Motivatie: 3 tips om het vast te houden

Intrinsieke en extrinsieke motivatie kennen we wel. Intrinsieke motivatie komt uit jezelf en extrinsieke motivatie wordt gevormd door een push van buitenaf. Bijvoorbeeld omdat er een consequentie volgt als je iets niet gedaan hebt. Zoals een 1 scoren als je een verslag niet op tijd inlevert. Dat wil je niet, dus lever je het op tijd in.

Om in beweging te komen heb je motivatie nodig. En voldoende motivatie ook nog eens. Weten dat je sporten goed is om af te vallen, levert nog geen motivatie op om naar de sportschool te gaan. Samen met vriendinnen gaan en niet willen achterblijven is wél een vorm van motivatie.
Motivatie voor iets dat je graag wil is er, nu nog vasthouden.

3 Tips

Wil je je motivatie vasthouden, dan heb ik 3 tips voor je.

  1. Onderzoek waar je motivatie zit
  2. Visualiseer je doel
  3. Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt
    Hieronder leg ik je uit hoe het zit met deze 3 tips.

1. Onderzoek waar je motivatie zit

Neem nu bijvoorbeeld de foto die ik voor deze blog heb gebruikt. Ik draag een blauwe sjaal die ik normaal nooit draag. Waarom eigenlijk? Helemaal niet in de mode en toch was ik enorm gemotiveerd om a) een sjaal te kopen en b) om de sjaal te dragen. Het maakte me geen bal uit of ik er raar uitzag of niet. Dat zit zo. Een week voor ik met vakantie naar het zonnige zuiden ging, liet ik mijn haar kleuren bij de kapper. Krullen heb ik niet van mezelf, dus die haalde ik ook bij de kapper. Een pittige rekening alles bij elkaar. Laat het zonnige zuiden, en helemaal zon-zee-strand nou helemaal niet zo goed zijn voor net gekleurd haar! Voor je het weet is de kleur vaal en had ik net zo goed niet naar de kapper hoeven gaan. ‘Draag een hoed’ adviseerde mijn kapper. Is prima, maar onhandig als het hard waait. En ik wilde mijn haar beschermen, zodat ik ná de vakantie er ook nog goed uitzag. Ik wilde het dragen van een sjaal dus heel graag zelf. Daar kwam mijn motivatie vandaan. En wat wil jij graag? Dáár zit jouw motivatie.

2. Visualiseer je doel

Ik zag het voor me. Na mijn vakantie had ik vakantiefoto’s waar ik met mooi gekleurd haar op sta én ik zou na mijn vakantie zo door kunnen naar een zakelijke afspraak, omdat ik wist dat de kleur nog goed was. Tjakka! twee vliegen in één klap. En stiekem was ik ook wel benieuwd hoe z’n sjaal me zou staan. 😉
Zie je jouw doel al? Wat heb je dan bereikt?

3. Ga voelen

De derde tip die ik je mee wil geven is deze: Ga na wat je voelt als je je doel bereikt hebt. En daarmee bedoel ik dat je je kunt gaan inleven hoe het zou voelen als je je doel bereikt hebt. Zou je je tevreden voelen of juist blij en totally happy? Voel je al de kracht omdat het je gelukt is? Hou dat gevoel voor ogen als je moeite moet gaan doen om aan de slag te gaan.

Van denken naar doen

Deze 3 tips gaan je beslist helpen om je motivatie vast te houden op een moment waarop je moeite hebt om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om je studie op te pakken als je geen zin hebt of om met je leidinggevende in gesprek te gaan over je loopbaan. Je gaat van denken naar doen.


Ik geef toe, zoals ik de sjaal droeg op de boot was geen gezicht. Sterker nog, het zag er niet uit! Maar hé so what? Ik kende er toch niemand en de zon brandde ongenadig op mijn hoofd. En ja ik had naar binnen gekund. Maar dat wilde ik niet. Ik wilde dit tochtje beleven in de buitenlucht, met de wind in mijn haren…ehh sjaaltje 😁
Dit voorbeeld met het sjaaltje is natuurlijk een flut voorbeeld. Maar goed genoeg om duidelijk te maken wat ik bedoel. Het starten van mijn coachpraktijk had heel wat meer doorzettingsvermogen nodig. Maar oh wat wilde ik het graag! Jongeren helpen, mijn eigen tijd indelen, meer tijd om te schrijven en in de toekomst hopelijk wat meer tijd om te reizen. Dit zijn mijn doelen. Als ik aan het werk ben, vergeet ik zo maar de tijd. Zo leuk vind ik het. Dus ja, gemotiveerd ben ik wel.

autismecoach

Weet jij waar jouw motivatie vandaan komt?

Heb jij helder waar jouw motivatie vandaan komt? Of helemaal niet?Belemmert je dat tijdens het studeren? Of heb je misschien wel het gevoel dat je helemaal geen motivatie hebt? Wees niet ongerust, motivatie heb je altijd! Uitzoeken hoe dat zit? Mijn advies: neem een coach in de arm waarmee je een klik hebt. Natuurlijk ga ik graag met je aan de slag. Zeker wanneer je autisme/ADD/ADHD hebt, dan ben je bij mij aan het goede adres. Voel je er wat voor? Stuur dan je vraag via het contactformulier.

Wil je op zoek naar een andere coach? Kijk dan eens bij mijn collega’s via Kickor Kickor is een platform van jongerencoaches.

ps: wist je dat de blauwe sjaal de tweede sjaal was die ik kocht? Het eerste sjaaltje was een wit sjaaltje dat mijn haar niet helemaal kon bedekken. Ik was nog niet tevreden en zocht verder. Ik wilde mijn doel bereiken.
Dat kun jij ook!

Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Het is een gewone doordeweekse avond. Ik heb net een gesprek met mijn zoon gehad. En aan het eind van dat gesprek vraag ik nog een moment zijn aandacht en zeg tegen hem: ‘Weet je nog? Jij wil dat ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

Mijn kinderen zullen deze uitspraak vast herkennen. Ik heb hem vaak gebruikt toen ze opgroeiden en bij mijn 18 jarige gebruik ik de uitspraak nog wel eens. Hoe je de zin interpreteert hangt af van de intonatie die je gebruikt, de klemtoon én de situatie waarin je de zin gebruikt.

Wederkerigheid

Wil de zin effect hebben, is het allereerst géén dreigement of onderhandeling of aanbod. Nou ja, dat laatste wel een beetje. Maar niet in de zin van: pas als jij gaat luisteren, luister ik naar jou. Hell no, daar ben ik helemaal niet van. Wat ik mijn kinderen hiermee wil leren is respect, gelijkwaardigheid en vooral wederkerigheid.

Samen

In deze wereld ben je niet alleen. We zijn er samen. Ik ben er voor hen en doe voor hen wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Maar ik wil mijn kinderen ook leren dat zij hierin ook een verantwoordelijkheid hebben. Of je nu wel of geen autisme hebt. We moeten het samen doen.
Als je autisme hebt, is het niet vanzelfsprekend dat je zo maar oog hebt voor de behoeften van anderen. Dat dit niet vanzelfsprekend is, is niet erg. Je kunt het leren. 
Ik leer het mijn zoon door het voor te doen en hardop uit te spreken wat ik bedoel en waarom iets belangrijk is.

Luister

Naar elkaar luisteren, vind ik super belangrijk. Met luisteren bedoel ik ‘heb oog voor mijn wensen zoals ik oog heb voor jouw wensen”. Pubers zijn vooral gericht op hun eigen behoeften en dat hoort ook zo. Zo ontdekken ze de wereld en hun grenzen. En die grenzen krijgen ze o.a. van ons als ouders. Maar dat wil niet zeggen dat dit op een autoritaire manier moet gaan. Hoewel ik de ouder ben en niet een vriendin, streef ik er altijd naar om op een gelijkwaardige manier met ze te communiceren.

