hoe dan wel? Nou zo:

Bedenk een competentie waar je in wil groeien
Bij voorkeur een competentie die je al een beetje beheerst en waar je beter in wil worden. Dus niet competentie X waar je juist niet goed in bent? Nee juist niet! Móeten groeien in iets waar je niet goed in bent, is niet motiverend. Hoe leuk is het om met iets bezig te zijn wat nog je helemaal niet kunt? Helemaal niet toch? Ga je toch daarop focussen dan start je al met 1-0 achter, omdat beginnen aan iets dat je niet leuk vindt, niet prettig werkt. Vervolgens ga je uitstellen en gebeurt er niks. Voor je het weet ben je enkele weken verder maar geen stap dichter bij je doel.

Dus

Start met iets dat je al een beetje kunt. Bijvoorbeeld competentie Y.
Formuleer voor jezelf een smart doel waarmee je gaat aantonen dat je gegroeid bent in competentie Y. Zorg ervoor dat je concrete subdoelen hebt als tussenstappen om het grotere doel te bereiken. Concrete subdoelen zijn makkelijker te overzien en makkelijker te beoordelen of je ze behaald hebt.

Aan je collega kun je dan feedback vragen op jouw handelen in de tussenstappen om te groeien in competentie Y. (Lees voor collega ook: stagebegeleider, docent of manager enz.)

Voor de duidelijkheid dit voorbeeld.

Competentie Y = Een vergadering voorzitten

Doel: Op (…datum…) kan ik een vergadering voorzitten volgens de afspraken die wij in het team hebben gemaakt.

Subdoelen:

  • Ik start iedere vergadering op de afgesproken tijd.
  • Ik zorg ervoor dat de vergadering niet langer dan een kwartier uitloopt.
  • Ik zorg ervoor dat iedere deelnemer de gelegenheid krijgt om zich uit te spreken.
  • Ik zorg ervoor dat de agenda gevolgd wordt.

Enz.

Aan je manager kun je dan vragen: Ik heb als doel om ervoor te zorgen dat iedere deelnemer de gelegenheid krijgt om zich uit te spreken tijdens de vergadering. Hoe vind je dat ik dat gedaan heb? Dit is concreter dan vragen aan je manager: Hoe vind je dat ik het deed als voorzitter?

Advies

Mijn advies: ga met een big smile aan de slag met je ontwikkeling en zorg dat er geen spinazie tussen je tanden blijft zitten. Vind je dit lastig en kun je wel een goede coach gebruiken? Neem dan contact met mij op via dit contact formulier. Of stuur me een mailtje via joyce@jhob.nl

Ps: Het boek Een leven lang kiezen is echt een aanrader als je beroepshalve andere, coacht bij het maken van studie- of loopbaan keuzes

De jongen is Kai. Jongste kind van een van de bekendste hersenonderzoekers ter wereld. Henry stort zich vanaf eind vorige eeuw op de vraag wat autisme nu eigenlijk is. Kai is zijn drijfveer. Door dagelijks met Kai te leven en te ervaren hoe Kai reageert op de wereld, wordt Henry steeds een spiegel voorgehouden. En op een bepaald moment laat hersenonderzoek zien dat Kai niet te weinig voelt, zoals oude wetenschap beweert, maar juist teveel. Hij ervaart de wereld als intens en overweldigend. Dat is dan ook de reden dat hij rust zoekt en vindt die in zijn rituelen.

Boek over autisme

De jongen die teveel voelde is niet alleen een boek over autisme. Het is ook een boek over innovatie en een wereld die verandert. Zo ontwikkelde Paul Ehrlich (1883-1915) chemotherapie en veranderde hiermee de wereld. Henry Ford (1863- 1947) introduceerde de lopende band voor de auto industrie en veranderde de wereld op een heel andere manier. Henry Markram wil de wereld veranderen door het menselijk brein na te bouwen.

Het brein

Henry zegt hierover: ‘we moeten begrijpen hoe ziektes samenwerken. Autisme deelt symptomen met andere aandoeningen. Dertig procent van de mensen met autisme heeft last van spiercontracties, net als epileptici. Welke aandoening heeft de meeste overeenkomsten met autisme? Alzheimer? Parkinson? Depressie? Niemand weet het, niemand weet hoe ze aan elkaar verwant zijn, maar overal over de wereld hebben ziekenhuizen daar data over. Die zou je aan elkaar kunnen koppelen. Een vooruitgang bij één ziekte zou bij alle ziektes tot vooruitgang kunnen leiden. Dat is de katalysator die we nodig hebben’.

Henry wil het liefst Kai beter maken. En dat wil hij doen door het brein na te bouwen om zo een totaal plaatje te hebben. Lees vooral het boek als je wilt weten hoe Henry dit voor zich ziet.

TED talk

In 2009 was Henry Markram te gast bij TED-talk: Henry Markram bouwt een brein in een supercomputer. De drie letters staan voor: technologie, entertainment en design. Hij wordt aangekondigd als ‘onze veelbelovende grensoverschrijder’. Zijn eerste zinnen zorgen meteen voor geroezemoes:

‘Het is onze missie om een computermodel te bouwen van het brein. Waarom doen we dat? Ten eerste omdat het noodzakelijk is om onze hersenen te begrijpen, wanneer we als samenleving met elkaar overweg willen kunnen. Ten tweede kunnen we niet eeuwig dierproeven blijven doen. De derde reden is dat er op deze planeet twee miljoen mensen zijn die aan een psychische aandoening lijden. En wij kunnen oplossingen vinden om hen te behandelen’.

Stof tot nadenken

Ik ben geen wetenschapper maar ik snap wat Henry zegt. Hij wil mensen met een psychische aandoening behandelen en hij wil autisme genezen. Het geeft in ieder geval genoeg stof tot nadenken.

Autistisch brein

Ik denk dat het autistisch brein een prima brein is. Een brein dat we wel eens nodig kunnen hebben om als mensheid de problemen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Ik zou wél willen dat mensen met autisme de overbelasting ten gevolge van dit gevoelige brein niet meer hoeven te ervaren. Zodat ze naast de praktische kant van hun mooie brein ook meer kunnen genieten van het leven en ze kunnen zijn wie ze zijn. En dat is ook waar Wagner de laatste bladzijden in het boek over schrijft.

De jongen die teveel voelde

De jongen die teveel voelde is geschreven door Lorenz Wagner. Wagner slaagt erin om een wetenschappelijk verhaal te combineren met het verhaal van het gezin van Henry Markram, waar Kai met zijn autisme de belangrijke hoofdrol heeft. Een onmisbaar boek voor iedereen die autisme beter wil leren begrijpen. Niet omdat dit HET boek over autisme is maar omdat dit boek laat zien hoe veelzijdig mensen met autisme zijn. En dat autisme op zich zeker geen beperking is.

De jongen die teveel voelde is één van de boeken over autisme waarover ik tot nog toe een review schreef. Ik schreef ook een review over Zondagsleven en over Help ik ben een autist! Hier vind je een overzicht van alle reviews die ik tot nu toe geschreven heb.

Tot slot een vraag aan jou: Welk boek moet ik volgens jou echt lezen en een review over schrijven? Zet het in een reactie!