Sfeer

Ik probeer niet meteen te reageren maar eerst even tot me door te laten dringen wat ze van me vragen. Een paar seconden de tijd nemen om te beslissen hoe je wilt reageren levert echt rust op. Nogmaals, ik ben ook mens dus ook bij mij gaat het wel eens anders. Het is wel eens gebeurd dat hij met een voorstel kwam en dat ik reageerde met: ‘Nou ik dacht het niet!’. Het is wel een duidelijk reactie maar het bevordert de sfeer in huis niet echt, kan ik je zeggen.

Pubers

Zoals alle pubers, is ook mijn zoon het lang niet altijd eens met regels die wij stellen. Zoals op tijd gaan slapen en niet tot 3 uur ‘s nachts online zijn. Hij vindt dit overbezorgd en meent dat hij zelf kan bepalen hoe laat hij naar bed kan. Daar denk ik anders over en met reden, maar dan wordt deze blog veel te lang.

Ondanks dat we niet altijd dezelfde mening hebben, vind ik het heel belangrijk om naar hem te luisteren en soms mijn grenzen te versoepelen. En hem daarmee het vertrouwen te geven dat hij mag gaan uitproberen en ontdekken wat bij hem past. En dat is het moment dat ik tegen hem zeg: ‘Heb je het in de gaten? Ik luister naar je.’ Ik spreek het dus letterlijk uit. Dat is ook het moment dat hij zich bewust wordt van de ruimte die hij krijgt. En dat waardeert hij. En zo kreeg hij op een bepaald moment mijn toestemming om éénmalig met een online nachtelijk event mee te doen.

Zijn vraag eerst

Je leert hem de waarde van jouw gebaar als je de zin eerst gebruikt in een situatie wanneer je ingaat op zíjn vraag. Hij vraagt iets van je en je kijkt wat verantwoord is en geeft hem toestemming voor iets wat hij graag wil. Bijvoorbeeld in een vakantie tot een later tijdstip online zijn dan waarvoor je normaal toestemming zou geven. Geef aan dat het een uitzondering is. Je geeft daarmee ruimte en vertrouwen. De dag erna ga je met je kind kijken hoe hij het gedaan heeft. Toon belangstelling voor wat hij gedaan heeft en vraag waarom dit zo leuk was voor hem.

Goud

Geef hem een paar keer nét iets meer ruimte dan je normaal zou doen. Zodat hij kan gaan ontdekken. Bijvoorbeeld in een periode van een maand. Ik garandeer je dat er vervolgens vanzelf het juiste moment komt dat je hem kunt vragen: ‘Weet je nog? Ik heb …. (noem dat moment) naar jou geluisterd, luister je nu ook naar mij?’ Mijn ervaring is dan dat mijn kinderen dan zoiets hebben van ‘oh ja, dat is waar ook. Dan is het wel zo aardig als ik nu doe wat zij belangrijk vindt’. Die nadenkende blik en dan zijn commitment, dit moment is echt goud waard!

Ik had zo’n gouden moment komt dat mijn zoon in discussie probeerde te gaan over de tijdklok die er op het internet zit. Hij wilde voor altijd de tijdklok verder naar achter verzetten zodat hij altijd langer online kon zijn. Ik wilde dat niet. Toen ik zei: ‘Weet je nog dat je dat nacht event mocht doen? Toen heb ik naar jou geluisterd, luister jij nu dan ook naar mij? Vervolgens kwam die nadenkende blik en ging hij akkoord want hij wist best waarom die tijdklok erop zit. Hij weet ook dat wanneer hij onvoldoende rust krijgt, hij gezondheidsproblemen gaat krijgen. Maar ja, ‘s nachts doorgaan scoort veel beter bij vrienden dan aan moeten geven dat je voldoende rust nodig hebt en dus niet mee gaat doen met het nachtelijke event van World of Warcraft.

Wil jij nu ook werken aan een relatie die gebouwd is op wederkerigheid? Ga dan ook deze zin gebruiken: ‘Jij wil dat ik naar jou luister, luister je dan ook naar mij?’

Als moeder van een zoon met autisme en vervolgens als jongerencoach heb ik ontzettend veel gehad aan het boek Auticommunicatie van Collette de Bruin. Je koopt het boek Auticomminicatie via deze link. Een echte aanrader dus. Een van de technieken die ik daar geleerd heb, is het W.A.T-en. In deze blog lees je er meer over.


Schrijf je hier in voor de JHob inspiratiebrief en ontvang nog meer tips over omgaan met autisme en auti-communicatie.


Als studiekeuze coach voor jongeren met autisme zoek ik naar mooie verhalen. Het liefst positieve verhalen.
Verhalen met echte mensen met echte beroepen.
Beroepen waarvoor je als persoon met autisme ook kunt kiezen.

Je wilt toch een studie waar je blij van wordt!

Gelukkig gaan steeds meer decanen, docenten en andere professionals inzien dat mensen met autisme niet allemaal techneuten zijn. En dat niet iedereen met autisme geïnteresseerd is in cijfers en analyseren. Maar er zijn helaas nog steeds te veel professionals die niet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen rondom het autisme spectrum stoornis. En daarmee krijgen nog veel jongeren verkeerde studieadviezen.

Missie

Het is mijn missie om jongeren met autisme zo te ondersteunen dat ze zelf op onderzoek uitgaan en met vertrouwen een studie kiezen waar zij blij van worden. Met deze serie blogs toon ik aan dat mensen met autisme prima kunnen werken in beroepen die je misschien niet verwacht. Of studies volgen die je misschien niet verwacht, zoals dramatherapie. En studie vol met sociale contacten.

Julia

Voor de blog-serie over beroepen was ik eerder al in gesprek met Natascha die leerkracht is in het basisonderwijs en met Marguerite die als acquisitieregisseur voor een bank werkt. Deze keer ben ik in gesprek met Julia (21). Deze kanjer studeert dus Dramatherapie, zit in het 3e jaar en loopt stage in de Verslavingszorg.

Is de opleiding Dramatherapie passend voor iemand met autisme?
Studeren met autisme, maak je dromen waar!

Wat eraan vooraf ging

Ergens in maart 2021 word ik benaderd door Julia of ik haar enquête wil invullen. Ze doet een onderzoek voor haar opleiding en zoekt mensen die autisme hebben of ouder zijn van iemand met autisme of hulpverlener zijn voor mensen met autisme.
Vorig jaar heb ik zelf een onderzoek gedaan met dezelfde doelgroep. Je leest er meer over in de blog Is een studie kiezen lastiger met autisme? Natuurlijk help ik graag een medeonderzoeker, dus ik vulde haar enquête in.

Julia: ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan’

En als ik later in een post een oproepje doe omdat ik mensen zoek om te interviewen voor mijn serie blogs over beroepen, reageert Julia met ‘Ha Joyce, ik heb autisme en een baan (een stage, maar dat is ook een werkplek!) en in het verleden ook veel bijbaantjes gehad. Dus als je wil mag je mij zeker interviewen. Lijkt me heel leuk’.
Nou, mij ook!

Julia’s Diagnose

Ze was 17, bijna 18 jaar toen ze de diagnose kreeg. Julia was eigenlijk wat verbaasd. Wat ze van autisme wist, gaf het beeld van een star, weinig sociaal persoon. Dat was zij helemaal niet! Ze ging erover lezen en ontdekte dat autisme veel verschillende uitingsvormen heeft. Bij de één uit het zich anders dan bij de ander. Bij mannen anders dan bij vrouwen. Het autistisch brein blijkt een bijzonder brein.

Medicatie

Op de vraag ‘Welke kenmerken vanuit het autisme herken jij in jezelf?’ antwoord Julia dat prikkeling-verwerking een rol bij haar speelt. Ze krijgt er medicatie voor en daarmee kan ze overprikkeling wat vaker voorkomen. Julia is auditief gevoelig en met de medicatie komen sommige geluiden wat minder hard binnen. Medicatie helpt ook om dingen wat meer op een rijtje te krijgen en dat is helpend bij het overzicht houden. Prikkels komen iets minder heftig binnen en door de medicatie kan ze die dan iets makkelijker filteren.