Motivatie: 3 tips om het vast te houden

Intrinsieke en extrinsieke motivatie kennen we wel. Intrinsieke motivatie komt uit jezelf en extrinsieke motivatie wordt gevormd door een push van buitenaf. Bijvoorbeeld omdat er een consequentie volgt als je iets niet gedaan hebt. Zoals een 1 scoren als je een verslag niet op tijd inlevert. Dat wil je niet, dus lever je het op tijd in.

Om in beweging te komen heb je motivatie nodig. En voldoende motivatie ook nog eens. Weten dat je sporten goed is om af te vallen, levert nog geen motivatie op om naar de sportschool te gaan. Samen met vriendinnen gaan en niet willen achterblijven is wél een vorm van motivatie.
Motivatie voor iets dat je graag wil is er, nu nog vasthouden.

3 Tips

Wil je je motivatie vasthouden, dan heb ik 3 tips voor je.

  1. Onderzoek waar je motivatie zit
  2. Visualiseer je doel
  3. Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt
    Hieronder leg ik je uit hoe het zit met deze 3 tips.

1. Onderzoek waar je motivatie zit

als je maar gemotiveerd bent

Neem nu bijvoorbeeld deze foto. Ik draag een blauwe sjaal die ik normaal nooit draag. Waarom eigenlijk? Helemaal niet in de mode en toch was ik enorm gemotiveerd om

a) een sjaal te kopen en

b) om de sjaal te dragen.

Het maakte me geen bal uit of ik er raar uitzag of niet. Dat zit zo. Een week voor ik met vakantie naar het zonnige zuiden ging, liet ik mijn haar kleuren bij de kapper. Krullen heb ik niet van mezelf, dus die haalde ik ook bij de kapper. Een pittige rekening alles bij elkaar. Laat nu het zonnige zuiden en helemaal zon-zee-strand nou helemaal niet zo goed zijn voor net gekleurd haar! Voor je het weet is de kleur vaal en had ik net zo goed niet naar de kapper hoeven gaan. ‘Draag een hoed’ adviseerde mijn kapper. Hartstikke leuk maar onhandig als het hard waait. En ik wilde mijn haar beschermen, zodat ik ná de vakantie er ook nog fatsoenlijk uitzag. Ik wilde dus heel graag die sjaal dragen. Daar kwam mijn motivatie vandaan. Wat wil jij graag? Onderzoek dat, want dáár zit jouw motivatie.

2. Visualiseer je doel

Ik zag het voor me. Na mijn vakantie had ik vakantiefoto’s waar ik met mooi gekleurd haar op sta én ik zou na mijn vakantie zo door kunnen naar een zakelijke afspraak, omdat ik wist dat de kleur nog goed was. Tjakka! twee vliegen in één klap. En stiekem was ik ook wel benieuwd hoe z’n sjaal me zou staan. 😉
Zie je jouw doel al? Wat heb je dan bereikt?

3. Ga voelen

De derde tip die ik je mee wil geven is deze: Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt. En daarmee bedoel ik dat je je kunt gaan inleven hoe het zou voelen als je je doel bereikt hebt. Zou je je tevreden voelen of juist blij en totally happy? Voel je al de kracht omdat het je gelukt is? Hou dat gevoel voor ogen als je moeite moet gaan doen om aan de slag te gaan.

Van denken naar doen

Deze 3 tips gaan je beslist helpen om je motivatie vast te houden op een moment waarop je moeite hebt om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om je studie op te pakken als je geen zin hebt of om met je leidinggevende in gesprek te gaan over je loopbaan. Je gaat van denken naar doen.


Ik geef toe, zoals ik de sjaal droeg op de boot was geen gezicht. Sterker nog, het zag er niet uit! Maar hé so what? Ik kende er toch niemand en de zon brandde ongenadig op mijn hoofd. En ja ik had naar binnen gekund. Maar dat wilde ik niet. Ik wilde dit tochtje beleven in de buitenlucht, met de wind in mijn haren…ehh sjaaltje 😁
Dit voorbeeld met het sjaaltje is natuurlijk een flut voorbeeld. Maar goed genoeg om duidelijk te maken wat ik bedoel. Het starten van mijn coachpraktijk had heel wat meer doorzettingsvermogen nodig. Maar oh wat wilde ik het graag! Jongeren helpen, mijn eigen tijd indelen, meer tijd om te schrijven en in de toekomst hopelijk wat meer tijd om te reizen. Dit zijn mijn doelen. Als ik aan het werk ben, vergeet ik zo maar de tijd. Zo leuk vind ik het. Dus ja, gemotiveerd ben ik wel.

autismecoach

Weet jij waar jouw motivatie vandaan komt?

Heb jij helder waar jouw motivatie vandaan komt? Of helemaal niet?Belemmert je dat tijdens het studeren? Of heb je misschien wel het gevoel dat je helemaal geen motivatie hebt? Wees niet ongerust, motivatie heb je altijd! Uitzoeken hoe dat zit? Mijn advies: neem een coach in de arm waarmee je een klik hebt. Natuurlijk ga ik graag met je aan de slag. Zeker wanneer je autisme/ADD/ADHD hebt, dan ben je bij mij aan het goede adres. Voel je er wat voor? Stuur dan je vraag via het contactformulier.

Wil je op zoek naar een andere coach? Kijk dan eens bij mijn collega’s via Kickor Kickor is een platform van jongerencoaches.

ps: wist je dat de blauwe sjaal de tweede sjaal was die ik kocht? Het eerste sjaaltje was een wit sjaaltje dat mijn haar niet helemaal kon bedekken. Ik was nog niet tevreden en zocht verder. Ik wilde mijn doel bereiken.
Dat kun jij ook!

Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Het is een gewone doordeweekse avond. Ik heb net een gesprek met mijn zoon gehad. En aan het eind van dat gesprek vraag ik nog een moment zijn aandacht en zeg tegen hem: ‘Weet je nog? Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Mijn kinderen zullen deze uitspraak vast herkennen. Ik heb hem vaak gebruikt toen ze opgroeiden en bij mijn 18 jarige gebruik ik de uitspraak nog wel eens. Hoe je de zin interpreteert hangt af van de intonatie die je gebruikt, de klemtoon én de situatie waarin je de zin gebruikt.

Wederkerigheid

Wil de zin effect hebben, is het allereerst géén dreigement of onderhandeling of aanbod. Nou ja, dat laatste wel een beetje. Maar niet in de zin van: pas als jij gaat luisteren, luister ik naar jou. Hell no, daar ben ik helemaal niet van. Wat ik mijn kinderen hiermee wil leren is respect, gelijkwaardigheid en vooral wederkerigheid.

Samen

In deze wereld ben je niet alleen. We zijn er samen. Ik ben er voor hen en doe voor hen wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Maar ik wil mijn kinderen ook leren dat zij hierin ook een verantwoordelijkheid hebben. Of je nu wel of geen autisme hebt. We moeten het samen doen.
Als je autisme hebt, is het niet vanzelfsprekend dat je zo maar oog hebt voor de behoeften van anderen. Dat dit niet vanzelfsprekend is, is niet erg. Je kunt het leren. 
Ik leer het mijn zoon door het voor te doen en hardop uit te spreken wat ik bedoel en waarom iets belangrijk is.

Luister

Naar elkaar luisteren, vind ik super belangrijk. Met luisteren bedoel ik ‘heb oog voor mijn wensen zoals ik oog heb voor jouw wensen”. Pubers zijn vooral gericht op hun eigen behoeften en dat hoort ook zo. Zo ontdekken ze de wereld en hun grenzen. En die grenzen krijgen ze o.a. van ons als ouders. Maar dat wil niet zeggen dat dit op een autoritaire manier moet gaan. Hoewel ik de ouder ben en niet een vriendin, streef ik er altijd naar om op een gelijkwaardige manier met ze te communiceren.

Sfeer

Ik probeer niet meteen te reageren maar eerst even tot me door te laten dringen wat ze van me vragen. Een paar seconden de tijd nemen om te beslissen hoe je wilt reageren levert echt rust op. Nogmaals, ik ben ook mens dus ook bij mij gaat het wel eens anders. Het is wel eens gebeurd dat hij met een voorstel kwam en dat ik reageerde met: ‘Nou ik dacht het niet!’. Het is wel een duidelijk reactie maar het bevordert de sfeer in huis niet echt, kan ik je zeggen.

Pubers

Zoals alle pubers, is ook mijn zoon het lang niet altijd eens met regels die wij stellen. Zoals op tijd gaan slapen en niet tot 3 uur ‘s nachts online zijn. Hij vindt dit overbezorgd en meent dat hij zelf kan bepalen hoe laat hij naar bed kan. Daar denk ik anders over en met reden, maar dan wordt deze blog veel te lang.

Ondanks dat we niet altijd dezelfde mening hebben, vind ik het heel belangrijk om naar hem te luisteren en soms mijn grenzen te versoepelen. En hem daarmee het vertrouwen te geven dat hij mag gaan uitproberen en ontdekken wat bij hem past. En dat is het moment dat ik tegen hem zeg: ‘Heb je het in de gaten? Ik luister naar je.’ Ik spreek het dus letterlijk uit. Dat is ook het moment dat hij zich bewust wordt van de ruimte die hij krijgt. En dat waardeert hij. En zo kreeg hij op een bepaald moment mijn toestemming om éénmalig met een online nachtelijk event mee te doen.

Zijn vraag eerst

Je leert hem de waarde van jouw gebaar als je de zin eerst gebruikt in een situatie wanneer je ingaat op zíjn vraag. Hij vraagt iets van je en je kijkt wat verantwoord is en geeft hem toestemming voor iets wat hij graag wil. Bijvoorbeeld in een vakantie tot een later tijdstip online zijn dan waarvoor je normaal toestemming zou geven. Geef aan dat het een uitzondering is. Je geeft daarmee ruimte en vertrouwen. De dag erna ga je met je kind kijken hoe hij het gedaan heeft. Toon belangstelling voor wat hij gedaan heeft en vraag waarom dit zo leuk was voor hem.

Goud

Geef hem een paar keer nét iets meer ruimte dan je normaal zou doen. Zodat hij kan gaan ontdekken. Bijvoorbeeld in een periode van een maand. Ik garandeer je dat er vervolgens vanzelf het juiste moment komt dat je hem kunt vragen: ‘Weet je nog? Ik heb …. (noem dat moment) naar jou geluisterd, luister je nu ook naar mij?’ Mijn ervaring is dan dat mijn kinderen dan zoiets hebben van ‘oh ja, dat is waar ook. Dan is het wel zo aardig als ik nu doe wat zij belangrijk vindt’. Die nadenkende blik en dan zijn commitment, dit moment is echt goud waard!

Ik had zo’n gouden moment komt dat mijn zoon in discussie probeerde te gaan over de tijdklok die er op het internet zit. Hij wilde voor altijd de tijdklok verder naar achter verzetten zodat hij altijd langer online kon zijn. Ik wilde dat niet. Toen ik zei: ‘Weet je nog dat je dat nacht event mocht doen? Toen heb ik naar jou geluisterd, luister jij nu dan ook naar mij? Vervolgens kwam die nadenkende blik en ging hij akkoord want hij wist best waarom die tijdklok erop zit. Hij weet ook dat wanneer hij onvoldoende rust krijgt, hij gezondheidsproblemen gaat krijgen. Maar ja, ‘s nachts doorgaan scoort veel beter bij vrienden dan aan moeten geven dat je voldoende rust nodig hebt en dus niet mee gaat doen met het nachtelijke event van World of Warcraft.

Wil jij nu ook werken aan een relatie die gebouwd is op wederkerigheid? Ga dan ook deze zin gebruiken: ‘Jij wil dat ik naar jou luister, luister je dan ook naar mij?’

Als moeder van een zoon met autisme en vervolgens als jongerencoach heb ik ontzettend veel gehad aan het boek Auticommunicatie van Collette de Bruin. Je koopt het boek Auticomminicatie via deze link. Een echte aanrader dus. Een van de technieken die ik daar geleerd heb, is het W.A.T-en. In deze blog lees je er meer over.


Schrijf je hier in voor de JHob inspiratiebrief en ontvang nog meer tips over omgaan met autisme en auti-communicatie.


Als studiekeuze coach voor jongeren met autisme zoek ik naar mooie verhalen. Het liefst positieve verhalen.
Verhalen met echte mensen met echte beroepen.
Beroepen waarvoor je als persoon met autisme ook kunt kiezen.

Je wilt toch een studie waar je blij van wordt!

Gelukkig gaan steeds meer decanen, docenten en andere professionals inzien dat mensen met autisme niet allemaal techneuten zijn. En dat niet iedereen met autisme geïnteresseerd is in cijfers en analyseren. Maar er zijn helaas nog steeds te veel professionals die niet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen rondom het autisme spectrum stoornis. En daarmee krijgen nog veel jongeren verkeerde studieadviezen.

Missie

Het is mijn missie om jongeren met autisme zo te ondersteunen dat ze zelf op onderzoek uitgaan en met vertrouwen een studie kiezen waar zij blij van worden. Met deze serie blogs toon ik aan dat mensen met autisme prima kunnen werken in beroepen die je misschien niet verwacht. Of studies volgen die je misschien niet verwacht, zoals dramatherapie. En studie vol met sociale contacten.

Julia

Voor de blog-serie over beroepen was ik eerder al in gesprek met Natascha die leerkracht is in het basisonderwijs en met Marguerite die als acquisitieregisseur voor een bank werkt. Deze keer ben ik in gesprek met Julia (21). Deze kanjer studeert dus Dramatherapie, zit in het 3e jaar en loopt stage in de Verslavingszorg.

Is de opleiding Dramatherapie passend voor iemand met autisme?
Studeren met autisme, maak je dromen waar!

Wat eraan vooraf ging

Ergens in maart 2021 word ik benaderd door Julia of ik haar enquête wil invullen. Ze doet een onderzoek voor haar opleiding en zoekt mensen die autisme hebben of ouder zijn van iemand met autisme of hulpverlener zijn voor mensen met autisme.
Vorig jaar heb ik zelf een onderzoek gedaan met dezelfde doelgroep. Je leest er meer over in de blog Is een studie kiezen lastiger met autisme? Natuurlijk help ik graag een medeonderzoeker, dus ik vulde haar enquête in.