Plannen

Julia is één van die mensen die na een intensieve dag meer hersteltijd nodig heeft dan iemand die geen auti-brein heeft. Dat betekent dus goed kijken naar belastbaarheid en goed plannen. En niet in één week 3 deadlines proberen te halen, want dat gaat niet werken. En als je dit koppelt aan Julia’s streven naar perfectie, snap je dat goed plannen een zoektocht blijft.

Passie

De weg die Julia’s zus bewandeld heeft rondom haar studiekeuze, gaf Julia het inzicht dat zij het anders wilde aanpakken. Haar zus koos in de eerste instantie voor een ‘veilige’ studie. Ze switchte van opleiding en slaagde glansrijk. Daardoor wist Julia ‘Ik ga direct kiezen voor iets waar mijn hart ligt’.

Julia: ‘Ik geloof er heel sterk in dat als je kiest voor iets waar jij warm van wordt, een studie veel meer slagingskans heeft’

VWO diploma en toch niet naar de universiteit

Julia heeft het VWO afgerond met prima cijfers. Het leek er dus op dat ze voor een WO studie zou gaan kiezen. ‘Maar na mijn VWO had ik geen zin om nog 6 jaar met de neus in de boeken te zitten. Ik wilde resultaat zien van mijn werk en iets voor andere mensen betekenen’. En dat is ze gaan doen. Haar eerste keus was een opleiding tot Docent Theater. Julia deed auditie en kwam ver in het selectieproces. Ze werd het nét niet.

Plan B

Het wordt uiteindelijk plan B, haar tweede keus: de opleiding Vaktherapie met als uitstroomvariant Dramatherapeut. Ze had ook kunnen kiezen voor Beeldend therapeut of Psychomotorisch therapeut. Maar ze heeft voor drama gekozen. Achteraf is Julia juist blij dat het deze opleiding is geworden en niet de opleiding Docent Theater. Ze merkte dat er bij de opleiding Dramatherapie ruimte is om fouten te maken en het oké was om je kwetsbaar op te stellen. Dit in tegenstelling tot de kunstacademie waar je je steeds van je beste kant moet laten zien.

Autisme & studeren

Julia is perfectionistisch. Voor haar betekent dit dat ze alles in één keer wil behalen en ook nog met heel goede cijfers. En dat lukt haar ook. Aan de ene kant vindt ze het leuk om met haar opdrachten bezig te zijn. Aan de andere kant merkt Julia dat ze er ook erg veel tijd in steekt. Soms wat te veel.

Julia: ‘Als je aan mij een opdracht geeft, dan ga ik er helemaal voor. Je mag verwachten dat het heel goed wordt gedaan. Ik ga niet voor minder.

In de klas voelt ze zich op haar gemak. ‘Iedereen weet dat ik autisme heb’ geeft Julia aan. Medestudenten en leraren zijn gericht op mentale gezondheid en zijn daarmee geïnteresseerd in het thema autisme. Dat helpt Julia om zich op het gemak te voelen in de groep.

Cliënten met autisme

Julia komt in haar opleiding ook cliënten met autisme tegen. Ze is ervaringsdeskundig dus ze kan haar eigen ervaringen inzetten en sluit daardoor goed aan bij cliënten met autisme. Ook haar medestudenten leren van haar wat het betekent om autisme te hebben.

Een rollenspel is een werkvorm die een dramatherapeut in kan zetten bij de begeleiding van een cliënt. In de opleiding oefen je dat geregeld. Julia is creatief en speelt een scene soms heel anders dan verwacht, waardoor zij laat zien dat ze echt out of the box kan denken.

Wat maakt de stage tot een succes?

Julia loop stage in specialistische GGZ verslavingszorg. Daar komt ze ook geregeld cliënten tegen die ook autisme hebben. Julia snapt als geen ander hoe autisme belemmerend kan werken, maar ook waar de kansen zitten. Als het een functie heeft vertelt Julia aan een cliënt dat ze zelf autisme heeft. Dit is voor haar echt een oefening in afstand en nabijheid. Want wat vertel je wel en wat niet? De begeleiding moet tenslotte wel professioneel zijn.

Stagedoelen

Een van de doelen tijdens haar stage is: meer contacten leggen met collega’s. En dat is best nog een pittig doel om te behalen. Wanneer je aan Julia vraagt hoe ze denkt over koetjes-en-kalfjes-gesprekken, zal ze aangeven dat ze daar niet zo veel voor voelt. Sarcastische grapjes vindt ze ook niet echt geweldig. Analyseren wat iemand precies bedoelt en hoe je daar op moet reageren, kost haar veel energie. Toch wordt er als collega wel één en ander van haar verwacht. Gelukkig heeft Julia een fijne stagebegeleider. Eéntje die Julia haar grenzen laat opzoeken maar haar niet pusht om óver die grens heen te gaan. Zo kan zij veilig oefenen en leren.

Grenzen

Ze bespreekt bijvoorbeeld dat ze heel zelfbewust wordt in sociale situaties. Wat wordt er van je verwacht en hoe reageer je? Daar denkt ze dan verder over na. Zelfs over hoe je een boterham vasthoudt wanneer je samen met collega’s luncht. Dit houdt haar wél bezig maar dit bespreekt ze natuurlijk niet met haar stagebegeleider. Er zijn grenzen 😉

Vertrouwen op je gevoel

Julia wordt ontzettend zenuwachtig bij nieuwe dingen. Om het toch te gaan doen, moet ze zich echt over die  zenuwen heen zetten. Ze zegt hierover: ‘Ook al gaat het niet precies zoals ze verwacht, tegenwoordig denk ik ‘IK RED ME WEL 💪🏽’.
Ze wil nog meer leren om op haar gevoel te vertrouwen. Lukt dat en het blijkt te werken, dan is ze helemaal happy.

Dromen

Dramatherapie studeren en autisme hebben, het is dus een prima combinatie. In ieder geval voor Julia. Het bewijst wel dat er veel meer mogelijk is dan je soms denkt en dat je je dromen kunt waarmaken. Om dat te kunnen doen heb je vooral inzicht nodig:

  • Inzicht in je talenten
  • Inzicht in wat je nodig hebt
  • Inzicht in wat je belangrijk vindt

En ook dat is minder ingewikkeld dan je denkt. Ik help je er graag mee.
Met een talentenscan kom je al een fikse stap dichterbij. Hier lees je er meer over.

Weet je wat?
App meteen voor een gratis kennismaking:
☎ 0640848947
of stuur een mail naar:
📧 info@jhob.nl

Op de hoogte blijven?
Volg mij op Instagram

Er zijn talloze studies en opleidingen waaruit je kunt kiezen. In de serie blogs ‘Wat is…’ geef ik steeds een beschrijving van een opleiding die misschien nog niet zo bekend is. Deze eerste keer Creative Technology.

De studie Creative Technology bewijst wel dat niet alle universitaire opleidingen vooral theoretisch en weinig praktisch zijn.
Bijna 3 jaar geleden koos Thomas (21) voor deze opleiding en hij heeft er geen moment spijt van gehad. Thomas: ‘Creative Technology is een universitaire bachelorsopleiding die de disciplines elektrotechniek, informatica en iteratief productontwerp combineert met veel hands-on prototyping en een vleugje bedrijfskunde’.

Ik had geen idee wat iteratief was, dus dat heb ik opgezocht. Het blijkt een term uit de wiskunde te zijn en het betekent ‘herhalend’. Bij een iteratieve aanpak ga je stapje voor stapje verder en gebruik je voortschrijdend inzicht in een volgende fase. Weer wat geleerd.

Techniek & de mens

Met deze opleiding word je uiteindelijk de verbinding tussen innovatieve technologieën en de mens in de samenleving. Tijdens de opleiding word je uitgedaagd om nieuwe of reeds bestaande technologieën op een creatieve manier in een nieuwe creatieve context toe te passen voor een gemakkelijker of leuker leven. Een mooi voorbeeld is Robot Phi maar er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken, zoals de app Ommetje en wat denk je van Google Home!
Kernwoorden als creatief, ontwerpen en technische ontwikkelingen staan centraal tijdens de studie.