Julia: ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan’

En als ik later in een post een oproepje doe omdat ik mensen zoek om te interviewen voor mijn serie blogs over beroepen, reageert Julia met ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan (een stage, maar dat is ook een werkplek!) en in het verleden ook veel bijbaantjes gehad. Dus als je wil mag je mij zeker interviewen. Lijkt me heel leuk’.
Nou, mij ook!

Julia’s Diagnose

Ze was 17, bijna 18 jaar toen ze de diagnose kreeg. Julia was eigenlijk wat verbaasd. Wat ze van autisme wist, gaf het beeld van een star, weinig sociaal persoon. Dat was zij helemaal niet! Ze ging erover lezen en ontdekte dat autisme veel verschillende uitingsvormen heeft. Bij de één uit het zich anders dan bij de ander. Bij mannen anders dan bij vrouwen. Het autistisch brein blijkt een bijzonder brein.

Medicatie

Op de vraag ‘Welke kenmerken vanuit het autisme herken jij in jezelf?’ antwoord Julia dat prikkeling-verwerking een rol bij haar speelt. Ze krijgt er medicatie voor en daarmee kan ze overprikkeling wat vaker voorkomen. Julia is auditief gevoelig en met de medicatie komen sommige geluiden wat minder hard binnen. Medicatie helpt ook om dingen wat meer op een rijtje te krijgen en dat is helpend bij het overzicht houden. Prikkels komen iets minder heftig binnen en door de medicatie kan ze die dan iets makkelijker filteren.

Plannen

Julia is één van die mensen die na een intensieve dag meer hersteltijd nodig heeft dan iemand die geen auti-brein heeft. Dat betekent dus goed kijken naar belastbaarheid en goed plannen. En niet in één week 3 deadlines proberen te halen, want dat gaat niet werken. En als je dit koppelt aan Julia’s streven naar perfectie, snap je dat goed plannen een zoektocht blijft.

Passie

De weg die Julia’s zus bewandeld heeft rondom haar studiekeuze, gaf Julia het inzicht dat zij het anders wilde aanpakken. Haar zus koos in de eerste instantie voor een ‘veilige’ studie. Ze switchte van opleiding en slaagde glansrijk. Daardoor wist Julia ‘Ik ga direct kiezen voor iets waar mijn hart ligt’.

Julia: ‘Ik geloof er heel sterk in dat als je kiest voor iets waar jij warm van wordt, een studie veel meer slagingskans heeft’

VWO diploma en toch niet naar de universiteit

Julia heeft het VWO afgerond met prima cijfers. Het leek er dus op dat ze voor een WO studie zou gaan kiezen. ‘Maar na mijn VWO had ik geen zin om nog 6 jaar met de neus in de boeken te zitten. Ik wilde resultaat zien van mijn werk en iets voor andere mensen betekenen’. En dat is ze gaan doen. Haar eerste keus was een opleiding tot Docent Theater. Julia deed auditie en kwam ver in het selectieproces. Ze werd het nét niet.

Plan B

Het wordt uiteindelijk plan B, haar tweede keus: de opleiding Vaktherapie met als uitstroomvariant Dramatherapeut. Ze had ook kunnen kiezen voor Beeldend therapeut of Psychomotorisch therapeut. Maar ze heeft voor drama gekozen. Achteraf is Julia juist blij dat het deze opleiding is geworden en niet de opleiding Docent Theater. Ze merkte dat er bij de opleiding Dramatherapie ruimte is om fouten te maken en het oké was om je kwetsbaar op te stellen. Dit in tegenstelling tot de kunstacademie waar je je steeds van je beste kant moet laten zien.

Autisme & studeren

Julia is perfectionistisch. Voor haar betekent dit dat ze alles in één keer wil behalen en ook nog met heel goede cijfers. En dat lukt haar ook. Aan de ene kant vindt ze het leuk om met haar opdrachten bezig te zijn. Aan de andere kant merkt Julia dat ze er ook erg veel tijd in steekt. Soms wat te veel.

Julia: ‘Als je aan mij een opdracht geeft, dan ga ik er helemaal voor. Je mag verwachten dat het heel goed wordt gedaan. Ik ga niet voor minder.

In de klas voelt ze zich op haar gemak. ‘Iedereen weet dat ik autisme heb’ geeft Julia aan. Medestudenten en leraren zijn gericht op mentale gezondheid en zijn daarmee geïnteresseerd in het thema autisme. Dat helpt Julia om zich op het gemak te voelen in de groep.

Cliënten met autisme

Julia komt in haar opleiding ook cliënten met autisme tegen. Ze is ervaringsdeskundig dus ze kan haar eigen ervaringen inzetten en sluit daardoor goed aan bij cliënten met autisme. Ook haar medestudenten leren van haar wat het betekent om autisme te hebben.

Een rollenspel is een werkvorm die een dramatherapeut in kan zetten bij de begeleiding van een cliënt. In de opleiding oefen je dat geregeld. Julia is creatief en speelt een scene soms heel anders dan verwacht, waardoor zij laat zien dat ze echt out of the box kan denken.

Wat maakt de stage tot een succes?

Julia loop stage in specialistische GGZ verslavingszorg. Daar komt ze ook geregeld cliënten tegen die ook autisme hebben. Julia snapt als geen ander hoe autisme belemmerend kan werken, maar ook waar de kansen zitten. Als het een functie heeft vertelt Julia aan een cliënt dat ze zelf autisme heeft. Dit is voor haar echt een oefening in afstand en nabijheid. Want wat vertel je wel en wat niet? De begeleiding moet tenslotte wel professioneel zijn.

Stagedoelen

Een van de doelen tijdens haar stage is: meer contacten leggen met collega’s. En dat is best nog een pittig doel om te behalen. Wanneer je aan Julia vraagt hoe ze denkt over koetjes-en-kalfjes-gesprekken, zal ze aangeven dat ze daar niet zo veel voor voelt. Sarcastische grapjes vindt ze ook niet echt geweldig. Analyseren wat iemand precies bedoelt en hoe je daar op moet reageren, kost haar veel energie. Toch wordt er als collega wel één en ander van haar verwacht. Gelukkig heeft Julia een fijne stagebegeleider. Eéntje die Julia haar grenzen laat opzoeken maar haar niet pusht om óver die grens heen te gaan. Zo kan zij veilig oefenen en leren.

Grenzen

Ze bespreekt bijvoorbeeld dat ze heel zelfbewust wordt in sociale situaties. Wat wordt er van je verwacht en hoe reageer je? Daar denkt ze dan verder over na. Zelfs over hoe je een boterham vasthoudt wanneer je samen met collega’s luncht. Dit houdt haar wél bezig maar dit bespreekt ze natuurlijk niet met haar stagebegeleider. Er zijn grenzen 😉

Vertrouwen op je gevoel

Julia wordt ontzettend zenuwachtig bij nieuwe dingen. Om het toch te gaan doen, moet ze zich echt over die  zenuwen heen zetten. Ze zegt hierover: ‘Ook al gaat het niet precies zoals ze verwacht, tegenwoordig denk ik ‘IK RED ME WEL 💪🏽’.
Ze wil nog meer leren om op haar gevoel te vertrouwen. Lukt dat en het blijkt te werken, dan is ze helemaal happy.