Zit je op de middelbare school, dan klinkt dit misschien als veelomvattend en groots. Maar het mooie is dat je het stap voor stap leert. Alles wat jij nodig hebt is belangstelling voor techniek, informatica en het lef om iets anders te willen dan de standaard.
Het proces van het in kaart brengen van het probleem, brainstormen tot een idee en het uitwerken en uittesten van een prototype, leer je tijdens de opleiding.

Lef & actie

Thomas: “wat ik zo leuk vind aan Creative Technology is dat je uitgedaagd wordt om lef te tonen en echt actie te ondernemen. De concepten blijven niet in een boekje, maar komen in de werkplaats tot leven. Ik vind het geweldig om praktisch bezig te zijn. Vaak eerst met papier en een vlugge schets en dan later met 3D printen en laser snijden.”
Je krijgt de opdrachten van een opdrachtgever en die werk je uit in een projectgroep. Hierdoor leer je al gauw welke rol jou ligt tijdens het werken in projecten. Tijdens de opleiding is er ruimte voor keuzevakken waardoor je zelf richting kunt bepalen.

Natuurlijk zijn er ook lastige aspecten aan de opleiding. Denk aan medestudenten die minder inzet tonen dan jij tijdens een project. Of dat er maar een maximum aantal studenten gekoppeld kan worden aan een opdracht en dat je net te laat inschrijft en dus niet mee kunt doen. Dat overkwam Thomas ook een keer. Ook daar leer je weer van, er zijn altijd wel weer andere opties op dat moment.

Voorbeeld van een project

Thomas studeert aan de universiteit Twente en is inmiddels ook semiprofessioneel fotograaf onder de naam Oneroy. Hij maakte de foto hieronder tijdens een project in het 2e jaar van zijn opleiding. Check zijn website maar eens!

Creative Technology in de praktijk

De foto laat een zelf ontworpen apparaat zien, waarmee oude DVD’s een nieuw doel krijgen. Ze fungeren zo als equalizer en visualisatie voor muziek. Het apparaat werd bedacht en gemaakt tijdens een hackaton-project van een paar dagen waar je in gelimiteerde tijd een goed werkend product moest zien te ontwikkelen. Het hoefde niet helemaal af te zijn, als wat je ontworpen had, het maar goed deed. Laat de creativiteit maar stromen!

Waar volg je deze studie?

Op HBO niveau kun je ook allerlei opleidingen doen in deze technische en creatieve richting. Bijvoorbeeld bij het Saxion aan de Academie Creatieve technologie Maar er zijn veel meer HBO’s die dit soort opleidingen aanbieden.
De studie Creative Technology die Thomas volgt, is een Engelstalige opleiding en die wordt gegeven aan de Universiteit Twente

Is Creative Technology wat voor jou?

Hoe weet je nu of deze opleiding wat voor jou is?
Je vakkenpakket en je profiel is natuurlijk screening nummer 1. Wiskunde en natuurkunde is belangrijk en heb je het vak informatica gehad dan is dat zeker een pré maar niet noodzakelijk. Interesse in de mens en zijn omgeving is net zo goed belangrijk. Het zijn twee evenredig belangrijke onderdelen van de opleiding. Tijdens de opleiding ga je werken in projectgroepen. Daar ontkom je niet aan. Maar dat kom je in je werk later ook tegen, dus beschouw de opleiding als een mooie oefening. Fouten maken mag en van proberen kun je leren, zeg ik altijd.

Lijkt de opleiding je leuk maar heb je ergens twijfels over? Of je innovatief genoeg bent? Welke rol jou ligt in een projectgroep? Of hoe je tegenover opdrachtgevers staat? Als je een Talentenscan doet dan weet je het.

Soms kom je een beroep tegen waarvan je denkt ‘Huh bestaat dat?’ Welke opleiding je daar dan voor nodig hebt is dan ook niet vanzelfsprekend. Ik schreef een blog over Hoe je aan een beroep een opleiding koppelt. De blog neemt je stap voor stap mee hoe je dat doet.

Via social media deel ik geregeld tips, weetjes over autisme en hier en daar een positieve quotes. Klik op één van de icoontjes onder aan deze pagina en je vindt JHob op Facebook, LinkedIn en Instagram.

Laatst reageerde ik via Instagram onder een post van Coachwereld. En vervolgens kreeg ik om een uur of 9 ’s avonds de vraag of ik een gastblog wilde schrijven voor hun website. De blog zou moeten gaan over thuiswerken in deze 2e Lock down en de balans vinden tussen werktijd en vrije tijd. Daar heb ik de nodige ervaring mee. Dus ja, dat wilde ik wel doen.

De blog zoals die is gepubliceerd op de website van Coachwereld met hier en daar een ieniemienie verbetering. Ik kon het niet laten 😉

We zijn in Lock down en Het Grote Thuiswerken is weer begonnen. En jij denkt: ‘Ze zoeken het maar uit. Ik kruip lekker in mijn jogging broek en hoodie op de bank. Laptop op schoot.’ En je gaat je mailbox te lijf of fijn aan het werk met het verslag dat je moet schrijven.
Of toch niet?

Het lijkt een goed idee, maar doordat je vrijetijdskleding aanhebt en op de bank genesteld zit, denkt je brein dat je vrij bent. Met als gevolg dat je brein denkt dat je overwerkt. En dat is nu net wat we niet willen.  
Maar wat dan wel? Hoe kun je nu op een prettige manier thuiswerken, zodat werk en vrije tijd in balans is?
Ook ik werk sinds de eerste Lock down tijd thuis. Om mijn werk te doen, hoef ik niet naar buiten. (Bijna jammer) En ik heb altijd deadlines! Met een gezin van 5 personen is dat best een uitdaging.
Ervaring genoeg dus en die deel ik graag met je:

Verzorg je uiterlijk

Je zult mij niet in mijn badjas aan het werk zien. No way. Dan kom ik gewoon niet in een prettige werk flow. Verzorg jezelf dus zoals je zou doen als je naar je werk zou gaan. Dus je haar lekker in model en je gewone make up. Vergeet je sieraden niet!
Als je vindt dat je er goed uit ziet, voel je je ook beter. Je moet er even de moeite voor doen maar dan heb je ook wat.

Video bellen?

Wat denk je van een plotselinge verzoek van je klant of leidinggevende om de telefonische afspraak om te zetten naar een video gesprek? Geen punt toch als je al goed verzorgt bent!
Je hoeft er niet eens over na te denken. Doordat je er niet over na hoeft te denken, kost het je ook geen energie. En zo bewaar je energie voor belangrijkere dingen.

Middle of the road

Je kleding is dus belangrijk. Trek iets aan dat passend is bij het werk dat je gaat doen. Dat zet je brein in de goede werkstand. Ook tijdens de vorige Lock down zijn deze adviezen gegeven, dus dit is niets nieuws. Nu ben ik sowieso al geen fan van joggingbroeken, want dan zie ik er echt niet uit.
Ik zoek kleding die me lekker zit en waarmee ik goed voor de dag kan komen.

Natuurlijk heb ik ook kleding waarmee ik chique de friemel een presentatie kan geven. Maar zo ga ik thuis niet achter mijn bureau zitten. Het moet wel leuk blijven. En het is ook helemaal niet nodig om in de werkstand te komen. Gewoon kleding die het midden houdt tussen casual en netjes. Een middle of the road-setje is dus goed genoeg.

Stevig in je schoenen staan

En weet je wat ook goed werkt? Je schoenen aan. Klinkt misschien gek, maar het is echt zo.