Dromen

Dramatherapie studeren en autisme hebben, het is dus een prima combinatie. In ieder geval voor Julia. Het bewijst wel dat er veel meer mogelijk is dan je soms denkt en dat je je dromen kunt waarmaken. Om dat te kunnen doen heb je vooral inzicht nodig:

  • Inzicht in je talenten
  • Inzicht in wat je nodig hebt
  • Inzicht in wat je belangrijk vindt

En ook dat is minder ingewikkeld dan je denkt. Ik help je er graag mee.
Met een talentenscan kom je al een fikse stap dichterbij. Hier lees je er meer over.

Weet je wat?
App meteen voor een gratis kennismaking:
☎ 0640848947
of stuur een mail naar:
📧 info@jhob.nl

Op de hoogte blijven?
Volg mij op Instagram

Er zijn talloze studies en opleidingen waaruit je kunt kiezen. In de serie blogs ‘Wat is…’ geef ik steeds een beschrijving van een opleiding die misschien nog niet zo bekend is. Deze eerste keer Creative Technology.

De studie Creative Technology bewijst wel dat niet alle universitaire opleidingen vooral theoretisch en weinig praktisch zijn.
Bijna 3 jaar geleden koos Thomas (21) voor deze opleiding en hij heeft er geen moment spijt van gehad. Thomas: ‘Creative Technology is een universitaire bachelorsopleiding die de disciplines elektrotechniek, informatica en iteratief productontwerp combineert met veel hands-on prototyping en een vleugje bedrijfskunde’.

Ik had geen idee wat iteratief was, dus dat heb ik opgezocht. Het blijkt een term uit de wiskunde te zijn en het betekent ‘herhalend’. Bij een iteratieve aanpak ga je stapje voor stapje verder en gebruik je voortschrijdend inzicht in een volgende fase. Weer wat geleerd.

Techniek & de mens

Met deze opleiding word je uiteindelijk de verbinding tussen innovatieve technologieën en de mens in de samenleving. Tijdens de opleiding word je uitgedaagd om nieuwe of reeds bestaande technologieën op een creatieve manier in een nieuwe creatieve context toe te passen voor een gemakkelijker of leuker leven. Een mooi voorbeeld is Robot Phi maar er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken, zoals de app Ommetje en wat denk je van Google Home!
Kernwoorden als creatief, ontwerpen en technische ontwikkelingen staan centraal tijdens de studie.

Zit je op de middelbare school, dan klinkt dit misschien als veelomvattend en groots. Maar het mooie is dat je het stap voor stap leert. Alles wat jij nodig hebt is belangstelling voor techniek, informatica en het lef om iets anders te willen dan de standaard.
Het proces van het in kaart brengen van het probleem, brainstormen tot een idee en het uitwerken en uittesten van een prototype, leer je tijdens de opleiding.

Lef & actie

Thomas: “wat ik zo leuk vind aan Creative Technology is dat je uitgedaagd wordt om lef te tonen en echt actie te ondernemen. De concepten blijven niet in een boekje, maar komen in de werkplaats tot leven. Ik vind het geweldig om praktisch bezig te zijn. Vaak eerst met papier en een vlugge schets en dan later met 3D printen en laser snijden.”
Je krijgt de opdrachten van een opdrachtgever en die werk je uit in een projectgroep. Hierdoor leer je al gauw welke rol jou ligt tijdens het werken in projecten. Tijdens de opleiding is er ruimte voor keuzevakken waardoor je zelf richting kunt bepalen.

Natuurlijk zijn er ook lastige aspecten aan de opleiding. Denk aan medestudenten die minder inzet tonen dan jij tijdens een project. Of dat er maar een maximum aantal studenten gekoppeld kan worden aan een opdracht en dat je net te laat inschrijft en dus niet mee kunt doen. Dat overkwam Thomas ook een keer. Ook daar leer je weer van, er zijn altijd wel weer andere opties op dat moment.

Voorbeeld van een project

Thomas studeert aan de universiteit Twente en is inmiddels ook semiprofessioneel fotograaf onder de naam Oneroy. Hij maakte de foto hieronder tijdens een project in het 2e jaar van zijn opleiding. Check zijn website maar eens!

Creative Technology in de praktijk

De foto laat een zelf ontworpen apparaat zien, waarmee oude DVD’s een nieuw doel krijgen. Ze fungeren zo als equalizer en visualisatie voor muziek. Het apparaat werd bedacht en gemaakt tijdens een hackaton-project van een paar dagen waar je in gelimiteerde tijd een goed werkend product moest zien te ontwikkelen. Het hoefde niet helemaal af te zijn, als wat je ontworpen had, het maar goed deed. Laat de creativiteit maar stromen!

Waar volg je deze studie?

Op HBO niveau kun je ook allerlei opleidingen doen in deze technische en creatieve richting. Bijvoorbeeld bij het Saxion aan de Academie Creatieve technologie Maar er zijn veel meer HBO’s die dit soort opleidingen aanbieden.
De studie Creative Technology die Thomas volgt, is een Engelstalige opleiding en die wordt gegeven aan de Universiteit Twente

Is Creative Technology wat voor jou?

Hoe weet je nu of deze opleiding wat voor jou is?
Je vakkenpakket en je profiel is natuurlijk screening nummer 1. Wiskunde en natuurkunde is belangrijk en heb je het vak informatica gehad dan is dat zeker een pré maar niet noodzakelijk. Interesse in de mens en zijn omgeving is net zo goed belangrijk. Het zijn twee evenredig belangrijke onderdelen van de opleiding. Tijdens de opleiding ga je werken in projectgroepen. Daar ontkom je niet aan. Maar dat kom je in je werk later ook tegen, dus beschouw de opleiding als een mooie oefening. Fouten maken mag en van proberen kun je leren, zeg ik altijd.

Lijkt de opleiding je leuk maar heb je ergens twijfels over? Of je innovatief genoeg bent? Welke rol jou ligt in een projectgroep? Of hoe je tegenover opdrachtgevers staat? Als je een Talentenscan doet dan weet je het.

Soms kom je een beroep tegen waarvan je denkt ‘Huh bestaat dat?’ Welke opleiding je daar dan voor nodig hebt is dan ook niet vanzelfsprekend. Ik schreef een blog over Hoe je aan een beroep een opleiding koppelt. De blog neemt je stap voor stap mee hoe je dat doet.

Via social media deel ik geregeld tips, weetjes over autisme en hier en daar een positieve quotes. Klik op één van de icoontjes onder aan deze pagina en je vindt JHob op Facebook, LinkedIn en Instagram.

Laatst reageerde ik via Instagram onder een post van Coachwereld. En vervolgens kreeg ik om een uur of 9 ’s avonds de vraag of ik een gastblog wilde schrijven voor hun website. De blog zou moeten gaan over thuiswerken in deze 2e Lock down en de balans vinden tussen werktijd en vrije tijd. Daar heb ik de nodige ervaring mee. Dus ja, dat wilde ik wel doen.

De blog zoals die is gepubliceerd op de website van Coachwereld met hier en daar een ieniemienie verbetering. Ik kon het niet laten 😉

We zijn in Lock down en Het Grote Thuiswerken is weer begonnen. En jij denkt: ‘Ze zoeken het maar uit. Ik kruip lekker in mijn jogging broek en hoodie op de bank. Laptop op schoot.’ En je gaat je mailbox te lijf of fijn aan het werk met het verslag dat je moet schrijven.
Of toch niet?

Het lijkt een goed idee, maar doordat je vrijetijdskleding aanhebt en op de bank genesteld zit, denkt je brein dat je vrij bent. Met als gevolg dat je brein denkt dat je overwerkt. En dat is nu net wat we niet willen.  
Maar wat dan wel? Hoe kun je nu op een prettige manier thuiswerken, zodat werk en vrije tijd in balans is?
Ook ik werk sinds de eerste Lock down tijd thuis. Om mijn werk te doen, hoef ik niet naar buiten. (Bijna jammer) En ik heb altijd deadlines! Met een gezin van 5 personen is dat best een uitdaging.
Ervaring genoeg dus en die deel ik graag met je:

Verzorg je uiterlijk

Je zult mij niet in mijn badjas aan het werk zien. No way. Dan kom ik gewoon niet in een prettige werk flow. Verzorg jezelf dus zoals je zou doen als je naar je werk zou gaan. Dus je haar lekker in model en je gewone make up. Vergeet je sieraden niet!
Als je vindt dat je er goed uit ziet, voel je je ook beter. Je moet er even de moeite voor doen maar dan heb je ook wat.

Video bellen?

Wat denk je van een plotselinge verzoek van je klant of leidinggevende om de telefonische afspraak om te zetten naar een video gesprek? Geen punt toch als je al goed verzorgt bent!
Je hoeft er niet eens over na te denken. Doordat je er niet over na hoeft te denken, kost het je ook geen energie. En zo bewaar je energie voor belangrijkere dingen.

Middle of the road

Je kleding is dus belangrijk. Trek iets aan dat passend is bij het werk dat je gaat doen. Dat zet je brein in de goede werkstand. Ook tijdens de vorige Lock down zijn deze adviezen gegeven, dus dit is niets nieuws. Nu ben ik sowieso al geen fan van joggingbroeken, want dan zie ik er echt niet uit.
Ik zoek kleding die me lekker zit en waarmee ik goed voor de dag kan komen.

Natuurlijk heb ik ook kleding waarmee ik chique de friemel een presentatie kan geven. Maar zo ga ik thuis niet achter mijn bureau zitten. Het moet wel leuk blijven. En het is ook helemaal niet nodig om in de werkstand te komen. Gewoon kleding die het midden houdt tussen casual en netjes. Een middle of the road-setje is dus goed genoeg.

Stevig in je schoenen staan

En weet je wat ook goed werkt? Je schoenen aan. Klinkt misschien gek, maar het is echt zo.

Doe je je schoenen aan dan sta letterlijk stevig in je schoenen. Zeg nou zelf, een klant gesprek voeren terwijl je op je sloffen loopt, geeft toch een heel andere energie dan wanneer je schoenen aan hebt.
Laat staan dat je onderuitgezakt in je joggingbroek met je laptop op de bank zit en je krijgt een telefoontje van een klant. Merk je wat er dan gaat gebeuren?
De eerste seconden ben je bezig met overeind komen en schakelen naar een actieve houding. Je moet jezelf bijna letterlijk en figuurlijk bij elkaar rapen. En dat schakelen kost je extra energie. Geen wonder dat je na een thuiswerkdag vermoeider bent, dan na een werkdag op kantoor.

De balans

Wanneer er verschil zit in je houding, kleding en schoeisel dat je tijdens je werktijd draagt en in je vrije tijd, dan is het vinden van een balans tussen werktijd en vrijetijd makkelijker.

Bedenk eens wat je normaal gesproken doet als je van je werk komt. Schop je je schoenen uit en schenk je jezelf iets te drinken in? Kleed je je om en trek je iets makkelijks aan? Doe dat nu dan ook.
Je pelt letterlijk je werkdag van je af.

Voor mij geldt; Einde werkdag: schoenen uit en pootjes op de bank. Iets te drinken erbij en even met mijn partner de dag doorspreken. Héérlijk vind ik dat. Nu heb ik het geluk dat mijn partner meestal kookt, dus dat half uurtje gebruik ik om even tot mezelf te komen. Even loskomen van het werk en ontspannen.

Joggingbroek aan terwijl je werkt

Op zaterdag mag het.
Je kunt je joggingbroek ook vóór je laten werken. Bijvoorbeeld als je op zaterdag iets wilt afmaken, omdat je eerder in de week ervoor gekozen hebt om een spelletje te spelen met je kids of te wandelen met je hond.
Stuur je man en kids mét hond naar buiten en als je dán in je joggingbroek met je laptop op de bank gaat zitten, is het juist wel een goed idee.
Je brein registreert de situatie als ‘vrij’ en zo ervaar je dit stukje werktijd meer als weekend. Je komt zo toch een beetje tot rust. Hoewel het natuurlijk altijd beter is om volledig tot rust te komen en zelf ook lekker naar buiten te gaan.

Maar hé, vind jij dat je er op je voordeligst uitziet in je joggingbroek en je hoodie? Werk je dan het lekkerst? Dan moet je dat vooral lekker doen. Wie ben ik om te zeggen wat jij moet doen? Zolang je de balans maar in de gaten houdt.

Positieve boost

Positief blijven denken

Voor wie op dit moment flink baalt van het thuiswerken, nog even wat positieve punten over thuiswerken:

  • Een bad hair-day ziet niemand
  • Bedenk eens hoe fijn het is om niet in het donker in de auto te hoeven stappen.
  • Je hoeft je autoruiten niet te krabben
  • Geen trein die je mist, omdat je je fiets niet kwijt kon in het fietsenrek
  • Je hoeft je handen niet te ontdooien omdat je een half uur in de kou hebt moeten fietsen
  • Je kunt je werktijd zelf inplannen, denk aan ’s morgens tussen 5 en 7 uur of ’s avonds als de kids op bed liggen.
  • De koffie (of thee) is fantastisch
  • Lunch is super goedkoop
  • Je band met je kids  groeit mega met de aandacht die ze van je krijgen
  • Geen geroddel door collega’s
  • Je hoeft niet te zoeken naar een flexplek
  • Je weet precies wie het laatste printerpapier heeft gebruikt en niet heeft bijgevuld 😉

en last but not least:

  • Géén files en je bent vóór het donker weer thuis!!

Tot zover de blog voor Coachwereld. En wat een goede marketings-actie van hen om mij te vragen voor die gastblog. Ik kende hun site nog niet en het blijkt een platform te zijn waar je als coach lid van kunt worden. Zij verdienen aan mijn lidmaatschap en ik vergroot mijn vindbaarheid.
Ze zijn niet al te duur……toch maar lid worden dan?

Hoe heb jij mij gevonden? Zet het in een reactie. Dan kan ik bepalen of ik een platform zoals Coachwereld nodig heb. Vast bedankt!

Wil je af en toe de inspiratiebrief ‘Ontwikkeldingen’ ontvangen, meld je dan aan via het contactformulier

Autisme: dat is toch dat je supersnel kunt uitrekenen dat 7 augustus 1984 op een dinsdag viel? Nou…nee. Bianca Toeps heeft zelf autisme en ze legt in haar boek haarfijn uit wat autisme is en wat het betekent als je autisme hebt.