Doe je je schoenen aan dan sta letterlijk stevig in je schoenen. Zeg nou zelf, een klant gesprek voeren terwijl je op je sloffen loopt, geeft toch een heel andere energie dan wanneer je schoenen aan hebt.
Laat staan dat je onderuitgezakt in je joggingbroek met je laptop op de bank zit en je krijgt een telefoontje van een klant. Merk je wat er dan gaat gebeuren?
De eerste seconden ben je bezig met overeind komen en schakelen naar een actieve houding. Je moet jezelf bijna letterlijk en figuurlijk bij elkaar rapen. En dat schakelen kost je extra energie. Geen wonder dat je na een thuiswerkdag vermoeider bent, dan na een werkdag op kantoor.

De balans

Wanneer er verschil zit in je houding, kleding en schoeisel dat je tijdens je werktijd draagt en in je vrije tijd, dan is het vinden van een balans tussen werktijd en vrijetijd makkelijker.

Bedenk eens wat je normaal gesproken doet als je van je werk komt. Schop je je schoenen uit en schenk je jezelf iets te drinken in? Kleed je je om en trek je iets makkelijks aan? Doe dat nu dan ook.
Je pelt letterlijk je werkdag van je af.

Voor mij geldt; Einde werkdag: schoenen uit en pootjes op de bank. Iets te drinken erbij en even met mijn partner de dag doorspreken. Héérlijk vind ik dat. Nu heb ik het geluk dat mijn partner meestal kookt, dus dat half uurtje gebruik ik om even tot mezelf te komen. Even loskomen van het werk en ontspannen.

Joggingbroek aan terwijl je werkt

Op zaterdag mag het.
Je kunt je joggingbroek ook vóór je laten werken. Bijvoorbeeld als je op zaterdag iets wilt afmaken, omdat je eerder in de week ervoor gekozen hebt om een spelletje te spelen met je kids of te wandelen met je hond.
Stuur je man en kids mét hond naar buiten en als je dán in je joggingbroek met je laptop op de bank gaat zitten, is het juist wel een goed idee.
Je brein registreert de situatie als ‘vrij’ en zo ervaar je dit stukje werktijd meer als weekend. Je komt zo toch een beetje tot rust. Hoewel het natuurlijk altijd beter is om volledig tot rust te komen en zelf ook lekker naar buiten te gaan.

Maar hé, vind jij dat je er op je voordeligst uitziet in je joggingbroek en je hoodie? Werk je dan het lekkerst? Dan moet je dat vooral lekker doen. Wie ben ik om te zeggen wat jij moet doen? Zolang je de balans maar in de gaten houdt.

Positieve boost

Positief blijven denken

Voor wie op dit moment flink baalt van het thuiswerken, nog even wat positieve punten over thuiswerken:

  • Een bad hair-day ziet niemand
  • Bedenk eens hoe fijn het is om niet in het donker in de auto te hoeven stappen.
  • Je hoeft je autoruiten niet te krabben
  • Geen trein die je mist, omdat je je fiets niet kwijt kon in het fietsenrek
  • Je hoeft je handen niet te ontdooien omdat je een half uur in de kou hebt moeten fietsen
  • Je kunt je werktijd zelf inplannen, denk aan ’s morgens tussen 5 en 7 uur of ’s avonds als de kids op bed liggen.
  • De koffie (of thee) is fantastisch
  • Lunch is super goedkoop
  • Je band met je kids  groeit mega met de aandacht die ze van je krijgen
  • Geen geroddel door collega’s
  • Je hoeft niet te zoeken naar een flexplek
  • Je weet precies wie het laatste printerpapier heeft gebruikt en niet heeft bijgevuld 😉

en last but not least:

  • Géén files en je bent vóór het donker weer thuis!!

Tot zover de blog voor Coachwereld. En wat een goede marketings-actie van hen om mij te vragen voor die gastblog. Ik kende hun site nog niet en het blijkt een platform te zijn waar je als coach lid van kunt worden. Zij verdienen aan mijn lidmaatschap en ik vergroot mijn vindbaarheid.
Ze zijn niet al te duur……toch maar lid worden dan?

Hoe heb jij mij gevonden? Zet het in een reactie. Dan kan ik bepalen of ik een platform zoals Coachwereld nodig heb. Vast bedankt!

Wil je af en toe de inspiratiebrief ‘Ontwikkeldingen’ ontvangen, meld je dan aan via het contactformulier

Autisme: dat is toch dat je supersnel kunt uitrekenen dat 7 augustus 1984 op een dinsdag viel? Nou…nee. Bianca Toeps heeft zelf autisme en ze legt in haar boek haarfijn uit wat autisme is en wat het betekent als je autisme hebt.

‘Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ is een boek óver Autisme dóór iemand met Autisme. Er wordt nog altijd veel over ons gepraat maar weinig naar ons geluisterd, schrijft Toeps.
Ze beschrijft in het kort wat autisme inhoudt volgens de DSM-5. Dit staat voor De Diagnostic ans Statistical Manual of Mental Disorder, editie 5. Of zoals Toeps het zegt: het Grote Jonge Woudlopers Handboek, maar dan voor psychiaters.

Toeps schrijf luchtig over een pittig onderwerp. Ik vind het dan ook een zeer leesbaar boek dat ik anderen zeker kan aanraden.
‘maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ is een autobiografisch boek dat Toeps aanvult met weetjes en stukjes wetenschap. Haar eigen mening klinkt er duidelijk in door.
Wat mij betreft is dat zeker geen probleem maar wil je precies weten wat de wetenschap inhoudt, dan kun je je daar zelf nog in verdiepen.

De discutabele geschiedenis van Meneer Asperger

In de DSM-4 werd er onderscheid gemaakt in verschillende vormen van autisme. Zoals het syndroom van Asperger. Mensen met een hoger IQ en in combinatie met autisme kregen de diagnose Asperger. Dit was mij wel bekend. Maar wie Meneer Asperger nu eigenlijk was, wist ik niet. Hij blijkt een kinderarts in de tijden van nazi-Duitsland te zijn geweest. En die, helaas maar waar, gebruikte kinderen met autisme voor zijn onderzoek.
Toeps geeft aan inmiddels de term Asperger niet meer te willen gebruiken en daar sluit ik me helemaal bij aan.

School

All was well, schrijft Toeps. Totdat ze naar school moet. Ze beschrijft één van haar herinneringen waarin ze zich totaal onbegrepen voelde:
Jullie zitten in groep 1, dus jullie kunnen niet schrijven…’,zei de juf op een dag. ‘Ik kan wel schrijven!’, riep ik. ‘Niet zoals het hóórt’, zei de juf, ‘dus jullie krijgen nu allemaal dit geprinte label, om op jullie geknutselde boekje te plakken.’ Ik was boos. Voelde me gekwetst, niet gezien. Ik had er helemaal geen zin meer in. Dat stomme boekje. Ik plakte het label erop, ondersteboven, omdat ik mentaal al was uitgecheckt en daarom niet doorhad dat het boekje verkeerd om voor me lag. ‘Je label zit fout , Bianca!’ mopperde de juf. ‘Zie je nou wel dat je niet kunt lezen en schrijven?’
Je begrijpt wel dat ik boos thuiskwam die dag.

Tokio

Bianca Toeps is ieder jaar een paar maanden in Tokio. Ze vertelt in haar boek waarom ze zich daar zo prettig voelt. Het cultuurverschil is groot en dat bevalt haar goed. Ze beschrijft dat in tegenstelling met New York, in Tokio mensen je niet aanstaren. Eigenlijk dat in Tokio alles rustiger is dan elders. En ja daar is ze vreemd. Maar meer vanwege haar Europese voorkomen dan iets anders. ‘Landen en culturen leerden me dat ik kan kiezen te zijn, waar ik me het meest comfortabel voel,’ schrijft ze. Als jongerencoach vind ik dat natuurlijk een ontzettend mooie ontdekking.