‘Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ is een boek óver Autisme dóór iemand met Autisme. Er wordt nog altijd veel over ons gepraat maar weinig naar ons geluisterd, schrijft Toeps.
Ze beschrijft in het kort wat autisme inhoudt volgens de DSM-5. Dit staat voor De Diagnostic ans Statistical Manual of Mental Disorder, editie 5. Of zoals Toeps het zegt: het Grote Jonge Woudlopers Handboek, maar dan voor psychiaters.

Toeps schrijf luchtig over een pittig onderwerp. Ik vind het dan ook een zeer leesbaar boek dat ik anderen zeker kan aanraden.
‘maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ is een autobiografisch boek dat Toeps aanvult met weetjes en stukjes wetenschap. Haar eigen mening klinkt er duidelijk in door.
Wat mij betreft is dat zeker geen probleem maar wil je precies weten wat de wetenschap inhoudt, dan kun je je daar zelf nog in verdiepen.

De discutabele geschiedenis van Meneer Asperger

In de DSM-4 werd er onderscheid gemaakt in verschillende vormen van autisme. Zoals het syndroom van Asperger. Mensen met een hoger IQ en in combinatie met autisme kregen de diagnose Asperger. Dit was mij wel bekend. Maar wie Meneer Asperger nu eigenlijk was, wist ik niet. Hij blijkt een kinderarts in de tijden van nazi-Duitsland te zijn geweest. En die, helaas maar waar, gebruikte kinderen met autisme voor zijn onderzoek.
Toeps geeft aan inmiddels de term Asperger niet meer te willen gebruiken en daar sluit ik me helemaal bij aan.

School

All was well, schrijft Toeps. Totdat ze naar school moet. Ze beschrijft één van haar herinneringen waarin ze zich totaal onbegrepen voelde:
Jullie zitten in groep 1, dus jullie kunnen niet schrijven…’,zei de juf op een dag. ‘Ik kan wel schrijven!’, riep ik. ‘Niet zoals het hóórt’, zei de juf, ‘dus jullie krijgen nu allemaal dit geprinte label, om op jullie geknutselde boekje te plakken.’ Ik was boos. Voelde me gekwetst, niet gezien. Ik had er helemaal geen zin meer in. Dat stomme boekje. Ik plakte het label erop, ondersteboven, omdat ik mentaal al was uitgecheckt en daarom niet doorhad dat het boekje verkeerd om voor me lag. ‘Je label zit fout , Bianca!’ mopperde de juf. ‘Zie je nou wel dat je niet kunt lezen en schrijven?’
Je begrijpt wel dat ik boos thuiskwam die dag.

Tokio

Bianca Toeps is ieder jaar een paar maanden in Tokio. Ze vertelt in haar boek waarom ze zich daar zo prettig voelt. Het cultuurverschil is groot en dat bevalt haar goed. Ze beschrijft dat in tegenstelling met New York, in Tokio mensen je niet aanstaren. Eigenlijk dat in Tokio alles rustiger is dan elders. En ja daar is ze vreemd. Maar meer vanwege haar Europese voorkomen dan iets anders. ‘Landen en culturen leerden me dat ik kan kiezen te zijn, waar ik me het meest comfortabel voel,’ schrijft ze. Als jongerencoach vind ik dat natuurlijk een ontzettend mooie ontdekking.

Acht dingen die Bianca Toeps niet meer wil horen:

Aan het eind van het boek beschrijft Toeps acht dingen die ze niet meer willen horen:
1. Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit
2. Weet je zeker dat je geen nieuwetijdskind bent?
3. Heeft je moeder je genoeg liefde gegeven?
4. Ik hang altijd mijn overhemden op kleur, ik ben zó autistisch!
5. Iedereen wil tegenwoordig maar een labeltje
6. Ik geloof niet in labels, jij bent gewoon jij!
7. Je bent geen autist, je hebt au-tis-me
8. Het komt vast door de vaccinaties

Ze legt ook uit waarom ze deze 8 punten niet meer wil horen. Maar dat moet je zelf maar gaan lezen. Bestellen kan hier bij Bol

Het is een fijn boek dat ik met veel plezier gelezen heb. Ik wilde weten hoe Bianca Toeps, als vrouw met autisme, verschillende situaties ervaart. en ik was benieuwd naar de voorbeelden die ze zou gebruiken. En ik was benieuwd naar de tips die ze zou geven. Het mooie van het boek is ook dat ze niet alleen haar verhaal beschrijft maar ook het verhaal van twee andere vrouwen met autisme. Je krijgt zo een breder beeld van vrouwen met autisme.
Heel handig voor mij als jongerencoach en als moeder in een mannengezin waar autisme een belangrijke rol speelt.

De titel

De titel van het boek viel mij ook op. ‘maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’. Zonder hoofdletter M, en dat intrigeert mij dan ook weer maar dat terzijde. Uit ervaring weet ik dat autisme geen ‘gezicht’ heeft. Hoe ziet autisme er uit? Als Dustin Hoffman in Rainman? of als Jim Parsons als Sheldon Cooper in The Big Bang Theorie? Wat een onzin.
Mijn jongste zoon heeft klassiek autisme en is gewoon een vlotte knul om te zien met een leuke smaak over mode. Je ziet absoluut niet aan hem dat hij autisme heeft. Dat is zowel fijn als niet fijn. Hij is op school vaak overschat en dat heeft tot de nodige hindernissen geleidt.
Ik vermoed dat als je tegen hem zegt dat hij er niet autistisch uitziet, dat hij dat als een compliment beschouwt.
Realiseer je dan wel dat áls je dat zegt, dat jij blijkbaar een vooroordeel hebt over hoe autisten eruit horen te zien.

Onlangs heb ik Zondagsleven gelezen, van de schrijfster Judith Visser. Ook weer een mooi boek. De review over Zondagsleven lees je hier.

En verder

Ben je op zoek naar een coach? Iemand die je kan ondersteunen bij het zoeken naar een studie, het onderzoeken van talenten of coachen bij een sollicitatie? Ik help je graag. Stuur me een bericht via het contactformulier.

Als je wilt, volg mij dan op Facebook en LinkedIn

In een eerdere review schreef ik over Prinses Anna. Draaikolken in Luna’s hoofd is ook een boek van schrijfster Colette de Bruin. Het gaat over Luna en de draaikolken in haar hoofd, veroorzaakt door teveel prikkels en openstaande mapjes. (Wat dat zijn, lees je in het boek) Waar Prinses Anna in de blote billen bedoeld is voor jongere kinderen, is Draaikolken in Luna’s hoofd bedoeld voor iets oudere, basisschoolkinderen. Het is het eerste boekje in de streepjesserie van Geef me de 5

Colette de Bruin ontwikkelde de methode Geef me de 5. Een methode die is ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kan ook breder ingezet worden. Bijvoorbeeld wanneer je wat meer behoefte hebt aan structuur en duidelijkheid.

Het boek is onderverdeeld in 3 delen, aangegeven door een tussenblad met de titel. Het lijkt me prettig lezen voor een kind met autisme. Zo heb je bij het omslaan van de bladzijde even de tijd om te schakelen. De vrolijke illustraties zijn van Lars van Schagen.