Acht dingen die Bianca Toeps niet meer wil horen:

Aan het eind van het boek beschrijft Toeps acht dingen die ze niet meer willen horen:
1. Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit
2. Weet je zeker dat je geen nieuwetijdskind bent?
3. Heeft je moeder je genoeg liefde gegeven?
4. Ik hang altijd mijn overhemden op kleur, ik ben zó autistisch!
5. Iedereen wil tegenwoordig maar een labeltje
6. Ik geloof niet in labels, jij bent gewoon jij!
7. Je bent geen autist, je hebt au-tis-me
8. Het komt vast door de vaccinaties

Ze legt ook uit waarom ze deze 8 punten niet meer wil horen. Maar dat moet je zelf maar gaan lezen. Bestellen kan hier bij Bol

Het is een fijn boek dat ik met veel plezier gelezen heb. Ik wilde weten hoe Bianca Toeps, als vrouw met autisme, verschillende situaties ervaart. en ik was benieuwd naar de voorbeelden die ze zou gebruiken. En ik was benieuwd naar de tips die ze zou geven. Het mooie van het boek is ook dat ze niet alleen haar verhaal beschrijft maar ook het verhaal van twee andere vrouwen met autisme. Je krijgt zo een breder beeld van vrouwen met autisme.
Heel handig voor mij als jongerencoach en als moeder in een mannengezin waar autisme een belangrijke rol speelt.

De titel

De titel van het boek viel mij ook op. ‘maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’. Zonder hoofdletter M, en dat intrigeert mij dan ook weer maar dat terzijde. Uit ervaring weet ik dat autisme geen ‘gezicht’ heeft. Hoe ziet autisme er uit? Als Dustin Hoffman in Rainman? of als Jim Parsons als Sheldon Cooper in The Big Bang Theorie? Wat een onzin.
Mijn jongste zoon heeft klassiek autisme en is gewoon een vlotte knul om te zien met een leuke smaak over mode. Je ziet absoluut niet aan hem dat hij autisme heeft. Dat is zowel fijn als niet fijn. Hij is op school vaak overschat en dat heeft tot de nodige hindernissen geleidt.
Ik vermoed dat als je tegen hem zegt dat hij er niet autistisch uitziet, dat hij dat als een compliment beschouwt.
Realiseer je dan wel dat áls je dat zegt, dat jij blijkbaar een vooroordeel hebt over hoe autisten eruit horen te zien.

Onlangs heb ik Zondagsleven gelezen, van de schrijfster Judith Visser. Ook weer een mooi boek. De review over Zondagsleven lees je hier.

En verder

Ben je op zoek naar een coach? Iemand die je kan ondersteunen bij het zoeken naar een studie, het onderzoeken van talenten of coachen bij een sollicitatie? Ik help je graag. Stuur me een bericht via het contactformulier.

Als je wilt, volg mij dan op Facebook en LinkedIn

In een eerdere review schreef ik over Prinses Anna. Draaikolken in Luna’s hoofd is ook een boek van schrijfster Colette de Bruin. Het gaat over Luna en de draaikolken in haar hoofd, veroorzaakt door teveel prikkels en openstaande mapjes. (Wat dat zijn, lees je in het boek) Waar Prinses Anna in de blote billen bedoeld is voor jongere kinderen, is Draaikolken in Luna’s hoofd bedoeld voor iets oudere, basisschoolkinderen. Het is het eerste boekje in de streepjesserie van Geef me de 5

Colette de Bruin ontwikkelde de methode Geef me de 5. Een methode die is ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kan ook breder ingezet worden. Bijvoorbeeld wanneer je wat meer behoefte hebt aan structuur en duidelijkheid.

Het boek is onderverdeeld in 3 delen, aangegeven door een tussenblad met de titel. Het lijkt me prettig lezen voor een kind met autisme. Zo heb je bij het omslaan van de bladzijde even de tijd om te schakelen. De vrolijke illustraties zijn van Lars van Schagen.

Over Luna

Als iets nog niet duidelijk is voor Luna, blijft ze er maar over nadenken. Haar hoofd raakt overvol van allerlei gebeurtenissen op een dag. Zo vol dat niets meer lukt. Luna is een meisje van een jaar of 9. Tenminste, zo schat ik haar in. Op een vrijdag komt ze boos uit school, gooit haar tas naar haar moeder. Gelukkig kent moeder dochterlief en ze wordt niet boos. Luna rent naar huis. Bij thuiskomst geeft moeder haar dochter Luna de gelegenheid om tot rust te komen. En pas daarna gaat ze met Luna aan de slag.

Informatie-verwerkingsstoornis

Het boek is informatief en leuk om te lezen. Het geeft een inkijkje hoe het autistisch brein werkt wanneer de informatie niet goed verwerkt kan worden. Autisme is een informatie-verwerkingsstoornis. Kortgezegd betekent dit dat informatie verwerken bij iemand met autisme op een complexe manier verloopt. Dat is bij Luna ook zo. Luna heeft hulp bij nodig bij het herkennen en duiden van situaties, haar gevoelens en wat die met haar doen. Die hulp krijgt ze van moeder. Ze leert hoe ze haar emoties kan herkennen en waar ze die voelt in haar lichaam. Samen vullen Luna en haar moeder de emotiemeter in. De emotiemeter helpt Luna om aan te geven op welk level ze zit van ontspannen naar zeer boos. En bij zeer boos heeft Luna geen vat meer op haar gedrag.

Dit is iets wat meer mensen met autisme kennen. Wanneer de meter overloopt wordt de één boos en uit dat bijvoorbeeld door schelden en ruziemaken. Maar de ander wordt juist stil en trekt zich terug. Luna’s moeder heeft een aanpak die werkt.

Aan het eind van het boekje vind je een hoofdstuk ‘over dit boekje’ waarin Colette de Bruin uitleg geeft. Ze geeft uitleg over de kenmerken van problemen met de informatieverwerking. Autisme is tenslotte een informatie-verwerkings-stoornis. Een vol hoofd hebben is zo’n kenmerk.

De emotiemeter

De emotiemeter kan een heel handig hulpmiddel zijn. Bijvoorbeeld als een kind met autisme nogal eens boos of driftig kan zijn of als het zich juist terugtrekt. Ook dat kan een teken zijn van een vol hoofd. Een emotiemeter kun je eenvoudig zelf tekenen. Maar je kunt er ook eentje gratis downloaden via de webshop van Geef me de 5 Er zijn ook downloads beschikbaar voor pubers zoals het Afsprakenblad en Gamen duidelijk op de 5.

Deel 3 van de streepjessersie gaat over Bram. En heet: Bram kan het zelf.
Draaikolken in Luna’s hoofd bestel je hier

Wil je meer van mij of JHob zien? Ik ben ook te vinden op Facebook en LinkedIn

Anna is altijd vrolijk, behalve als ze zich moet aankleden. Dan wordt ze boos. Gewone kleren vindt ze maar stom. Ze wil alleen prinsessenjurken aan.

Ik lees graag en de boeken van Colette de Bruin mogen dan ook niet ontbreken in mijn boekenkast. Colette heeft zowel kinderboeken als theorie boeken over autisme als een boek over de methodiek Geef me de 5 geschreven.
Deze keer een review van het kinderboek Prinses Anna in de blote billen, geschreven door Colette de Bruin en geïllustreerd door Lars van Schagen.

Over de opbouw

Het boekje heeft een groot lettertype en vrolijke illustraties. Verder is het boekje opgedeeld in 3 delen die ieder heel herkenbaar zijn doordat er steeds een volledig gekleurde pagina tussen geplaatst is, met daarop de aankondiging van het volgende deel. Ik kan me voorstellen dat deze aankondiging heel fijn is voor de jonge lezer met autisme. Bij het omslaan van de pagina heeft hij of zij dan fijn even de tijd om over te schakelen naar het volgende deel.
Wat ook opvalt is dat het colofon met de gegevens over het boek achterin het boek een plekje hebben gekregen. Wat een goed idee! Hier is duidelijk over nagedacht. Moet je die ook lezen? Ze staan tenslotte vooraan.
Maar wat moet je als jonge lezer met autisme met die gegevens? En welke betekenis moet je er dan aan geven? Wat hebben ze met het verhaal te maken? Lekker achteraan in het boek dus.