Over Luna

Als iets nog niet duidelijk is voor Luna, blijft ze er maar over nadenken. Haar hoofd raakt overvol van allerlei gebeurtenissen op een dag. Zo vol dat niets meer lukt. Luna is een meisje van een jaar of 9. Tenminste, zo schat ik haar in. Op een vrijdag komt ze boos uit school, gooit haar tas naar haar moeder. Gelukkig kent moeder dochterlief en ze wordt niet boos. Luna rent naar huis. Bij thuiskomst geeft moeder haar dochter Luna de gelegenheid om tot rust te komen. En pas daarna gaat ze met Luna aan de slag.

Informatie-verwerkingsstoornis

Het boek is informatief en leuk om te lezen. Het geeft een inkijkje hoe het autistisch brein werkt wanneer de informatie niet goed verwerkt kan worden. Autisme is een informatie-verwerkingsstoornis. Kortgezegd betekent dit dat informatie verwerken bij iemand met autisme op een complexe manier verloopt. Dat is bij Luna ook zo. Luna heeft hulp bij nodig bij het herkennen en duiden van situaties, haar gevoelens en wat die met haar doen. Die hulp krijgt ze van moeder. Ze leert hoe ze haar emoties kan herkennen en waar ze die voelt in haar lichaam. Samen vullen Luna en haar moeder de emotiemeter in. De emotiemeter helpt Luna om aan te geven op welk level ze zit van ontspannen naar zeer boos. En bij zeer boos heeft Luna geen vat meer op haar gedrag.

Dit is iets wat meer mensen met autisme kennen. Wanneer de meter overloopt wordt de één boos en uit dat bijvoorbeeld door schelden en ruziemaken. Maar de ander wordt juist stil en trekt zich terug. Luna’s moeder heeft een aanpak die werkt.

Aan het eind van het boekje vind je een hoofdstuk ‘over dit boekje’ waarin Colette de Bruin uitleg geeft. Ze geeft uitleg over de kenmerken van problemen met de informatieverwerking. Autisme is tenslotte een informatie-verwerkings-stoornis. Een vol hoofd hebben is zo’n kenmerk.

De emotiemeter

De emotiemeter kan een heel handig hulpmiddel zijn. Bijvoorbeeld als een kind met autisme nogal eens boos of driftig kan zijn of als het zich juist terugtrekt. Ook dat kan een teken zijn van een vol hoofd. Een emotiemeter kun je eenvoudig zelf tekenen. Maar je kunt er ook eentje gratis downloaden via de webshop van Geef me de 5 Er zijn ook downloads beschikbaar voor pubers zoals het Afsprakenblad en Gamen duidelijk op de 5.

Deel 3 van de streepjessersie gaat over Bram. En heet: Bram kan het zelf.
Draaikolken in Luna’s hoofd bestel je hier

Wil je meer van mij of JHob zien? Ik ben ook te vinden op Facebook en LinkedIn

Anna is altijd vrolijk, behalve als ze zich moet aankleden. Dan wordt ze boos. Gewone kleren vindt ze maar stom. Ze wil alleen prinsessenjurken aan.

Ik lees graag en de boeken van Colette de Bruin mogen dan ook niet ontbreken in mijn boekenkast. Colette heeft zowel kinderboeken als theorie boeken over autisme als een boek over de methodiek Geef me de 5 geschreven.
Deze keer een review van het kinderboek Prinses Anna in de blote billen, geschreven door Colette de Bruin en geïllustreerd door Lars van Schagen.

Over de opbouw

Het boekje heeft een groot lettertype en vrolijke illustraties. Verder is het boekje opgedeeld in 3 delen die ieder heel herkenbaar zijn doordat er steeds een volledig gekleurde pagina tussen geplaatst is, met daarop de aankondiging van het volgende deel. Ik kan me voorstellen dat deze aankondiging heel fijn is voor de jonge lezer met autisme. Bij het omslaan van de pagina heeft hij of zij dan fijn even de tijd om over te schakelen naar het volgende deel.
Wat ook opvalt is dat het colofon met de gegevens over het boek achterin het boek een plekje hebben gekregen. Wat een goed idee! Hier is duidelijk over nagedacht. Moet je die ook lezen? Ze staan tenslotte vooraan.
Maar wat moet je als jonge lezer met autisme met die gegevens? En welke betekenis moet je er dan aan geven? Wat hebben ze met het verhaal te maken? Lekker achteraan in het boek dus.

Het is een leuk boekje om samen met je kind te lezen als hij of zij het vervelend vindt om zich aan te kleden. Het geeft je meteen een opening om over jullie eigen situatie te praten. Ik vind het ook een aanrader om het boekje te lezen met broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes en vriendjes en vriendinnetjes. Ik denk dat het boekje een opening kan zijn voor een leuk gesprek waardoor andere kinderen het kind met autisme beter gaat begrijpen.

Over Anna

Prinses Anna is een meisje dat verknocht is aan prinsessenjurken. Ze wil zich niet aankleden. Maar over een week moet ze naar school. Het boekje laat in het midden of Anna vakantie heeft gehad of dat Anna voor het eerst naar een nieuwe school gaat. Voor het verhaal is het ook niet belangrijk. In het boek wordt ook niet gezegd dat Anna een stoornis in het autisme spectrum heeft maar ook dat is niet echt nodig. Het boekje is duidelijk een uitgave van Geef me de 5.

Anna is overgevoelig voor aanraking op haar huid. Dat merk je aan het verhaal over de kleding en je merkt het doordat ze het kusje van haar moeder ook gauw wegveegt. Dat gekriebel! Anna heeft een moeder die haar snapt. Lees vooral zelf hoe ze de situatie oplost met de aanpak van Geef me de 5.

Over de aanpak

Achter in het boek geeft Colette de Bruin uitgebreid uitleg over het boekje en beschrijft ze hoe het komt dat Anna haar gewone kleren niet aan wil, maar de prinsessenjurken wel.

Anna’s moeder gebruikt een aftelkalender om Anna de tijd te geven om langzaam aan het idee te wennen dat er een dag komt dat Anna gewone kleren moet dragen. De aftelkalender kun je gratis downloaden via de webshop van Geef me de 5. Het boekje kun je hier bestellen.

De aanpak van Geef me de 5 heeft ons als gezin enorm geholpen om onze zoon beter te begrijpen. In de oudercursus heb ik veel geleerd door filmpjes op te nemen als ik met onze zoon in gesprek was. In de cursus werd het filmpje dan geanalyseerd en kregen we uitleg over de aanpak. Dát probeerden we dan thuis weer uit. Het werkte. Voor mijn gevoel boekten we iedere week vooruitgang.

Ik schreef eerder 2 blogs over ervaringen die wij hebben met de methode van Geef me de 5.
In Duidelijk zijn over grasmaaien, schreef ik over duidelijk zijn op de 5 en in Met W.A.T.-ten komt jouw kind met ASS in beweging, schreef ik over wat de aanpak W.A.T-ten inhoud en hoe je dat kunt gebruiken.

Wat vind je van deze review? Geef je mening hieronder in een reactie.

Ik ben ook te vinden op Facebook en LinkedIn