Het is een leuk boekje om samen met je kind te lezen als hij of zij het vervelend vindt om zich aan te kleden. Het geeft je meteen een opening om over jullie eigen situatie te praten. Ik vind het ook een aanrader om het boekje te lezen met broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes en vriendjes en vriendinnetjes. Ik denk dat het boekje een opening kan zijn voor een leuk gesprek waardoor andere kinderen het kind met autisme beter gaat begrijpen.

Over Anna

Prinses Anna is een meisje dat verknocht is aan prinsessenjurken. Ze wil zich niet aankleden. Maar over een week moet ze naar school. Het boekje laat in het midden of Anna vakantie heeft gehad of dat Anna voor het eerst naar een nieuwe school gaat. Voor het verhaal is het ook niet belangrijk. In het boek wordt ook niet gezegd dat Anna een stoornis in het autisme spectrum heeft maar ook dat is niet echt nodig. Het boekje is duidelijk een uitgave van Geef me de 5.

Anna is overgevoelig voor aanraking op haar huid. Dat merk je aan het verhaal over de kleding en je merkt het doordat ze het kusje van haar moeder ook gauw wegveegt. Dat gekriebel! Anna heeft een moeder die haar snapt. Lees vooral zelf hoe ze de situatie oplost met de aanpak van Geef me de 5.

Over de aanpak

Achter in het boek geeft Colette de Bruin uitgebreid uitleg over het boekje en beschrijft ze hoe het komt dat Anna haar gewone kleren niet aan wil, maar de prinsessenjurken wel.

Anna’s moeder gebruikt een aftelkalender om Anna de tijd te geven om langzaam aan het idee te wennen dat er een dag komt dat Anna gewone kleren moet dragen. De aftelkalender kun je gratis downloaden via de webshop van Geef me de 5. Het boekje kun je hier bestellen.

De aanpak van Geef me de 5 heeft ons als gezin enorm geholpen om onze zoon beter te begrijpen. In de oudercursus heb ik veel geleerd door filmpjes op te nemen als ik met onze zoon in gesprek was. In de cursus werd het filmpje dan geanalyseerd en kregen we uitleg over de aanpak. Dát probeerden we dan thuis weer uit. Het werkte. Voor mijn gevoel boekten we iedere week vooruitgang.

Ik schreef eerder 2 blogs over ervaringen die wij hebben met de methode van Geef me de 5.
In Duidelijk zijn over grasmaaien, schreef ik over duidelijk zijn op de 5 en in Met W.A.T.-ten komt jouw kind met ASS in beweging, schreef ik over wat de aanpak W.A.T-ten inhoud en hoe je dat kunt gebruiken.

Wat vind je van deze review? Geef je mening hieronder in een reactie.

Ik ben ook te vinden op Facebook en LinkedIn

Waarom een TMA?

Via social media lees ik geregeld berichten over het Voortgezet Onderwijs (VO), passend onderwijs, studie keuze en studie uitval. Het levert stress op. Als studiekeuzecoach ben ik ervan overtuigd dat een Talenten Motivatie Analyse (TMA) mooie inzichten geeft en veel van de stress kan voorkomen. Maar terug naar de studiekeuze begeleiding die jongeren krijgen op het VO. Hoe helpend is deze begeleiding eigenlijk? En is dit voldoende voor jongeren met autisme? Langzamerhand ontstond er bij mij deze aanname:

LOB voldoet niet bij het kiezen van een studie

LOB staat voor Loopbaanoriëntatie en begeleiding. Het is een studiekeuze programma dat uit meerdere onderdelen bestaat en dat jongeren ondersteunt in het kiezen van een vervolgopleiding. Mijn drie zoons hebben alle drie zo hun kritiek op het LOB programma en ze vertelden dat het hen in ieder geval geen beslissende studiekeuze heeft opgeleverd. Ook de vrienden die ik sprak gaven hetzelfde beeld.

Een studie kiezen is voor de meeste jongeren een opgave. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Er is ook zo veel keuze. Op het voortgezet onderwijs moeten jongeren met 14-15 jaar een profiel kiezen. Het profiel bepaalt je vakkenpakket en dat is weer bepalend voor een vervolgstudie. Alsof ze op die leeftijd al weten wat ze later willen worden!
Vervolgens krijgen ze op de middelbare school het LOB-programma dat ze moet helpen om een beroep te kiezen.

Ik spreek geregeld jongeren maar geen van allen zijn enthousiast over het LOB programma van hun middelbare school. Dat ligt deels aan aan de pubertijd: Zonde van je tijd en je krijgt er geen cijfer voor, dus waarom zou je er moeite voor doen? Maar is volgens mij meer aan de hand.
Zeker als het gaat om jongeren met Autisme en ADHD.

Het programma helpt jongeren in hun onderzoek naar het beroep dat ze later willen uitvoeren en de opleiding die ze daarvoor nodig hebben. Natuurlijk is het belangrijk dat een middelbare school ze hierbij ondersteund. En het is ook logisch dat ze daar een programma voor inkopen. Ik vermoed echter dat het LOB programma voor jongeren lang niet altijd voldoende is om tot een keuze te komen.

Tijd voor een onderzoek

Daarom besloot ik een oriënterend onderzoek te doen. Daarin konden  jongeren aangeven of ze het LOB programma nuttig vonden en of het LOB programma bepalend is geweest voor hun studiekeuze. De doelgroep waarop ik me heb gefocust zijn jongeren met Autisme en/of AD(H)D. Ouders van een jongere met autisme en/of AD(H)D heb ik ook betrokken bij het onderzoek. 80% van hen gaf aan dat zij het LOB programma niet nuttig vonden. Hier lees je meer over dat onderzoek.

Ik heb diverse ouders en jongeren gesproken en hun verhalen gehoord. Het ene verhaal meer emotioneel geladen dan het andere. Wat ook opviel is dat jongeren die thuisonderwijs krijgen lang niet allemaal een LOB programma kunnen volgen. Naar schatting heeft eenderde van alle thuiszitters een diagnose in het autistisch spectrum (bron: Nederlandse Vereniging voor Autsime) Dat is nogal wat!

Er moet iets gebeuren voor die jongeren met autisme!

Op de website van HBO Bachelors las ik dat er 2290 HBO opleidingen zijn en 80 onderwijsinstellingen. Daarnaast zijn er ontzettend veel beroepen waarvan jongeren niet kunnen inschatten wat het beroep inhoudt. Sterker nog, we leiden nu op voor beroepen die nog niet bestaan. Raar maar waar! Nu is er gelukkig een aanvullend instrument om jongeren te helpen met de studiekeuze: de TMA.

TMA bij studiekeuze

Het is dus niet verwonderlijk dat een jongere het moeilijk vindt om een keuze te maken. Toch hoeft het niet te moeilijk te zijn. Met een TMA kom je te weten wat je talenten zijn en dat zijn er vaak meer dan je denkt! In een talentgesprek wordt uitgelegd hoe je dit kunt koppelen aan de verschillende opleidingen en dan hoef je alleen nog naar de Open Dagen te gaan van de opleidingen die jou interesseren. Piece of cake zou je zeggen. Is natuurlijk niet helemaal zo, maar het is zeker een goed begin. Als studiekeuze coach help ik graag om een favoriete top 3 studies te maken, waarna er met een gerust hart gekozen kan worden.

De uitkomst van mijn oriënterend onderzoek sloot aan bij hetgeen mijn zoons hadden aangegeven en wat ik las via de media. Toch is het LOB programma is wel degelijk nuttig. Met name als je als ouders het programma gebruikt om met je kind in gesprek te gaan over zijn of haar toekomst. Het doorlopen van het programma zet de jongere aan het denken en dat is een belangrijk onderdeel van het proces om tot een keuze te komen.

Wil je weten wat een TMA voor jou of je kind kan betekenen?
Laat je gegevens hier achter en ik neem contact met je op. Een eerste gesprek is altijd kosteloos.


Als je wilt heb ik ook nog de Gratis JHob Studie-Mindmap voor je. Dit is een hulpmiddel om zelf met je kind in gesprek te gaan over zijn (of haar) toekomst. Echt heel handig.
Klik hier om om de Studie-Mindmap te downloaden.

Ik ben benieuwd wat je vindt van deze blog. Laat je hieronder een reactie achter?

Ik ben ook te vinden op Facebook en LinkedIn

Ik luister naar jou, luister jij ook naar mij?

Een gewone doordeweekse avond. Ik heb net een gesprek met mijn zoon gehad. En aan het eind van dat gesprek vraag ik nog even een moment zijn aandacht en zeg tegen hem: ‘Weet je nog? Ik luister nu naar jou, luister je ook naar mij?’

Mijn jongens zullen deze uitspraak vast herkennen. Ik heb hem vaak gebruikt toen ze opgroeiden en bij mijn 17 jarige gebruik ik de uitspraak nog wel eens. Hoe de zin interpreteert wordt, hangt af van de intonatie die je gebruikt, de klemtoon én de situatie waarin je de zin gebruikt.

Wil je actie effect hebben, is de zin hierboven allereerst géén dreigement, onderhandeling of aanbod. Nou ja, dat laatste wel een beetje. Maar niet in de zin van: pas als jij gaat luisteren, ga ik luisteren, eerder niet.
Hell no, daar ben ik helemaal niet van.

Het is meer van; Hoor je me? Heb je in de gaten dat ik naar je luister en je meer ruimte geef dan anders?
Wat ik mijn jongens wil leren is respect, gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Daarom is deze aanpak, het gebruik van deze zin, een bewuste actie in mijn opvoeding geweest.

In deze wereld ben je niet alleen. We zijn er samen. Ik ben er voor mijn kinderen wanneer ze me nodig hebben en doe voor hen wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Maar ik wil ze ook leren dat zij hier net zo goed een verantwoordelijkheid in hebben.

Als je autisme hebt, is het niet vanzelfsprekend dat je oog hebt voor de behoeften van anderen. Dat dit niet vanzelfsprekend is, is niet erg. Je kunt het leren.
Ik leer het mijn zoon met autisme door het voor te doen, hardop uit te spreken wat ik bedoel en waarom iets belangrijk is.  
En zo leert hij dat mensen om hem heen ook behoeften heb en dat ook ik dingen nodig heb om het prettig te hebben.

Heb oog voor mijn wensen zoals ik oog heb voor jouw wensen

Met het woord luisteren uit de zin, bedoel ik ‘heb oog voor mijn wensen zoals ik oog heb voor jouw wensen”. Pubers (en puberella’s) zijn vooral gericht op hun eigen behoeften en dat hoort ook zo. Zo ontdekken ze de wereld en hun grenzen. En die grenzen krijgen ze o.a. van ons als ouders. Maar dat wil niet zeggen dat je de grenzen op een autoritaire manier moet aangeven. Het kan veel prettiger.

Hoewel ik de ouder ben en niet een vriendin, streef ik er altijd naar om op een gelijkwaardige manier met ze te communiceren. Ik probeer niet meteen te reageren maar eerst even tot me door te laten dringen wat ze van me vragen. En ik probeer rustig te reageren.
Ik ben ook maar een mens dus ook bij mij gaat het wel eens anders. Soms komt mijn zoon met een bizar voorstel en dan reageer ik weleens te snel en te bot met: ‘Nou ik dacht het niet!’.
Het is wel duidelijk maar het bevordert de sfeer in huis niet echt, kan ik je zeggen.

Hoe je ervoor zorgt dat jouw auti-puber naar je luistert?

Zoals alle pubers, is ook mijn zoon het lang niet altijd eens met regels die wij stellen. Zoals op tijd gaan slapen en niet tot 3 uur ‘s nachts online zijn. Er zit bij ons dus een klok op het internet en kan hij na het afgesproken tijdstip niet meer online. Ook niet met zijn telefoon.
Hij vindt dit overdreven en meent dat hij zelf kan bepalen hoe laat hij naar bed kan. Daar denk ik anders over en met reden, maar daar ga ik nu niet verder over uitweiden. Want dan wordt deze blog véél te lang.

Ondanks dat we niet altijd dezelfde mening hebben, vind ik het heel belangrijk om naar hem te luisteren en versoepel ik soms echt mijn grenzen wel eens. Ik wil hem daarmee het vertrouwen te geven dat hij mag gaan uitproberen en ontdekken wat bij hem past. En dat is het moment dat ik tegen hem zeg: ‘Heb je het in de gaten? Ik luister naar je.’ Ik spreek het dus letterlijk uit. Dat is ook het moment dat hij zich bewust wordt van de ruimte die hij krijgt. En dat waardeert hij.

Afgelopen zomer vakantie hebben we de regels rondom bedtijd behoorlijk versoepeld en toen de school weer begon is de tijdklok er weer op gezet. Zo heeft hij de ruimte gehad om puber te zijn (en is een paar keer veel te laat gaan slapen) en ben ik weer sturend zodra uitgeslapen zijn weer belangrijk is. In ieder geval tot ná zijn schooltentamens eind oktober.

Van vertrouwen geven, krijg je vertrouwen.

Je kind ruimte geven terwijl je eigenlijk denkt dat hij nog niet zover is, zie ik als een gebaar. Een gebaar van vertrouwen geven.
En van vertrouwen geven, krijg je vertrouwen, zo zie ik dat.
En ja, ik vind het meestal ook spannend. Gaat hij waarmaken waar ik op hoop? Vaak is dat zo maar soms ook niet. Maar hij mag fouten maken en daarvan leren, dus dat is oké.

Je leert jouw puber de waarde van jouw gebaar als je de zin eerst gebruikt in een situatie wanneer je ingaat op zijn vraag. Daarmee krijgt zijn behoefte voorrang op dat van jou. Het is goed om hierover na te denken.
Dat kan zijn in een situatie waarin hij vraagt om iets dat hij heel belangrijk vindt maar waar jouw prioriteit niet ligt.
Of dat je iets van hem overneemt, een telefoontje voor hem plegen bijvoorbeeld terwijl je vindt dat hij dat eigenlijk zelf moet doen.

Doe dit maar eens een paar keer in een periode van een maand. Kijk waar je hem de ruimte kunt geven om te ontdekken. En gebruik dan steeds de zin: ‘Merk je dat ik naar je luister?’ En voeg er ook aan toe ‘Ga je ook naar mij luisteren als ik dat nodig heb?’

Ik garandeer je dat er vervolgens vanzelf dat moment komt dat je hem kunt vragen: ‘Weet je nog? Ik heb …. (noem dat moment) naar jou geluisterd, luister je nu ook naar mij?’

Tijdklok

Wanneer het moment komt dat mijn zoon in discussie probeert te gaan over de tijdklok die er op het internet zit, zeg ik dat dus ook. En dan gaat hij onder protest, dat wel, akkoord want hij weet best waarom die tijdklok erop zit. Hij weet ook dat wanneer hij onvoldoende rust krijgt, het risico van gezondheidsproblemen op de loer ligt. Maar ja, ‘s nachts doorgaan scoort veel beter bij vrienden dan aan moeten geven dat je voldoende rust nodig hebt en dus niet mee gaat doen met het event van World of Warcraft.

Wil jij nu ook werken aan een relatie die gebouwd is op wederkerigheid? Ga dan ook deze zin gebruiken: ‘Jij wilt dat ik naar jou luister, luister je dan ook naar mij?’
En weet je wat het mij naast die fijne relatie ook oplevert?
Nachtrust!
Ik slaap véél beter als ik weet dat hij ook lekker ligt te slapen en zo aan zijn rust toekomt, want dat heeft hij hard nodig.

Schrijf je hier in voor de JHob inspiratiebrief en ontvang geregeld tips over omgaan met autisme en auti-communicatie.
Geen zorg, ik ga je echt niet iedere week mailen!

Wil je iets meer lezen over het Puberbrein? Dan kan ik je Het nieuwe puberbrein binnenste buiten aanraden.